Referte:
a. Regeling toewijzing civiele dienstauto's (cdaus) Nr. D 99001167 van 8 april 1999 .
b. Brief Inspecteur van het Vervoerswezen nr. 12286/98 d.d. 25 september 1998 Single service management taxidienst regio Den Haag.
c. Besluit Dienstreizen Defensie (BDD), KB nr. 192 d.d. 25 maart 1996.
| Vastst./Wijz datum | Bron | Nummer | Wijz. t.a.v. | Inwerkingtr. datum |
| 09-06-99 | IV | 9249/99 | 01-08-99 | |
| 10-06-03 | IV | VV/2003/14.783 | Bijlage B | 01-07-03 |
1. In deze instructie worden door de Inspecteur van het Vervoerswezen (IV) nadere regels vastgesteld m.b.t. aanvraag, toewijzing, inzet, controle op en het beheer van civiele dienstauto's (cdaus) conform referte a.
2. Noodzakelijke verplaatsingen in het kader van dienstreizen kunnen worden uitgevoerd door inzet van cdaus, met toestemming van het bevoegd gezag.
3. Cdaus in eigendom van het Ministerie van Defensie worden voorzien van een militair registratieteken en registratiebewijs. Uitsluitend om operationele en/of veiligheidsredenen kan ook een burgerkentekenbewijs worden verstrekt. Hiertoe dient, d.t.v. het eigen krijgsmachtdeel, een aanvraag te worden ingediend bij de Inspecteur van het Vervoerswezen.
4. T.b.v. het besturen van een cdau is een geldig militair rijbewijs of burgerrijbewijs vereist behorende tot de categorie waartoe de cdau behoort.
5. dienstreis:
conform het gestelde in referte c.
6. civiele dienstauto (Cdau):
een personenauto of bestelwagen met een laadvermogen minder of gelijk aan 10 kN, die
t.b.v. zakelijk gebruik eigendom is van het Ministerie van Defensie of die door dat
ministerie ter beschikking is gesteld (niet zijnde het gebruik van een taxi met
chauffeur), bestemd om door of voor functionarissen van het Ministerie van Defensie te
worden gebruikt t.b.v. een dienstreis.
7. bevoegd gezag:
de autoriteit zoals deze in referte c. is beschreven, respectievelijk de hierop
betrekking hebbende regelingen.
8. dienstvervoer:
vervoer dat van overheidswege of vanwege een buitenlandse mogendheid, een
buitenlandse krijgsmacht of een internationale organisatie ter beschikking is gesteld.
9. openbaar vervoer:
is een voor een ieder openstaand personenvervoer per trein, metro, tram, bus, auto,
pont, (veer)boot of vliegtuig volgens een dienstregeling, dan wel met de treintaxi.
10. De Inspecteur van het Vervoerswezen is namens de Secretaris-Generaal belast met de normering van de categorie-indeling (kwaliteit) van de civiele dienstauto's op basis van ondermeer regelgeving van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en kan nadere regels ter uitvoering op deze regeling stellen. Tevens is de Inspecteur van het Vervoerswezen namens de Secretaris-Generaal belast met het toezicht op de juiste toepassing van deze regeling en brengt daarover desgevraagd verslag uit.
T.a.v. de indeling van functionarissen en de categorie cdau wordt de volgende indeling gehanteerd:
groep 1: zij die een functie vervullen waaraan is verbonden Besluit Bezoldiging Ambtenaren Defensie (BBAD-)schaal 16 of hoger, dan wel de rang van commodore, brigade-generaal, commandeur of een hogere rang. Indien de aanvraag door het Bevoegd Gezag wordt geautoriseerd vindt toewijzing van een cdau plaats, waarbij deze functionarissen een cdau met chauffeur wordt toegewezen (conform referte a.). Aan groep 1 wordt in principe een cdau (permanent dan wel incidenteel) uit categorie B2 toegewezen.
groep 2: zij die een functie vervullen waaraan BBAD-schaal 15 is verbonden of militairen in de rang van kolonel/kapitein ter zee. Deze functionarissen worden in principe geacht zelf de ter beschikking gestelde cdau te besturen. tenzij geestelijke, sociale en/of medische argumenten - door het Bevoegd Gezag te bepalen - nopen tot inzet van een cdau met chauffeur. Dit geldt zowel voor deze Defensie functionarissen en/of hun familieleden. Aan groep 2 wordt in principe een cdau (permanent dan wel incidenteel) uit de categorie B1 toegewezen.
groep 3: overigen, zij die een functie vervullen beneden BBAD-schaal 15 of militairen met een lagere rang dan kolonel/kapitein ter zee. Ook zij worden in principe geacht zelf de ter beschikking gestelde cdau te besturen, tenzij geestelijke, sociale en/of medische argumenten - door het Bevoegd Gezag te bepalen - nopen tot inzet van een cdau met chauffeur. Dit geldt zowel voor deze Defensie functionarissen en/of hun familieleden. Aan groep 3 wordt in principe (permanent) een cdau uit categorie A1 toegewezen, dan wel een cdau uit de categorie A 2 (incidenteel) t.b.v. een dienstreis van meer dan 200 km (enkele reis).
Wellicht ten overvloede, maar bovenstaande indeling geldt ook voor ingehuurde cdaus bij civiele bedrijven. Uit oogpunt van doelmatigheid kan van deze indeling afgeweken worden. T.b.v. incidentele toewijzingen cdaus prevaleert beschikbaarheid van het dienstvervoer boven categorie-indeling.
Zie Bijlage A (Categorie-indeling cdaus).
11. Een dienstreis wordt op het door het Bevoegd Gezag aangegeven wijze uitgevoerd. Een dienstreis wordt met openbaar vervoer (conform referte c. artikel 1 f) gemaakt, tenzij dienstvervoer beschikbaar en doelmatiger is. Indien dienstvervoer niet beschikbaar en de plaats van bestemming doelmatig met openbaar vervoer bereikbaar is, wordt de dienstreis met openbaar vervoer gemaakt. Het Bevoegd Gezag kan de dienstreiziger toestaan de dienstreis met eigen vervoer te maken. Voor de beoordeling of een plaats met openbaar vervoer bereikbaar is, kan het bevoegd gezag het gebruik van een taxi mede betrekken in zijn overwegingen. Voor gebruik van de taxi in de regio Den Haag zie de Regeling SSM Taxidienst regio Den Haag (conform referte b.).
12. Indien dienstvervoer niet beschikbaar en de plaats van bestemming niet of niet doelmatig met openbaar vervoer bereikbaar is, wordt de dienstreis, indien de dienstreiziger hierin toestemt, met eigen vervoer gemaakt.
13. In cdaus mogen geen andere personen en/of goederen worden vervoerd dan in het belang van de dienst. Indien derden - niet in dienst van het Ministerie van Defensie - uit hoofde van dienstbelang in een cdau moeten worden vervoerd, geschiedt dit uitsluitend met toestemming van het Hoofd van Dienst (zie MP 11-70 artikel 10 lid 1). Het aantal te vervoeren personen wordt op de rijopdracht vermeld. De rijopdracht wordt getekend door het desbetreffende Hoofd van Dienst (zie MP 11-70 artikel 10 lid 2).
14. Het gebruik van cdaus voor (semi)-permanent woon-/werkverkeer is niet toegestaan, behoudens
15. Cdaus dienen in principe te worden gestald op militaire locaties. Indien dit om welke reden dan ook niet mogelijk is, kan een cdau bij het woonadres van de gebruiker worden gestald, echter uitsluitend na voorafgaande toestemming van het Bevoegd Gezag.
16. Vervanging , verwerving, exploitatie en afstoting van geautoriseerde cdaus vindt plaats volgens de aanwijzingen van de DGM en hierop gebaseerde door het Bevoegd Gezag nader te stellen regels. Een voorbeeld hiervan is de vervanging van cdaus op basis van per krijgsmachtdeel te stellen regels t.a.v. gebruiksduur en/of aantal verreden kilometers.
17. Een aanvraag vervoerssteun personenvervoer dient d.t.v. het Bevoegd Gezag ingediend te worden bij de Defensie Vervoers- en Verkeers Organisatie (DVVO). Voor nadere aanwijzingen zie de Produkten- en Dienstencatalogus DVVO.
18. Indien de aanvraag door het Bevoegd Gezag wordt geautoriseerd vindt toewijzing van een cdau plaats conform de normering als gesteld in punt 10.
19. Om in aanmerking te komen voor een permanente toewijzing, dient op jaarbasis meer dan 30.000 km te worden gereisd naar bestemmingen die niet of niet doelmatig met openbaar vervoer bereikbaar zijn (conform referte a.).
20. Een cdau t.b.v. permanente toewijzing en gebruik dient in alle gevallen d.m.v. een brief bij het Bevoegd Gezag te worden aangevraagd. Voor de procedure wordt verwezen naar de Bijlage B (Procedures).
21. Een dergelijke aanvraag dient te zijn gebaseerd op historische gegevens c.q. op een aannemelijk te maken veronderstelling voor de toekomst, waarbij aan de in het voorgaande punt genoemde criterium dient te worden voldaan.
In de aanvraag dient in ieder geval gemeld te worden:
22. Het Bevoegd Gezag stelt zelf regels t.a.v. de rapportages over het bestand permanent toegewezen cdaus (al dan niet met chauffeur). Desgevraagd dient men in ieder geval de volgende informatie aan de IV te kunnen verstrekken: kenteken, merk en type en eenheid, waarbij het voertuig is ingedeeld.
23. De Regeling SSM-Taxidienst regio Den Haag betreft een taxidienst in de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Leidschendam, Voorburg, Wassenaar, inbegrepen het vliegkamp Valkenburg. Het gebruik van de taxicard is uitsluitend voorbehouden aan de functionaris aan wie de taxicard persoonlijk is verstrekt t.b.v. het maken van dienstreizen in de genoemde regio. Zie verder referte b.
24. Met de regelgeving is de Inspecteur van het Vervoerswezen belast en met uitvoering van deze taxidienst de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO).
25. Op de naleving van deze regeling zal algehele controle worden uitgeoefend namens de Secretaris-Generaal door de Inspecteur van het Vervoerswezen.
Binnen de civiele dienstauto wordt de volgende (sub)categorie - indeling gehanteerd:
Kerndepartement CO: indienen van een (permanente) behoefte via de hiërarchieke weg bij
Landmachtstaf / Directie Beleid en Planning / Afdeling VV
t.a.v. de Inspecteur Vervoerswezen
MPC 58G
Postbus 90701
2509 LS Den Haag
Koninklijke Landmacht: indienen van een (permanente) behoefte via de hiërarchieke weg bij
LAS / DBP / Afdeling VV
t.a.v. Hfd Afd VV
MPC 58G
Postbus 90701
2509 LS Den Haag
Koninklijke Luchtmacht: indienen van een (permanente) behoefte via de hiërarchieke weg bij
Staf Tactische Luchtmacht
Afdeling Infra,Transport en Logistiek
Postbus 20703
MPC 58L
2500 ES Den Haag
Indienen van een tijdelijke behoefte voor oefeningen en uitzendingen bij
Staf Tactische Luchtmacht
Afdeling Transport Operaties
Postbus 20703
MPC 58L
2500 ES Den Haag
Koninklijke Marine:
1. Cf. de dislocatiestaat voertuigen heeft een RVE de beschikking over een bestand aan
transportmiddelen t.b.v. de taakuitvoering zoals vastgelegd in de diverse convenanten
tussen de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten (BDZ) en de desbetreffende commandant. Cdaus
kunnen hier een onderdeel van zijn.
2. Uitgaande van de dislocatiestaten KM zal d.z.v. MARSTAF/OBS en i.o.m. de Afdeling Vervoer/DMKM een voertuigenplan KM opgesteld worden waarop aangegeven wordt wanneer, een voertuig, in principe vervangen zal gaan worden. Dit voertuigenplan wordt jaarlijks herzien.
3. Vervanging van voertuigen.
Aan de hand van het voertuigenplan en in ogenschouw nemende de technische staat van het
desbetreffende voertuig, dient een RVE, zo mogelijk voor 01 mei voorafgaande aan het jaar
van vervanging, een "programma van wensen (PvW)" in bij de Afdeling
Vervoer/DMKM. Vervolgens zal, door zorg van de Afdeling Vervoer en i.o.m. DM(KL)/WTS/TMAT,
overgegaan worden tot de verwerving van een nieuw voertuig ter vervanging van het oude
voertuig.
4. Extra behoefte aan voertuigen niet ten laste van het "reisbudget".
Indien een RVE een (extra) behoefte heeft aan voertuigen boven hetgeen reeds vermeld op
de dislocatiestaat, dient hij een behoeftestelling in bij MARSTAF. I.o.m. de Afdeling
Vervoer/DMKM zal, indien de behoeftestelling geaccordeerd wordt, over gegaan worden tot
verwerving van de geaccordeerde behoefte via de DM(KL).
5. Behoefte aan voertuigen ten laste van het "reisbudget".
6. POC:
Directie Materieel Koninklijke Marine
MATLOG/H-BVV
MPC 58A
Postbus 20702
2500 ES Den Haag
telnr: 070-3163152 of *06-200-63152 (hoofd afdeling)
faxnr. 070-3163229 of *06-200-63229
Koninklijke Marechaussee: indienen van een (permanente) behoefte via de hiërarchieke weg bij
Staf BDM
Directeur Operatiën
MPC 58C
Postbus 90615
2509 LP Den Haag
Defensie Interservice Commando: indienen van een (permanente) behoefte via de hiërarchieke weg bij
Staf DICO
Chef-Kabinet C-DICO
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
Voetnoten:
1. De inzet van een dienstauto met chauffeur t.b.v. arbeidsgehandicapten zal worden gewijzigd in relatie met de Wet Reintegratie Arbeidsgehandicapten (Wet REA)