Regeling civiel dienstvervoer met of zonder chauffeur

Vastst./Wijz datum

Bron

Nummer

Wijz. t.a.v.

Inwerkingtr. datum

17-09-2009

Stcrt

13918

19-09-2009

Gelet op het Besluit dienstreizen defensie en het Algemeen organisatiebesluit Defensie 2005

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. interinationaal functiebestand:
een namens de CDS onder verantwoordelijkheid van de Souschef Internationale Militaire Samenwerking (SC-IMS) vastgesteld overzicht van internationale functies, welke aan het Commando Dienstencentra in administratief beheer zijn overgedragen;

b. bevoegd gezag:
1° voor de ressorterende dienstreiziger;

     (1) binnen de Bestuursstaf, de Secretaris-Generaal;

     (2) binnen de CZSK, de Commandant Zeestrijdkrachten;

     (3) binnen de CLAS, de Commandant Landstrijdkrachten;

     (4) binnen de CLSK, de Commandant Luchtstrijdkrachten;

     (5) binnen de CKMar, de Commandant Koninklijke Marechaussee;

     (6) binnen de DMO, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf, de Directeur Defensie Materieel Organisatie;

      (7) binnen het CDC, de Commandant Commando Dienstencentra;

2° voor de in het buitenland geplaatste dienstreiziger behorende tot het internationaal functiebestand, de Souschef Internationale Militaire Samenwerking van de Defensiestaf;

3° voor de in Nederland werkzame defensiemedewerker tijdelijk geplaatst buiten het Ministerie van Defensie, de Commandant der Strijdkrachten.

c. chauffeurscapaciteit:
capaciteit aan één (1) of meerdere personenchauffeurs en / of niet-personenchauffeurs.

d civiele dienstvervoer:
dienstvervoer in de vorm van een civiele dienstauto of een taxi.

e. civiele dienstauto:
een personenauto of een bestelauto met een laadvermogen minder dan of gelijk aan 10 kN (lichte bestelauto), niet zijnde een taxi, die ten behoeve van zakelijk gebruik eigendom is van het Ministerie van Defensie of die vanwege dat ministerie is gehuurd of geleast en bestemd om door of voor functionarissen van het Ministerie van Defensie te worden gebruikt.

f. diensthoofd:
de functionaris die bij Algemeen organisatiebesluit Defensie is belast met de leiding van een dienstonderdeel van het Ministerie van Defensie.

g. dienstonderdeel:
het bij Algemeen organisatiebesluit Defensie aangewezen onderdeel van de organisatie van het Ministerie van Defensie.

h. dienstreis:
de door het bevoegd gezag of het hoofd van dienst aan de dienstreiziger in verband met dienstverrichtingen opgedragen noordzakelijke reis en het daarmee samenhangende verblijf.

i. dienstreiziger:

1° de militair, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement of
2° de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, van het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie, en

Voor zover de onder 1° of 2° genoemde een dienstreis maakt.

j. dienstvervoer:
vervoer dat van overheidswege of vanwege een buitenlandse mogendheid, een buitenlandse krijgsmacht of een internationale organisatie ter beschikking is gesteld.

k. hoofd van dienst:
een, onder bevoegd gezag ressorterende functionaris, bevoegd om namens dat bevoegd gezag het maken van een dienstreis op te dragen.

l. militair attaché:
de militair die als attaché namens het Ministerie van Defensie is geplaatst bij een Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in het buitenland.

m. Minister:
de Minister van Defensie.

m. niet-personenchauffeur:
een chauffeur, niet zijnde een personenchauffeur.

n. operaties:

1° een door de Minister als vredesoperaties aangemerkte daadwerkelijke militaire inzet buiten Nederland voor vredesafdwingende of vredeshandhavende taken in internationaal of bondgenootschappelijk verband of een andere door de Minister aangemerkte vorm van daadwerkelijke militaire inzet buiten Nederland;
2° een door de Minister als humanitaire operatie aangemerkte daadwerkelijke militaire inzet buiten Nederland voor hulpverlenende taken.

n. personenchauffeur:
een chauffeur als bedoeld in art. 1, onderdeel a. van het Besluit personenchauffeurs.

o. regio taxivervoer:
taxivervoer uitsluitend binnen een gedefinieerde taxivervoerregio met een taxikaart.

p. reiziger:
een persoon niet (meer) werkzaam binnen Defensie die een reis maakt ingevolge een uitnodiging of anderszins van of namens de Minister van Defensie.

q. taxivervoerregio:
een regio, waarbinnen op basis van bedrijfsmatige overwegingen, voor het maken van dienstreizen, dienstvervoer in vorm van regio taxivervoer, wordt aangeboden.

r. vervoerspool:
een gegroepeerd geheel onder eenhoofdige leiding of beheer van twee (2) of meer civiele dienstauto’s ten behoeve van het accommoderen van een gecumuleerde behoefte aan civiel dienstvervoer eventueel aangevuld met één (1) of meerdere chauffeurs en / of andere wijzen van vervoer.

Artikel 2

1. Voor het maken van dienstreizen, reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling en andere reizen die voortvloeien uit de uitoefening van de functie wordt permanent dienstvervoer slechts in de vorm van een civiele dienstauto en chauffeurscapaciteit toegewezen aan:

  1. de Minister en de Staatssecretaris van Defensie;
  2. burgerambtenaren, werkzaam bij de Bestuursstaf, tenminste bezoldigd volgens schaal 18 van het Bezoldigingsbesluit rijksambtenaren (BBRA);
  3. militairen, in daadwerkelijke dienst, tenminste met de rang van vice-admiraal/luitenant-generaal.

2. De chaufferscapaciteit als bedoeld in het eerste lid wordt ingevuld door een personenchauffeur, waarbij het vaststellen van de omvang van de chauffeurscapaciteit geschiedt door of namens de Hoofddirecteur Personeel op voordracht van het betreffende diensthoofd.

3. De Commandant der Strijdkrachten kan, in aanvulling op het gestelde in het eerste lid, slechts om redenen van te verantwoorden bedrijfsvoering, besluiten om een extra civiele dienstauto toe te staan, waarbij de vaststelling van de kwaliteit van deze civiele dienstauto geschiedt door de Commandant der Strijdkrachten op basis van representativiteit.

4. De Commandant der Strijdkrachten kan, in afwijking van het gestelde in het tweede lid, op voordracht van het betreffende diensthoofd en slechts om redenen van ceremoniële aard, besluiten om een militair deel te laten uitmaken van de in het eerste lid bedoelde chauffeurscapaciteit.

5. Het aanpassen van de formatiesterkte als gevolg van een toewijzing van de in het eerste lid bedoelde chauffeurscapaciteit geschiedt middels een voorstel dienaangaande dat wordt ingebracht conform het bepaalde in aanwijzing SD A902.

6. De financiële consequenties verbonden aan de toekenning van de in het eerste lid en derde lid bedoelde civiele dienstauto en de in het eerste en vierde lid bedoelde chauffeurscapaciteit komen ten laste van het dienstonderdeel, waaronder de in het eerste lid bedoelde functionaris ressorteert.

Artikel 3

1. Voor het maken van reizen die voortvloeien uit de taakstelling en locatie van een diplomatieke vertegenwoordiging kan aan de militair attaché permanent één of meerdere civiele dienstauto’s worden toegewezen.

2. De kwantiteit en kwaliteit van de civiele dienstauto’s als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald door of namens de Commandant der Strijdkrachten.

3. De financiële consequenties verbonden aan de toekenning van de in het eerste lid bedoelde civiele dienstauto’s komen ten laste van budget Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

Artikel 4

1. Voor het maken van reizen die voorvloeien uit de uitoefening van de functie kan aan defensiepersoneel te werk gesteld op functies genoemd in het bestand internationale functies en tenminste met de rang van commandeur / brigadegeneraal / commodore of als burgerambtenaren, tenminste bezoldigd volgens schaal 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD) dan wel het Bezoldigingsbesluit rijksambtenaren (BBRA), een navolgende vorm van civiel dienstvervoer worden toegekend:

  1. incidenteel civiel dienstvervoer met chauffeur;
  2. op voordracht van Souschef Internationale Militaire Samenwerking van de Defensiestaf, afgestemd met de Commandant Commando Dienstencentra, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, permanent een civiele dienstauto;
  3. op voordracht van Souschef Internationale Militaire Samenwerking van de Defensiestaf, afgestemd met de Commandant Commando Dienstencentra, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, permanent een civiele dienstauto met chauffeur, indien aannemelijk wordt gemaakt dat (1) over een afstand van meer dan 30.000 kilometer per jaar aan bedoelde reizen wordt afgelegd en (2) er sprake is van een nagenoeg volledige (dag)taakvervulling voor een chauffeur.

2. De kwaliteit van de civiele dienstauto als bedoeld in het eerste lid, juncto b. en c. wordt bepaald door of namens de Commandant der Strijdkrachten.

3. De financiële en formatieve consequenties verbonden aan het in het eerste lid, juncto a., b. of c. bedoelde civiele dienstvervoer komen ten laste van het dienstonderdeel Commando Dienstencentra.

Artikel 5

1. Voor het maken van (dienst)reizen in het buitenland kan op voordracht van het diensthoofd, aan defensiepersoneel dat niet elders in deze regeling is genoemd en dat voor een langere duur in het buitenland is geplaatst, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, civiel dienstvervoer zonder chauffeur worden toegestaan wanneer:

  1. er lokaal geen of geen doelmatig gebruik van openbaar vervoer kan worden gemaakt en / of
  2. er rederlijkerwijze lokaal geen andere vormen van dienstvervoer beschikbaar zijn en
  3. de plaatsing niet in het kader van een operaties is geschied.

2. Het vaststellen of er geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van vormen van openbaar vervoer dan wel dat andere vormen van dienstvervoer beschikbaar zijn, geschiedt door of namens de Commandant der Strijdkrachten.

3. Het vaststellen van de (dienst)reizen waarvoor en de vorm waarin het civiele dienstvervoer wordt toegestaan als ook eventueel de daaraan te verbinden voorwaarden geschiedt, op basis van de lokale omstandigheden en de onderhavige (langere) duur van het verblijf in onderlinge samenhang, door of namens de Commandant der Strijdkrachten.

4. De financiële consequenties verbonden aan het in het eerste lid bedoelde civiele dienstvervoer komen ten laste van het dienstonderdeel waartoe de in het eerste ldi bedoelde defensiepersoneel behoort, tenzij andere voorzieningen van toepassing zijn verklaard.

5. Het is de in het eerste lid bedoelde defensiepersoneel niet toegestaan om het toegekende civiele dienstvervoer anders aan te wenden dan waarvoor dit is toegekend.

Artikel 6

1. Op voordracht van het diensthoofd kan voor het maken van dienstreizen, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, permanent een civiele dienstauto met chauffeur worden toegestaan, indien aannemelijk wordt gemaakt dat (1) behoeftevervulling niet vanuit een ‘vervoerspool’kan worden geaccommodeerd, (2) over een afstand van meer dan 30.000 kilometer per jaar aan dienstreizen wordt afgelegd en (3) sprake is van een nagenoeg volledige (dag)taakvervulling voor een chauffeur, aan of ten behoeve van:

  1. Militairen, tenminste met de rang van commandeur / brigadegeneraal / commodore;
  2. Burgerambtenaren, tenminste bezoldigd volgens schaal 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD) dan wel het Bezoldigingsbesluit rijksambtenaren (BBRA).

2. Het is de in het eerste lid bedoelde functionarissen niet toegestaan om een civiele dienstauto met chauffeur te gebruiken ten behoeve van dienstreizen naar of van een bijeenkomst met een sociaal karakter, tenzij de aanwezigheid van de dienstreiziger, als een verplichting, rechtstreeks voortvloeit uit het vervullen van diens functie.

3. De financiële en formatieve consequenties verbonden aan de toekenning van de in het eerste lid bedoelde civiele dienstauto en de bedoelde chauffeur komen ten laste van het dienstonderdeel waaronder de in het eerste lid bedoelde functionaris ressorteert.

Artikel 7

1. Voor het maken van dienstreizen wordt incidenteel civiel dienstvervoer met chauffeur toegestaan aan:

  1. militairen, tenminste met de rang van commandeur / brigadegeneraal / commodore;
  2. burgerambtenaren, tenminste bezoldigd volgens schaal 16 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD) dan wel het Bezoldigingsbesluit rijksambtenaren (BBRA).

2. Het is de in het eerste lid bedoelde functionaris niet toegestaan om civiel dienstvervoer met chauffeur aan te vragen en / of te gebruiken ten behoeve van dienstreizen naar of van een bijeenkomst met een sociaal karakter, tenzij diens aanwezigheid, als een verplichting, rechtstreeks voortvloeit uit het vervullen van de functie.

3. De financiële consequenties verbonden aan het toestaan van het in dit artikel bedoelde incidenteel ter beschikking gestelde civiele dienstvervoer met chauffeur komen ten laste van het dienstonderdeel waaronder de in het eerste lid bedoelde functionaris ressorteert.

Artikel 8

1. Voor het maken van dienstreizen uitsluitend binnen een taxivervoerregio kan aan functionarissen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, juncto a. en b., door of namens de Commandant der Strijdkrachten, dienstvervoer in de vorm van regio taxivervoer, worden toegekend, waarbij het vaststellen van een taxivervoerregio geschiedt door of namens de Commandant der Strijdkrachten.

2. Voor het maken van dienstreizen uitsluiitend binnen de taxivervoerregio Den Haag kan aan functionarissen geplaatst in de regio Den Haag met tenminste de rang van kolonel /kapitein ter zee dan wel tenminste bezoldigd volgens schaal 14 van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (IBBAD) dan wel het Bezoldigingsbesluit rijksambtenaren (BBRA), voor zover aan hen geen civiele dienstauto op grond van artikel 2 is toegewezen, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, dienstvervoer in de vorm van regio taxivervoer worden toegekend.

3. Voor het maken van dienstreizen uitsluitend binnen een taxivervoerregio, waarbij aannemelijk kan worden gemaakt dat geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer dan wel andere vormen van dienstvervoer binnen die regio, kan op schriftelijk voordracht van het diensthoofd door of namens de Commandant der Strijdkrachten, eventueel onder voorwaarden, dienstvervoer in de vorm van regio taxivervoer worden toegekend.

4. De financiële consequenties verbonden aan de op basis van het eerste, tweede of derde lid verstrekte taxikaart komen ten laste van het dienstonderdeel waaronder de in het eerste, tweede of derde lid bedoelde functionaris ressorteert.

5. Het is functionarissen als bedoeld in artikel 7, eerste lid of artikel 8, eerste, tweede of derde lid niet toegestaan om taxivervoer te gebruiken ten behoeve van een dienstreis naar of van een bijeenkomst met een sociaal karakter, tenzij diens aanwezigheid, als een verplichting, rechtstreeks voortvloeit uit het vervullen van de functie.

Artikel 9

1. Voor het maken van een (dienst)reis ingevolge een uitnodiging of anderszins van of namens de Minister wordt, al dan niet d.t.v. de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO), incidenteel civiel dienstvervoer met chauffeur beschikbaar gesteld aan:

  1. dragers van een dapperheidonderscheiding;
  2. dragers van het Draaginsigne Gewonden (DIG);
  3. militairen b.d. laatstelijk bekleed met tenminste de rang van vice-admiraal / luitenant-generaal;
  4. dienstreizigers, die voortijdig tijdelijk dan wel permanent terugkeren van uitzending om reden van medische, psychische of sociale aard;
  5. nabestaanden, relaties van slachtoffers of anderen die betrokken zijn bij een nazorgtraject d.t.v. een daartoe, door of namens een diensthoofd aangewezen, functionaris;
  6. krijgsmacht(deel)adjudanten, met dien verstande dat het verzoek om incidenteel civiel dienstvervoer met chauffeur ter beschikking te stellen slechts kan worden ingediend door het bevoegd gezag.

2. Het wordt daarbij de in het eerste lid bedoelde personen toegestaan om zich te laten vergezellen door derden, indien dit redelijkerwijze deel uitmaakt van de omstandigheid waarop incidentieel civiel dienstvervoer ter beschikking is gesteld.

3. De financiële consequenties verbonden aan het in dit artikel bedoelde incidenteel ter beschikking gestelde civiele dienstvervoer met chauffeur komen ten laste van het dienstonderdeel waaronder de functionaris ressorteert, die op basis van het gestelde in het eerste lid het maken van de (dienst)reis initieert.

Artikel 10

1. Voor het maken van dienstreizen, waarbij geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer kan, op schriftelijke voordracht van of namens een diensthoofd, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, via de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO), aan de dienstreiziger incidenteel civiel dienstvervoer met chauffeur beschikbaar worden gesteld.

2. Voor het maken van een reis als gevolg van een uitnodiging of anderszins van of namens de Minister, waarbij geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer kan, op schriftelijke voordracht van of namens een diensthoofd, door of namens de Commandant der Strijdkrachten, via de Defensie Verkeers- en Vervoers Organisatie (DVVO), aan de reiziger incidenteel civiel dienstvervoer met chauffeur beschikbaar worden gesteld.

3. Het wordt daarbij de in het eerste en tweede lid bedoelde personen toegestaan om zich te laten vergezellen door derden, indien dit redelijkerwijze deel uitmaakt van de omstandigheid waarop incidenteel civiel dienstvervoer ter beschikking is gesteld.

4. De financiële consequenties verbonden aan het in dit artikel bedoelde incidenteel ter beschikking gestelde civiele dienstvervoer met chauffeur komen ten laste van het dienstonderdeel waaruit van of namens het diensthoofd het verzoek daartoe is gedaan.

Artikel 11

1. Voor het maken van dienstreizen kan door of namens de Commandant der Strijdkrachten aan een binnen Defensie opgenomen organisatieonderdeel permanent één of meerdere civiele dienstauto’s zonder chauffeur worden toegewezen, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat (1) binnen dat organisatieonderdeel over een afstand van meer dan 30.000 kilometer per jaar of een meervoud daarvan aan dienstreizen wordt afgelegd en (2) de behoeftevervulling niet vanuit een ‘vervoerspool’ en of gemeenschappelijk / medegebruik of op een andere wijze kan worden geaccommodeerd.

2. De financiële consequenties verbonden aan de toekenning van de in het eerste lid bedoelde civiele dienstauto’s komen ten laste van het dienstonderdeel, waaronder de in het eerste lid bedoelde eenheid ressorteert.

Artikel 12

1. Voor het maken van dienstreizen, waarbij geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer, kan door het bevoegd gezag en / of het hoofd van dienst, uit de tot diens beschikking gestelde capaciteit, incidenteel aan een dienstreiziger een civiele dienstauto met chauffeur beschikbaar worden gesteld.

2. Het is niet toegestaan om een civiele dienstauto met chauffeur ter beschikking te stellen ten behoeve van dienstreizen naar of van een bijeenkomst met een sociaal karakter, tenzij de aanwezigheid van de dienstreiziger, als een verplichting, rechtstreeks voortvloeit uit het vervullen van diens functie.

Artikel 13

1. Voor het maken van een dienstreis, waarbij geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer, kan door het bevoegd gezag en / of het hoofd van dienst, uit de tot diens beschikking gestelde capaciteit, incidenteel aan een dienstreiziger een civiele dienstauto zonder chauffeur beschikbaar worden gesteld.

2. Voor het maken van een reis als gevolg van een uitnodiging of anderszins van of namens de Minister van Defensie, waarbij geen of geen doelmatig gebruik kan worden gemaakt van openbaar vervoer, kan het bevoegd gezag en / of het hoofd van dienst, uit de tot diens beschikking gestelde capaciteit, incidenteel aan de reiziger een civiele dienstauto zonder chauffeur beschikbaar worden gesteld.

3. Het bevoegd gezag en / of het hoofd van dienst, kan een (dienst)reiziger als bedoeld in het eerste of tweede lid toestaan om zich door derden te laten vergezellen, indien dit redelijkerwijze deel uitmaakt van de omstandigheid waarop incidenteel civiel dienstvervoer zonder chauffeur ter beschikking is gesteld.

Artikel 14

1. Het vaststellen van de kwaliteit van een civiele dienstauto geschiedt door of namens de Commandant der Strijdkrachten op basis van het gestelde in de Normering Rijkspersonenauto’s alsmede het gestelde in het Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen.

2. Het vaststellen van de kwantiteit aan civiel dienstvervoer geschiedt door of namens de Commandant der Strijdkrachten binnen kaders van het bedrijfsmatig vervullen van de behoefte aan als noodzakelijk aangemerkte mobiliteit.

3. De Commandant der Strijdkrachten stelt nadere uitvoeringsregels ter uitvoering van deze regeling, is belast met het houden van toezicht op de juiste toepassing van deze regeling en de onderliggende uitvoeringsregels en brengt desgevraagd verslag uit aan de Secretaris-Generaal.

4. De Commandant der Strijdkrachten is bevoegd tot het aanpassen van het in artikel 4, eerste lid, juncto c., artikel 6, eerste lid of artikel 11, eerste lid genoemde kilometrage na consultatie van de Hoofd Directeur Financiën en Control en de Directeur Audit Dienst Defensie.

5. De Commandant der Strijdkrachten bepaalt de wijze waarop het in artikel 4, eerste lid, juncto c, respectievelijk artikel 6, eerste lid en artikel 11, eerste lid randvoorwaardelijk gestelde áannemelijk maken’ dient te worden vormgegeven.

6. De Commandant der Strijdkrachten legt, in overleg met de Hoofd Directeur Personeel, vast de wijze waarop het in de regeling beoogde met het in artikel 5, tweede lid, respectievelijk artikel 8, derde lid en artikel 10, eerste lid randvoorwaardelijk gestelde ‘doelmatig gebruik maken van openbaar vervoer’ toepasbaar wordt vormgegeven.

7. In het geval dat zich een omstandigheid voordoet, waarin deze regeling niet voorziet, is de Commandant der Strijdkrachten bevoegd te handelen naar eigen inzicht.

Artikel 15 Intrekking

De Regeling toewijzing civiele dienstauto’s wordt ingetrokken.

Artikel 16 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin mededeling van plaatsing van deze regeling in de Ministeriële Publicatieserie wordt geplaatst.

Artikel 17 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling civiel dienstvervoer met of zonder chauffeur.