C. Blaartrekkende strijdmiddelen

1. Benaming

De benaming van de blaartrekkende strijdmiddelen spreekt voor zich. Men onderscheidt drie categorieën, t.w.:

De terminologie gas is in dit verband onjuist omdat hier sprake is van vloeistoffen dan wel vaste stoffen. De bekendste blaartrekkende strijdmiddelen zijn opgenomen in figuur III.14.

Naam Code
mosterdgas H
stikstofmosterdgas HN
lewisiet L
mosterdgaslewisietmengsel HL
fosgeenoxim CX

Figuur 111.14 Blaartrekkende strijdmiddelen en hun code

  1. Mosterdgasderivaten
    Zwavelmosterdgas wordt kortweg mosterdgas genoemd. Het is mogelijk het zwavelatoom te vervangen door een stikstofatoom, waardoor dan stikstofmosterdgasderivaten ontstaan. Hiervan zijn er verscheidene denkbaar, namelijk met één, twee of drie chloorethylketens. Die met één keten is niet werkzaam en bovendien instabiel. Ook die met twee ketens zijn instabiel, maar hiervan zijn er toch twee als strijdmiddel bekend, t.w. de ethylverbinding (HN-1) en de methylverbinding (HN-2). De trichloorethylverbinding is het meest bekend (code: HN-3) en wanneer men spreekt over stikstofmosterdgas wordt meestal deze verbinding bedoeld.
  2. Arseenverbindingen
    Deze categorie stoffen wordt ook wel aangeduid als de arsinen (Eng: arsenicals, arsines; Fr: arsines; Duits: Arsinen).
    De meest bekende verbinding is het lewisiet (NAVO-code: L) genoemd naar de chemicus Lewis die deze stof het eerst heeft gesynthetiseerd en op zijn biologische eigenschappen onderzocht (Eng: lewisite; Fr: lewisite; Duits: Lewisiet).
  3. Gehalogeneerde oximen
    De bekendste verbinding is fosgeenoxim (Eng: phosgene oxime; Fr: fosgène oxime; Duits: Fosgenoxim; NAVO-code CX) dat als halogeen chloor bevat. Deze gehalogeneerde oximen moeten niet worden verward met de therapeutica tegen zenuwblokkerende strijdmiddelen (zie figuur 111.6).
    De overeenkomst is slechts gelegen in de aanwezigheid van een oximgroep.

2. Mosterdgasderivaten

a. Fysische en chemische eigenschappen
Alle mosterdgasderivaten geven huidbeschadigingen zoals erythemen en blaren, en bij inademen beschadiging van de ademhalingswegen.
De technische produkten zijn geel/bruine olieachtige vloeistoffen, de zuivere verbindingen zijn kleurloos.
De oplosbaarheid in water is slecht. Eenmaal in water opgelost, ontleden de mosterdgasderivaten vrij snel in zoutzuur en polyalcoholen. Oxidantia en chlorerende stoffen vernietigen mosterdgasderivaten effectief, maar minder snel dan zenuwblokkerende strijdmiddelen.
Huidontsmetting moet geschieden met het persoonlijke ontsmettingsmiddel.
Mosterdgasderivaten dringen door een aantal stoffen zoals leer, textiel en rubber heen. Ook kunnen deze strijdmiddelen zich hechten aan vele materialen.

b. Verspreiding
Mosterdgasderivaten worden verspreid als aerosol of in druppelvorm. Het is mogelijk deze stoffen te verdikken.

c. Detectie
Met de bij de krijgsmacht in gebruik zijnde detectieuitrustingen kunnen mosterdgasderivaten worden aangetoond.
Het duurt geruime tijd voordat de eerste symptomen optreden zodat hieraan in het kader van de detectie geen waarde kan worden toegekend. Planten kunnen langere tijd na blootstelling afsterven, hetgeen kan wijzen op een eerder uitgevoerde aanval.

d. Militaire toepassingen
Mosterdgasderivaten veroorzaken uitgestelde verliezen. Afhankelijk van het gestelde doel kunnen deze strijdmiddelen in grondbesmettende dan wel luchtbesmettende vorm worden ingezet.
In luchtbesmettende vorm kunnen door inwerking op de huid afhankelijk van de concentratie, tijd van blootstelling, atmosferische condities zoals temperatuur en vochtigheid, en de toestand van de huid aanzienlijke aantallen slachtoffers ontstaan. Bij lage temperatuur kunnen mosterdgasderivaten bevriezen en zullen geringe dampconcentraties ontstaan waardoor de effectiviteit vermindert. Door een tegenstander gedurende lange tijd aan mosterdgas bloot te stellen, wordt hij gedwongen beschermende uitrusting te dragen, hetwelk aanleiding zal geven tot ongemak, vermoeidheid, warmtestuwing en afneming van de waakzaamheid.
In vloeibare vorm kunnen mosterdgasderivaten worden gebruikt om door opneming via de huid slachtoffers te veroorzaken.

e. Toxicologie en farmacologie
(1) Huid
Zowel in damp- als druppelvorm kunnen mosterdgasderivaten in de huid doordringen (HN-3 eigenlijk alleen in druppelvorm). De eerste uren na blootstelling merkt het slachtoffer niets, daar de penetratie in de huid pijnloos verloopt. Dit is zeer verraderlijk. In het algemeen kan worden gesteld dat de latente periode 4 tot 8 uur zal duren, variaties van 1 uur tot enkele dagen zijn echter mogelijk. Na de latente periode ontstaan sterk jeukende erythemen, gevolgd door blaarvorming. Gaan de blaren kapot, dan ontstaan soms zeer grote rode wondvlakken.
Bij lagere doses, zoals bij blootstelling van de huid aan damp, verdwijnt de jeuk. Na vervelling van de huid verdwijnen vervolgens de lesies. De huid kan nog lange tijd bruin blijven. Bij hoge doses b.v. bij een vloeistofbesmetting verschijnen na 12 tot 48 uren de eerste blaren.

Figuur III. I S 48 uur na een besmetting met HD (mosterdgas) (de besmette kleding werd na 4 uur dragen uitgetrokken)

Naarmate de latente periode korter duurt zijn de optredende verschijnselen ernstiger. Niet alle huidgebieden zijn even gevoelig voor de inwerking van blaartrekkende strijdmiddelen. Met name die huidgebieden welke rijk zijn aan zweetklieren zijn gevoeliger, b.v. de oksels, de genitalia, de nek, de billen en de huid van de handrug. Het zijn juist de tengevolge van de huidbeschadigingen optredende infecties die aanleiding kunnen zijn tot een fatale afloop. Blaarvorming kan enige dagen aanhouden. De blaren worden vaak zeer groot en bevatten een heldere lichtgele vloeistof. Meestal gaan de blaren vanzelf kapot. Bij intacte kiemlaag treedt in ongeveer drie weken volledig herstel op. Waar de kiemlaag beschadigd is kunnen etterende necrotiserende wonden zichtbaar worden. Deze necrose kan zeer diep zijn, soms zelfs tot op het bot. Het kan weken tot maanden duren voordat deze lesies onder vorming van littekenweefsel volledig zijn geheeld. In ernstige gevallen kunnen deze littekens aanleiding geven tot bewegingsbeperking (contractuur).

(2) Ogen
Ook hier is sprake van een latente periode van enige uren die echter korter is dan bij blootstelling van de huid. Hierna gaan de ogen tranen en ontstaan ontstekingsachtige verschijnselen. In een later stadium worden de ogen uitzonderlijk pijnlijk en ontstaan krampen in de oogleden. De patiënt wordt lichtschuw. Uitgezonderd bij zeer lage doses ontstaan vervolgens oedeem van de oogleden en ontstekingen van het bindvlies, het hoornvlies en het oogwit. In zeer ernstige gevallen kan dat leiden tot irreversibele blindheid. Bij genezing ontstaan meestal geen littekens.

(3) Ademhalingswegen
Op dezelfde wijze als bij huid en ogen ontstaan na een latente periode beschadigingen aan de slijmvliezen van de longen en de bovenste luchtwegen. Eerst leidt dit tot snotteren, schorheid en keelpijn. Er ontwikkelt zich een droge hoest die later overgaat in een slijmerige hoest eventueel met bloed. De stembanden kunnen zodanig worden aangetast dat de stem geheel verdwijnt. In ernstige gevallen ontstaan atelectase, oedeem en necrose van het longslijmvlies.
Necrotisch weefsel kan loslaten en de luchtwegen geheel of gedeeltelijk afsluiten. In dergelijke omstandigheden is de kans op een ernstige longontsteking zeer groot. Een patiënt kan uiteindelijk overlijden door ademhalingsobstructie of aan een niet te beheersen longontsteking.

(4) Maag-darmkanaal
Slijmvliezen van het maag-darmkanaal worden door direct contact met blaartrekkende strijdmiddelen, bijvoorbeeld door het consumeren van besmet voedsel of drinkwater, aangetast.
De slijmvliesbeschadiging veroorzaakt misselijkheid, braken, diarree (mogelijk met bloed) en darmkrampen.

(5) Systemische werking
De alkylerende werking van mosterdgasderivaten leidt tot remming van de celgroei, vooral bij snel groeiende cellen.
Daardoor ontstaat diarree, misselijkheid, braken, hoofdpijn, duizeligheid, beschadiging van de geslachtsklieren en vermindering van het aantal witte bloedlichaampjes (leucopenie).
Zeer hoge doses kunnen leiden tot hartstilstand.
Door oedeemvorming in de longen moet het hart harder pompen om het bloed door de longen te sturen. Dit gaat op den duur niet meer waardoor vergroting van de rechter hartkamer optreedt. Dit noemt men cor pulmonale. Bovendien zijn mosterdgasderivaten mutageen, carcinogeen en teratogeen.

(6) Werkingsmechanisme
Mosterdgasderivaten zijn sterk alkylerende agentia. Hieronder wordt verstaan dat deze verbindingen zich met hun alkylgroepen aan andere stoffen chemisch kunnen binden. In de cel is speciaal het DNA, de verbindingen waar de erfelijke informatie in is opgeslagen, hiervoor gevoelig. De cel wordt in zijn groei geremd omdat het DNA zich bij de celdeling niet meer kan splitsen (zie figuur 111.16).
Dit betekent dat vooral snel delende cellen in weefsels van slijmvliezen, beenmerg en geslachtsorganen (teelballen en eierstokken) als eerste worden beschadigd. Huidbeschadigingen, zoals erytheem en blaren, treden op doordat bij het herstel van de schade aan het DNA een gebrek ontstaat aan een bepaalde chemische verbinding in de cel. Hierdoor kan de cel zijn celmembraan niet intact houden en ontstaat een storing in de hechting aan de onderlaag.

3. Arseenverbindingen*

* Er zijn diverse blaartrekkende arseenverbindingen bekend. Als chemisch strijdmiddel komt voorshands alleen lewisiet in aanmerking.

a. Fysische en chemische eigenschappen
Het technische produkt lewisiet is een stroperige lichtbruine vloeistof met de geur van geraniums.
Lewisiet is instabiel in water en hydrolyseert als volgt:

ClCH = CH - AsCl2 + H20 -> ClCh = CH - AsO + 2HCI

Het gevormde chloorvinyl-arsenigoxide heeft zelf ook nog blaartrekkende eigenschappen.
Indien loog of een oxiderend agens wordt toegevoegd ontleedt lewisiet tot onschuldige produkten. Ontsmetting kan plaatsvinden met loog of met chlorerende oplosmiddelen.

b. Verspreiding
Als bij mosterdgasderivaten.

c. Detectie
Met de bij de krijgsmacht in gebruik zijnde detectieuitrustingen kunnen arseenverbindingen worden aangetoond.
Bij contact met lewisiet treedt onmiddellijk een pijngevoel op.

d. Militaire toepassingen
Als bij mosterdgasderivaten, de arseenverbindingen zijn evenwel minder toxisch maar hebben een snellere uitwerking.
In tegenstelling tot HD zijn mengsels met L door hun verlaagde vriespunt geschikt te worden gebruikt onder koude weersomstandigheden. Een mengsel met het laagst mogelijke vriespunt, het z.g. eutectisch mengsel, bestaat uit 36 gewichtsprocent L en 37 gewichtsprocent HD. Voor minder ongunstige omstandigheden kunnen, omdat HD effectiever is dan L, mengsels met een hoger gehalte aan HD (b.v. 5070) worden toegepast.

e. Toxicologie en farmacologie
(1) Algemeen
Deze zijn in grote lijnen gelijk aan die van mosterdgasderivaten. De verschijnselen treden sneller op en zijn kwantitatief ernstiger. In het oog veroorzaakt lewisiet onmiddellijk een branderig gevoel. Systemische vergiftigingen met lewisiet leiden tot lage bloeddruk en temperatuurverlaging.
Het is ook giftig voor lever en nieren. Verder neemt de vaatpermeabiliteit toe, waardoor oedeemvorming optreedt en de hematocrietwaarde stijgt. De oedeemvorming in de longen kan cor pulmonale veroorzaken (zie 2.e.(5)). Zeer hoge doses kunnen een arseenvergiftiging veroorzaken met als gevolg zeer ernstige aandoeningen van het maag darmkanaal, sterke diarree, braken en krampen. Later treden convulsies op en volgt de dood.

(2) Werkingsmechanisme
Lewisiet dringt snel in de huid door. Het mechanisme van blaarvorming is niet bekend. De veel snellere werking dan bij mosterdgas en zijn derivaten doet vermoeden dat (ook)
andere mechanismen dan bij mosterdgas in het spel zijn. Arseen bindt zich aan verschillende soorten eiwitten, vooral de zwavelhoudende. Deze worden door arseen
geïnactiveerd waardoor enzymatische processen worden verstoord.

4. Gehalogeneerde oximen*

* Hoewel ook andere gehalogeneerde oximen als chemisch strijdmiddel in aanmerking kunnen komen, beperkt de beschrijving hier zich tot fosgeenoxim.

a. Fysische en chemische eigenschappen
Fosgeenoxim is een wit kristallijn poeder met een smeltpunt van 40°C. Het is oplosbaar in water. In zuur milieu is fosgeenoxim tamelijk stabiel, maar bij hoge pH treedt snelle en heftige hydrolyse op. Ook als vaste stof is fosgeenoxim instabiel. Het heeft een onaangename geur en werkt in hoge concentraties prikkelend op de slijmvliezen.

b. Verspreiding
Met betrekking tot de verspreiding zijn geen gegevens bekend.

c. Detectie
Met de bij de krijgsmacht in gebruik zijnde detectieuitrusting kan fosgeenoxim worden aangetoond maar niet worden onderscheiden van fosgeen en Bifosgeen.
Bij contact met fosgeenoxim treedt onmiddellijk een hevig pijngevoel op.

d. Militaire toepassingen
Fosgeenoxim heeft sterk afwijkende eigenschappen t.o.v. de overige blaartrekkende strijdmiddelen. Contact van de huid met fosgeenoxim is onmiddellijk dermate pijnlijk dat daarna het gebruik van de persoonlijke beschermende uitrusting vrijwel onmogelijk is.

e. Toxicologie en farmacologie
Fosgeenoxim kan zowel via de huid als door de ademhalingswegen het bloed bereiken. Contact met fosgeenoxim is uitzonderlijk pijnlijk. In het begin lijkt het alsof het slachtoffer een brandnetel heeft aangeraakt. Binnen enkele seconden wordt de pijn vrijwel ondraaglijk. De getroffen huid wordt wit met een cirkelvormig erytheem er omheen. Deze verwonding staat bekend als 'chart wheel' (wagenwiel). Hierna treedt zwelling, vervelling en diepe necrotisering op met vorming van korsten en etter. Genezing van deze wonden kan maanden duren. Bij contact met de ogen treedt ernstige oogontsteking op die meestal geneest zonder restverschijnselen.
De ademhalingswegen worden sterk aangetast waarbij snel oedeem ontstaat. Deze aantasting kan ook via de bloedbaan plaatsvinden na resorptie door de huid. Een fosgeenoximvergiftiging via de huid kan dodelijk verlopen. De dood bij een fosgeenoximvergiftiging treedt in door ademstilstand, eventueel door longobstructie. Het werkingsmechanisme van de gehalogeneerde oximen is onvoldoende bekend.

5. Behandelingsprincipes

Profylaxe tegen blaartrekkende strijdmiddelen is niet mogelijk. Ontsmetting vindt plaats met huidontsmettingspoeder. Huidontsmetting moet geschieden voordat roodheid of blaarvorming optreedt, omdat ontsmetting daarna zinloos en bovendien pijnlijk is. Met mosterdgas besmette huid mag NOOIT met water worden ontsmet omdat het mosterdgas dan over een groter oppervlak wordt verspreid waardoor de ernst van de vergiftiging zal toenemen.
Causale behandeling van dit soort vergiftigingen is niet mogelijk. Bij het treffen van de juiste geneeskundige maatregelen, waarbij infectiepreventie en het zo lang mogelijk uitstellen van beademing op de voorgrond staan, zal vrijwel altijd genezing mogelijk zijn, tenzij onbehandelbare longinfecties optreden. Infectiepreventie vindt plaats door partiële darmdecontaminatie met daarvoor geschikte antibiotica. Bacteriën en schimmels uit de eigen darm vormen namelijk de grootste bedreiging voor de patiënt. Deze kunnen gemakkelijk via de anus terecht komen op de daar omheen liggende huid in de liesstreek en rond en op de geslachtsorganen. Juist in deze huidregio's veroorzaken blaartrekkende strijdmiddelen vaak ernstige lesies. Via de beschadigde huid kunnen microorganismen gemakkelijk in de bloedsomloop terecht komen. Dit veroorzaakt een bacteriaemie. De door blaartrekkende strijdmiddelen veroorzaakte schade aan het beenmerg leidt tot een verminderde weerstand tegen infecties. Hierdoor kunnen de in het bloed doorgedrongen micro-organismen zich in het bloed, maar ook elders, vermenigvuldigen. Dit noemt men sepsis. Een sepsis is een levensbedreigende situatie.

6. Plaatsbepaling van de geneeskundige handelingen

a. Huid
(1) Zelfhulp-kameradenhulp (zhkh)
Blaren en wonden moeten, net als bij brandwonden, droog en steriel worden afgedekt. In verband met infectiegevaar geen vastzittende kleding lostrekken en in geen geval crèmes, vet, olie, zalf, melk of wat dan ook op de blaren of in de wonden smeren. Jeuk kan worden behandeld door afkoeling met water. Lesies veroorzaakt door mosterdgas mogen echter niet met water in aanraking worden gebracht.

(2) Geneeskundige hulp
In de ziekenboeg, bataljons hulppost dan wel geneeskundige hulppost kan het binnendringen van micro-organismen via de huid worden belemmerd door het insmeren van de huid met een antiseptisch middel. Net als bij behandeling van brandwonden wordt daarvoor een zilversulfadiazinecrème (Flammazine° ) gebruikt, die in dikke lagen wordt opgebracht. Eventueel kan deze laag worden afgedekt met droog steriel, met aluminium gecoat, verband (metalline).
Als op deze wijze te werk wordt gegaan zullen de huidlesies in het algemeen binnen enkele weken redelijk goed genezen.
In het algemeen geldt dat huidlesies eigenlijk niet werkelijk behandelbaar zijn en dat het accent moet liggen op het voorkomen van infecties. Ernstige jeuk kan, naast het spoelen met water of met calaminelotion, worden behandeld met systemisch toegediende antihistaminica. Deze jeuk blijkt vaak zeer therapieresistent. Het gebruik van corticosteroïdcrèmes moet in principe worden vermeden. Lokaalanesthetica werken over het algemeen onvoldoende tegen jeuk. Pijn moet systemisch worden bestreden.

b. Ogen
(1) Zelfhulp-kameradenhulp (zhkh)
Zo spoedig mogelijk spoelen met veel water staat op de eerste plaats waarbij de ogen geopend moeten worden gehouden.
Bij mosterdgas zal direct daarna de nat geworden huid met huidontsmettingspoeder moeten worden ontsmet.

(2) Geneeskundige hulp
Gebruik van lokaalanesthetica is slechts toegestaan bij - in het kader van de behandeling - aanraken van het oog. Ter voorkoming van verklevingen kan éénmaal daags één druppel atropine 1% worden toegediend. Ogen besmet met lewisiet kunnen, mits binnen 10 minuten na besmetting, worden behandeld met BAL-zalf (British Anti Lewisite, ook wel dimercaprol genoemd). Deze stof complexeert arseenverbindingen. Vervolgens moeten de ogen met water worden schoongespoeld.
Infecties kunnen worden behandeld met chlooramfenicol oogzalf of -druppels, of met bacitracine-neomycine oogzalf. Gezien het gevaar van een superinfectie mogen ogen niet profylactisch met antibiotica worden behandeld. Door veel patiënten wordt een indifferente steriele oogzalf als plezierig ervaren. Voor eenvoudige desinfectie kunnen ook chloorhexidine oogdruppels worden gebruikt. Met corticosteroiden bevattende oogdruppels moet, wegens het infectiegevaar, uiterst voorzichtig worden omgegaan. Als echter onherstelbare oogschade dreigt kunnen zij als uiterste maatregel worden toegediend.

c. Ademhalingswegen
(1) Zelfhulp-kameradenhulp (zhkh)
Absolute rust is noodzakelijk. De patiënt moet zo min mogelijk worden verplaatst en zich zo min mogelijk bewegen, ook tijdens de latente periode.

(2) Geneeskundige hulp
De toediening van diazepam (Valium) moet worden overwogen. Bestrijding van pijn vindt plaats met opiaten (pas op ademhalingsdepressie), onderdrukking van hoesten met codeïne of noscapine. Externe ondersteuning van de ademhaling kan de longlesies doen verergeren en geeft aanleiding tot pneumothorax. Dit laatste kan ook spontaan optreden bij hoesten, iets dat deze patiënten veel doen. Beademing moet worden gezien als een uiterste maatregel. Zelfs zeer lage arteriële zuurstofspanningen worden nog geaccepteerd voordat beademing wordt ingezet. Patiënten waarbij beademing toch niet kan worden gemist moeten soms zeer lang (maanden) worden beademd, alvorens de longlesies zodanig zijn afgenomen dat beademing kan worden gestaakt. Er zijn aanwijzingen dat gedurende deze lange tijd de longbeschadigingen wel degelijk langzaam herstellen.

d. Systemisch
Na een ernstige vergiftiging met mosterdgasderivaten, waarbij resorptie plaatsvindt, kan natrium thiosulfaat worden toegediend. Dosis: 40 gram(!) i.v. Deze toediening moet binnen 20 minuten na blootstelling geschieden. Het mechanisme berust op een chemische reactie van thiosulfaat met het mosterdgasderivaat in het bloed. De hierbij ontstane verbindingen zouden niet meer alkylerend werken.
Lewisietvergiftigingen kunnen worden behandeld met 200 mg i.m. dimercaprol injecties. Het is een pijnlijke injectie met veel bijwerkingen zoals misselijkheid, diarree, duizeligheid, hoofdpijn. zweten en afwijkingen van het bloedbeeld. De gevormde arseencomplexen worden via de nieren uitgescheiden.
Fosgeenoximintoxicaties zijn niet causaal behandelbaar.
Het systemisch toedienen van antibiotica moet pas worden overwogen indien verschijnselen duiden op systemische infecties of pneumonieën. Het profylactisch systemisch toedienen van antibiotica, met uitzondering van die welke mogelijk onderdeel uitmaken van de selectieve darmdecontaminatie en van de frontchirurgie, is vanwege het gevaar van selectie van resistente stammen gecontra-indiceerd.
Het gebruik van corticosteroïden moet in principe worden vermeden. Dit staat op gespannen voet met hetgeen in oudere leerboeken wordt aangeraden. Corticosteroïden belemmeren een adequate infectieafweer, die als gevolg van de vergiftiging vaak reeds ernstig is aangetast. Een uitzondering hierop vormen ernstige oogontstekingen, maar ook dan is voorzichtigheid geboden.

7. Eigenschappen van blaartrekkende strijdmiddelen

Gescande pagina's; klik op het plaatje voor een vergroting

 

Naar deel D