7000 Supplementen

Supplement 1

7100 Wettelijke bepalingen Kernenergiewet

De in deze handleiding aangehaalde wetten, besluiten en voorschriften zijn hieronder vermeld.

Arbowet Arbeidsomstandighedenwet (18-03-1999 Stb. 1999, 184; i.w.tr. 01-11-1999 Stb. 1999, 450)
BbK Bijdragenbesluit Kernenergiewet 1981 (25-06-1981 Stb. 1981, 455; i.w.tr. 25-07-1981 Stb. 1981, 455)
Bkse Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (04-09-1969 Stb. 1969, 403; i.w.tr. 01-01-1970 Stb. 1969, 514)
Bs Besluit stralingsbescherming (16-07-2001 Stb. 2001, 397; i.w.tr. 01-03-2002 Stb. 2002, 81)
Bvser Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen, en radioactieve stoffen (04-09-1969 Stb. 1969, 405; i.w.tr. 01-01-1970 Stb. 1969, 514)
Gemeentewet Gemeentewet (14-02-1992 Stb. 1992, 96; i.w.tr.01-03-1993 Stb. 1993, 610)
Kew Kernenergiewet (21-02-1963 Stb. 1963, 82; i.w.tr. 27-03-1963 Stb. 1963, 82)
Provinciewet Provinciewet (10-09-1992 Stb. 1992, 550; i.w.tr. 01-01-1994 Stb. 1993, 667)
Rgs Regeling gebruiksartikelen stralingsbescherming (05-04-2002 Stcrt. 2002, 95; i.w.tr. 25-05-2002 Stcrt. 2002, 95)
Rgir Regeling goedgekeurde ionisatie-rookmelders 2004 (11-05-2004 Stcrt. 2004, 96; i.w.tr. 26-05-2004 Stcrt. 2004, 96)
Rrba Regeling radionucliden bevattende aanwijsinstrumenten (05-04-2002 Stcrt. 2002, 124; i.w.tr. 05-07-2002 Stcrt. 2002, 124)
Rwis Regeling waarschuwingssignalering ioniserende straling (28-02-2002 Stcrt. 2002, 45; i.w.tr. 07-03-2002 Stcrt. 2002, 45)
tReod Tijdelijke Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (14-07-2003 Stcrt. 2003, 136; i.w.tr. 20-07-2003 Stcrt. 2003, 136)
VdK Vrijstellingsbesluit defensie Kernenergiewet (13-07-2002 Stb. 2002, 404; i.w.tr. 11-10-2002 Stb. 2002, 497)
Wbig Wet beroepen individuele gezondheidszorg (11-11-1993 Stb. 1993, 655; i.w.tr. 01-12-1995 Stb. 1995, 559)
Wbp Wet bescherming persoonsgegevens (06-07-2000 Stb. 2000, 302; i.w.tr. 01-09-2001 Stb. 2001, 337)
Wm Wet milieubeheer (13-06-1979 Stb. 1979, 442; i.w.tr. 01-09-1980 Stb. 1980, 443).
Wrzo Wet rampen en zware ongevallen (30-01-1985 Stb. 1985, 88; i.w.tr. 01-03-1985 Stb. 1985, 101)

 

Supplement 2

7200 Afkortingen

De in deze handleiding gebruikte afkortingen met hun betekenis zijn hieronder vermeld.

ACS Adviescommissie Stralingshygiëne
AI Arbeidsinspectie
ALARA As Low As Reasonable Achievable
AMVO Aanvraag, Mutatie, Vermissing, en Opzegging
Arbowet Arbeidsomstandighedenwet
BbK Bijdragenbesluit Kernenergiewet
BGGZ Bedrijfsgroep Gezondheidszorg
Bkse Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen
BORI Backoffice Radiologische Informatie
Bs Besluit stralingsbescherming
Bvser Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen, en radioactieve stoffen
CDC Commando Dienstencentra
CDS Commandant der Strijdkrachten
CEMG Coördinatiecentrum Expertise Militaire gezondheidszorg
COVRA Centrale organisatie voor radioactief afval
d Directeur
DMG Directie Militaire Gezondheidszorg
DP Defensie publicatie
H Hoofd
i Inspecteur
IMG Inspectie Militaire Gezondheidszorg
Kew Kernenergiewet
KMAR Koninklijke Marechaussee
MFR Medisch-fysisch rapport
MP Ministeriële Publicatie
MvD Ministerie van Defensie
NL-POMS Prepositioned organizational material sites in Nederland
NSN NATO-stock number
OPCO Operationeel Commando
PSM Persoonlijk stralingscontrolemiddel
RES Radiation Exposure State
RIF Registratie / informatieformulier voor kernmaterieel en toestellen
SBD Bureau StralingsBeschermingsdienst Defensie
STANAG Standardization Agreement
Stb Staatsblad
Stcrt Staatscourant
SV Standaard voorschriften
SZW Sociale Zaken en Werkgelegenheid
TLD Thermoluminescentie dosismeter
TNO Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek
Trb Tractatenblad
tREOD Tijdelijke Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen
VdK Vrijstellingsbesluit defensie Kernenergiewet
VROM Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, en Milieubeheer
VW Verkeer en Waterstaat
VWS Volksgezondheid, Welzijn, en Sport
Wbig Wet beroepen individuele gezondheidszorg
Wbp Wet bescherming persoonsgegevens
Wgs Wet gevaarlijke stoffen
Wm Wet milieubeheer
Wrzo Wet rampen en zware ongevallen

 

Supplement 3

(zie onder paragraaf 2310)

7300 Aanwijsinstrumenten

Een aanwijsinstrument is als volgt gedefinieerd: instrument voor tijd- of plaatsbepaling, dan wel voor het meten, bepalen of aan geven van andere grootheden, bestemd voor gebruik op of in de directe omgeving van personen. Een kerkklok is dus geen aanwijsinstrument in de zin van het Besluit stralingsbescherming. Bedoeld zijn, naast horloges, (duikers)klokken etc., ook alle mogelijk afleespanelen van navigatie-instrumenten in vliegtuigen, boten etc.
Er is geen vergunning nodig voor het voorhanden hebben en toepassen van aanwijsinstrumenten waarbij:

  1. uitsluitend H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf wordt, onderscheidenlijk is toegevoegd voor verlichtingsdoeleinden;
  2. minder dan 1 GBq H-3 of 10 MBq Pm-147 is toegepast;
  3. wordt voldaan aan bepaalde constructie-eisen;
  4. geen herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht waarbij een onderdeel van het aanwijsinstrument, waaraan voor verlichtingsdoeleinden H-3 in lichtcellen of Pm-147 in lichtgevende verf is toegevoegd, van zijn omhulsel wordt ontdaan;
  5. niet meer dan 100 aanwijsinstrumenten voorhanden zijn.

Ten aanzien van de constructie moet gelden (i) dat deze de gebruiker onder normale omstandigheden beschermt tegen rechtstreekse aanraking van de met lichtgevende verf behandelde delen en (ii) dat het omhulsel bètastraling met lage energie afdoende afschermt, waarbij het doorzichtige deel van het omhulsel op elk punt minstens een laagdikte overeenkomende met 50 mg per cm2 heeft en bestand is tegen de omstandigheden, optredende bij normaal gebruik van het uurwerk, daaronder begrepen stoten, schokken, en vallen.

Wel is een vergunning nodig indien:

  1. de aanwijsinstrumenten meer dan de in punt 2 aangegeven hoeveelheden H-3 of Pm-147 bevatten, maar in totaal een lagere activiteit bevatten dan 3 GBq H-3 of 30 MBq Pm-147, en voldoen aan bepaalde constructie-eisen;
  2. meer dan 100 aanwijsinstrumenten voorhanden zijn.

Het is verboden om andere radioactieve stoffen dan genoemd in punt 1 in aanwijsinstrumenten toe te passen. Dit geldt niet voor aanwijsinstrumenten die voor verlichtingsdoeleinden minder dan 56 kBq Ra-226+ of minder dan 0,93 GBq H-3 in lichtgevende verf bevatten. Voorwaarde is dat deze instrumenten zijn vervaardigd vóór de inwerkingtreding van het Besluit Stralingsbescherming. Tevens moet het merkteken T 25 of Ra 1,5 onderscheidenlijk voor H-3 en Ra-226+ in lichtgevende verf, worden aangebracht op een vanaf de buitenzijde van het instrument zichtbare plaats.
Voor het voorhanden hebben van aanwijsinstrumenten welke meer dan 56 kBq Ra-226+ of meer dan 0,93 GBq H-3 in lichtgevende verf bevatten en onderdeel uitmaken van een tentoonstelling, is niet verboden maar wel vergunningplichtig.

Onder een tritium lichtcel (of: bétalight) wordt in deze handleiding verstaan een hermetisch gesloten glazen omhulling, gevuld met getritieerd waterstofgas (3HH en 3H2 of HT en T2), waarvan de binnenzijde is bedekt met een fosforescerende stof.
Voor het aanwenden van tritium lichtcellen is een autorisatie vereist.
Een autorisatie voor het aanwenden van tritiumlichtbronnen wordt slechts verleend indien het doel waarvoor de lichtbron zal worden gebruikt slechts kan worden bereikt door gebruik te maken van tritium bevattende lichtcellen of als de toepassing van tritium aanmerkelijke voordelen biedt boven andere uitvoeringen.
Instrumenten waarin zich tritiumlichtbronnen bevinden, moeten zijn gemerkt met het waarschuwingsteken voor ioniserende straling:

  1. Tritiumlichtbronnen die meer dan 1 GBq, maar minder dan 3 GBq bevatten, moeten zijn gemerkt met het teken "T 3 GBq";
  2. Tritiumlichtbronnen die meer dan 3 GBq bevatten, moeten zijn gemerkt met het teken "T ... Ci", waarbij voor "Ci" de activiteit moet worden vermeld, uitgedrukt in de traditionele eenheid curie (Ci; 1 Ci = 37 GBq) of -indien het waarschuwingsteken hierop niet kan worden aangebracht- zijn gemerkt met een geel/zwart gekleurde stip.

Voorbeelden van toepassingen die het gebruik van tritium rechtvaardigen en waarvoor een autorisatie kan worden verleend, zijn: (i) het (mogelijk) voorkomen van persoonlijk letsel en (ii) het verhogen van de betrouwbaarheid van het materieel waarin de lichtbron is verwerkt met betrekking tot de veiligheidsaspecten.

Naar hoofdstuk 8