6111 In deze sectie worden aspecten behandeld met betrekking tot de melding van een (vermoedelijk) stralingsongeval. Vervolgens wordt in de secties 6200 en 6300 ingegaan op de inhoud van de veiligheidsinstructies en rapportage omtrent de voorvallen. Tenslotte wordt in sectie 6400 aangegeven hoe moet worden gehandeld in geval van vermissing of diefstal van kernmaterieel of een toestel.
6121 Ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zich een stralingsongeval heeft voorgedaan is verplicht dit terstond te melden aan het voor de betreffende inrichting geldend alarmnummer voor stralingsongevallen.
6122 De melding dient de volgende gegevens te bevatten:
6131 De commandant draagt er zorg voor dat in de algemene ongevalsinstructie ten behoeve van personen die zich in de inrichting bevinden:
6132 De commandant onder wiens verantwoordelijkheid de inrichting ressorteert waar kernmaterieel, een kerninrichting of kernuitrusting wordt aangewend, zorgt ervoor dat de brandweer en andere daarvoor in aanmerking komende hulpverlenende instanties zijn geïnformeerd omtrent de bereikbaarheid van de verantwoordelijk deskundige.
6133 De commandant draagt er tevens zorg voor dat de aangewezen functionaris die de melding van een (vermoedelijk) stralingsongeval ontvangt, is geïnstrueerd omtrent de personen en/of instanties die moeten worden gewaarschuwd.
6141 Deze functionaris moet terstond in ieder geval de volgende personen waarschuwen:
6142 Indien de verantwoordelijk deskundige niet bereikbaar is, moet de melding worden gericht aan h-SBD (zie punt 6171).
6151 De verantwoordelijk deskundige moet op de hoogte zijn van de actuele lokatie(s) waar kernmaterieel, een kerninrichting of kernuitrusting wordt aangewend, dan wel een toestel wordt gebruikt. Tevens moet hij op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren die het aanwenden dan wel het gebruik onder omstandigheden met zich brengt.
Bij (een vermoeden van) een stralingsongeval waarbij personen zijn betrokken, moet hij een schatting maken van de doses die deze personen mogelijkerwijs hebben ontvangen.
6152 Indien een radioactieve bron zodanig beschadigd is geraakt dat dit (een vermoeden van) een stralingsongeval oplevert, moet de verantwoordelijk deskundige -nadat hij zich ervan vergewist heeft dat de maatregelen genoemd in punt 6223 genomen zijn- onmiddellijk h-SBD waarschuwen (zie punt 6171). H-SBD meldt dit door aan de IMG
6153 Bij brand neemt de verantwoordelijk deskundige de leiding op zich zolang de brandweer niet ter plaatse is. Hij regelt de toegang tot de getroffen ruimte(n) en geeft instructies conform het brandbestrijdingsplan (zie punt 1452.c). Tevens draagt hij er zorg voor dat onmiddellijk h-SBD gewaarschuwd wordt (zie punt 6171). H-SBD meldt dit door aan de IMG.
6154 Indien een civiel of Defensiebrandweerkorps ter plaatse is neemt de betrokken brandweercommandant de leiding over en laat zich door de verantwoordelijk deskundige informeren omtrent de lokatie(s) waar de radioactieve bronnen zich bevinden alsmede omtrent de (te verwachten) gevaren voor de gezondheid.
6161 De verantwoordelijk arts moet op de hoogte zijn van de gezondheidsschade die het gevolg kan zijn van een stralingsongeval dat zich binnen de inrichting kan voordoen. Tevens moet hij op de hoogte zijn van de maatregelen die hij bij een stralingsongeval moet nemen conform DMG 023.
6162 Bij een besmetting en/of uitwendige bestraling van personen leidende tot een effectieve (volg)dosis die (vermoedelijk) groter is dan 20 mSv (jaardosislimiet voor blootgestelde werknemers) moet de verantwoordelijk arts onmiddellijk contact opnemen met het cluster Stralingshygiëne van het CEMG (zie punt 6171) in verband met de coördinatie van de behandeling van de personen en de melding van het stralingsongeval aan de betrokken regionale inspecteur van de Volksgezondheid.
6163 Bij een besmetting en/of uitwendige bestraling van personen leidende tot een effectieve (volg)dosis die (vermoedelijk) groter is dan 1 mSv, moet de verantwoordelijk arts in eerste instantie handelen volgens de betreffende EHBO-instructiekaart(en).
6164 Een voorbeeld van een EHBO-instructiekaart toepasbaar voor een uit- en/of inwendige besmetting met tritium, is gegeven in bijlage 13 (voormalig IK 8-110).
6165 Vervolgens moet de verantwoordelijk arts het stralingsongeval melden aan het cluster Stralingshygiëne CEMG (zie punt 6171). Het cluster Stralingshygiëne kan een stralingsarts inschakelen.
6166 In het contact met het cluster Stralingshygiëne kan blijken dat het noodzakelijk is lichaamsmateriaal (bijvoorbeeld bloed, urine, faeces) af te nemen teneinde de opgenomen activiteit dan wel het verloop ervan vast te stellen. Het onderzoek van het afgenomen lichaamsmateriaal vindt plaats in opdracht van hetzij de verantwoordelijk arts, hetzij het cluster Stralingshygiëne. Dit geldt eveneens voor een onderzoek met een totale lichaamsteller (whole body counter). Het cluster Stralingshygiëne bepaalt waar dit onderzoek zal plaatsvinden.
In het contact wordt eveneens besproken of aan het gestelde in paragraaf 1250 toepassing moet worden gegeven en hoe de voorlichting aan belanghebbenden gestalte moet krijgen.
6167 De verantwoordelijk arts informeert tevens de stafarts van het betreffende OPCO omtrent alle stralingsongevallen waarbij personen betrokken zijn.
6171 Berichten in verband met stralingsongevallen gericht aan het cluster Stralingshygiëne CEMG en SBD kunnen hetzij rechtstreeks (zie telefoonnummers vermeld in bijlage 14, bereikbaarheid cluster Stralingshygiëne CEMG) hetzij via het alarmtelefoonnummer van SBD (zie punt 81422 in bijlage 14) worden gemeld. Dit alarmnummer is 24 uur per dag bereikbaar.
6172 Op basis van de melding bepaalt h-SBD of er aanleiding is om de betrokken regionale Inspectiedienst SZW (Ministerie van SZW) en/of Afdeling Toezicht Straling, Stoffen en producten van de inspectie Milieuhygiëne (Ministerie van VROM) en/of Inspectie Gezondheidszorg (Ministerie van VWS) in te lichten.
6211 Op grond van het gestelde in punt 1712 moet in de veiligheidsinstructie zijn aangegeven hoe moet worden gehandeld wanneer zich een stralingsongeval voordoet.
In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de inhoud van de veiligheidsinstructie op deze punten, voor zover deze instructie betrekking heeft op het aanwenden van kernmaterieel, een kerninrichting of kernuitrusting, of het gebruik van een toestel.
6212 In paragraaf 5430 is reeds ingegaan op de inhoud ter zake van de veiligheidsinstructie voor het vervoer van kernmaterieel.
6221 In alle veiligheidsinstructies moet worden aangegeven dat onmiddellijk:
6222 Tevens moet in alle veiligheidsinstructies worden aangegeven:
6223 In de veiligheidsinstructie voor radioactieve bronnen moet worden opgenomen dat, indien deze bron zodanig is beschadigd dat dit kan leiden tot een stralingsongeval de volgende maatregelen moeten worden getroffen, in aanvulling op het gestelde in punt 3223:
6311 De betrokken deskundige stelt een verslag op waarin tenminste de volgende gegevens omtrent het stralingsongeval zijn opgenomen:
6312 Dit verslag moet binnen twee weken na het ongeval door de verantwoordelijk deskundige door tussenkomst van de commandant naar h-SBD worden gezonden. H-SBD zendt een afschrift van dit rapport aan de IMG.
6321 Afhankelijk van de omstandigheden, de aard van de besmetting, en de radioactieve stof kan een geneeskundig onderzoek op (inwendige) besmetting van personen aanleiding geven tot:
6322 Bij een aanvraag van een besmettingsmeting moeten tenminste de volgende gegevens worden vermeld:
6323 De rapportage van de meting zal omvatten:
6324 De resultaten van bovenvermeld onderzoek moeten worden vastgelegd in het medische dossier van betrokkenen.
6331 De in paragraaf 6160 bedoelde verantwoordelijk arts stelt eveneens een verslag op, waarin tenminste is opgenomen of en zo ja waarom is afgeweken van de behandeling volgens de EHBO-instructiekaart.
Dit verslag moet worden gevoegd bij het medisch dossier van de betrokken persoon.
Wanneer de in punt 6163 bedoelde situatie zich heeft voorgedaan worden deze gegevens bovendien toegezonden aan de bij het stralingsongeval betrokken stralingsarts, voorzover nodig met toestemming van degene op wie de gegevens betrekking hebben.
6332 Tevens wordt het verslag ingeval bij de behandeling is afgeweken van de EHBO-instructiekaart, voorzover nodig met toestemming van betrokkene, toegezonden aan het cluster Stralingshygiëne CEMG.
Voorzover nodig met toestemming van betrokkene, worden (i) genomen preventieve en/of therapeutische maatregelen en (ii) dosimetrische onderzoeksresultaten ter bepaling van de omvang van een eventuele besmetting en/of bestraling, alsmede zonodig verricht laboratoriumonderzoek, door de voor de behandeling van betrokkene verantwoordelijk (stralings)arts toegezonden aan het cluster Stralingshygiëne CEMG.
6333 Indien de behandeling van de betrokken persoon langer duurt dan twee weken dient tenminste éénmaal per maand een voortgangsrapport naar het cluster Stralingshygiëne CEMG te worden verzonden.
6411 Een ieder die constateert dat een stralingsbron (mogelijk) vermist is, moet dit terstond melden aan de verantwoordelijk deskundige.
6412 Indien de verantwoordelijk deskundige heeft vastgesteld dat de stralingsbron inderdaad wordt vermist, moet hij terstond de commandant, h-SBD (zie punt 6171), de autorisatiehouder en de Koninklijke Marechaussee hiervan in kennis stellen.
6421 De verantwoordelijk deskundige rapporteert vervolgens binnen twee weken schriftelijk door tussenkomst van de commandant de volgende gegevens aan SBD: welke stralingsbron het betreft, de (vermoedelijke) datum waarop en de (vermoedelijke) plaats waar de vermissing of diefstal werd geconstateerd.
6422 Op basis van de melding bepaalt h-SBD of er aanleiding is om de betrokken regionale milieu-inspectie in te lichten.