5000 Het vervoeren van kernmaterieel
5100 Algemeen
5110 Inleiding
5111 Het vervoeren van kernmaterieel is te beschouwen als een vorm van vervoer van
gevaarlijke stoffen. Voorschriften betreffende dit vervoer zijn opgenomen in het op de
Kernenergiewet gebaseerde Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen, en radioactieve stoffen
(Bvser).
Het uitgangspunt van de voorschriften is steeds dat bestraling en/of besmetting van
mensen, dieren, planten, milieu, en/of goederen zo veel mogelijk wordt voorkomen.
5112 Uit de voorschriften Bvser blijkt in welke gevallen een autorisatie vereist is voor
het vervoeren.
Dit hangt af van:
- het type kernmaterieel;
- de hoeveelheid kernmaterieel;
- de aggregatietoestand van het kernmaterieel;
- de wijze van vervoer;
alsmede van de vraag of
- het kernmaterieel zich in een instrument bevindt;
- samenlading plaatsvindt met andere gevaarlijke stoffen;
- tijdelijke opslag in het kader van het vervoer noodzakelijk is; en
- grensoverschrijdend vervoer plaatsvindt.
5113 Uit de voorschriften Bvser de daarin genoemde voorschriften (zoals het
Vervoer over Land van Gevaarlijke stoffen, VLG) blijkt tevens hoe moet worden gehandeld indien geen
autorisatie is vereist.
In verband daarmee gaan zij in op de vraag:
- of het vervoer mag plaatsvinden per spoor, over land, over water en/of door de
lucht;
- welk type vervoermiddel gekozen mag worden;
- welke verpakkingseisen gelden;
- welke etiketteringen noodzakelijk zijn;
- onder welke voorwaarden een samenlading met andere gevaarlijke stoffen is
toegestaan;
- wat de inhoud moet zijn van de vereiste documentatie, bestaande uit een
vervoersinstructie en een veiligheidsinstructie voor het vervoer;
- welke overige veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden; en
- of een regeling moet worden getroffen omtrent de aansprakelijkheid voor schade
toegebracht aan derden.
5114 De voorschriften Bvser gaan ook in op deze vragen, voorzover het vervoer
betreft waarvoor een autorisatie vereist is.
5115 Vanwege de complexiteit en de omvang van de betreffende regelgeving is het
niet mogelijk hiervan in deze handleiding een samenvatting op te nemen.
5120 Vervoer bij Defensie
5121 De commandant is verplicht het vervoer van kernmaterieel te melden aan SBD.
SBD draagt zorg voor de melding van dit vervoer aan de KMar. De KMar kan controleren of aan de
vervoersvoorschriften wordt voldaan.
5122 Melding van vervoer van kernmaterieel is niet noodzakelijk indien het
vervoer uitsluitend plaatsvindt over Nederlands grondgebied en:
- de hoeveelheid te vervoeren activiteit per nuclide onder de in
bijlage 15.1
vermelde waarde voor vrijgestelde zending blijft;
- het een gebruiksartikel betreft dat valt onder de Regeling gebruiksartikelen stralingsbescherming.
Indien het te vervoeren nuclide niet in bijlage 15.1 staat vermeld, dient contact opgenomen te worden met SBD.
5123 Voorgenomen vervoer over Nederlands grondgebied door
een krijgsmacht van een bondgenootschappelijke mogendheid moet aan h-SBD worden
gemeld middels het Df 3506004 (Meldingsformulier) zie bijlage 10.
Dit formulier is verkrijgbaar via de formulierbeheerder van het onderdeel. SBD meldt het voorgenomen vervoer eveneens aan de KMar, zodat deze kan controleren of aan de
vervoersvoorschriften wordt voldaan.
5124 Aan vervoer van kernmaterieel dat niet gemeld hoeft te worden, kunnen nog
wel voorschriften verbonden zijn. Deze voorschriften staan vermeld in
bijlage 15.
5125 In de autorisatie voor het aanwenden van het kernmaterieel, of in een aparte
autorisatie voor het vervoeren van kernmaterieel kunnen nadere vervoersinstructies zijn opgenomen.
5126 De commandant kan contact opnemen met SBD voor advisering over de voorschriften
voor het voorgenomen vervoer.
5127 Op inhoud en tijdstip van melding wordt nader ingegaan in sectie
5200. In paragraaf 5130 wordt aangegeven wanneer een
bestemmingsverklaring in verband met het vervoeren vereist is, terwijl in sectie 5300
de taken worden beschreven van degenen die bij het vervoer zijn betrokken. In sectie 5400
wordt nader ingegaan op de inhoud van de vervoers- en veiligheidsinstructie voor het vervoer.
5128 In geval van meevoeren gelden voor het betreffende kernmaterieel geen
vervoersvoorschriften. Onder meevoeren wordt verstaan het vervoeren van:
- kernmaterieel bestemd voor gebruik door de eigen bemanning, of
- kernmaterieel dat tot de uitrusting van de bemanning hoort, of
- kernmaterieel bevattende (wapen)systeem of –systemen die onderdeel uitmaken van het voertuig.
5130 Bestemmingsverklaring in verband met het vervoeren
5131 Indien sprake is van autorisatieplichtig vervoer, stelt d-CEMG een
bestemmingsverklaring op waarin staat vermeld dat het vervoer plaatsvindt in opdracht van Defensie. Tijdens
het vervoeren dient (een kopie van) de bestemmingsverklaring aanwezig te zijn in het vervoermiddel.
5132 Indien geen sprake is van autorisatieplichtig vervoer maar van het vervoeren
van autorisatieplichtig kernmaterieel, dient tijdens het vervoeren (een kopie van) de bestemmingsverklaring
behorende bij de autorisatie in het vervoermiddel aanwezig te zijn indien het:
- een vervoerder betreft die niet tot Defensie behoort;
- grensoverschrijdend vervoer of vervoer buiten Nederlands grondgebied betreft.
5200 Melding van voorgenomen vervoer
5210 Inleiding
5211 Alvorens tot melding wordt overgegaan moet de commandant -voor zover deze
geen autorisatiehouder is- zich ervan vergewist hebben dat de autorisatiehouder
toestemming geeft voor het vervoeren. Tevens moet hij zich ervan vergewist hebben dat
de eenheid of organisatie waarvoor het kernmaterieel bestemd is (hierna te noemen de
ontvanger) volgens de nationale regelgeving gerechtigd is het kernmaterieel aan te
wenden.
5220 Inhoud van de melding
5221 De melding, die schriftelijk dient te geschieden, moet de volgende gegevens
bevatten:
- naam van de aanvragende eenheid;
- naam van de eenheid of organisatie waarvandaan het kernmaterieel vervoerd
zal worden (hierna te noemen de afzender);
- naam van de ontvanger;
Indien deze niet tot Defensie behoort, moet eveneens een verklaring worden
gevoegd van de bevoegde nationale autoriteit dat de ontvanger:
- voldoet aan alle relevante nationale eisen met betrekking tot het
aanwenden van het beschreven kernmaterieel en
- volgens de nationale regelgeving gerechtigd is om het beschreven
kernmaterieel in ontvangst te nemen.
- naam, adres, telefoon- en faxnummer van de contactpersonen van de onder a.
tot en met c. bedoelde eenheden of organisaties;
- de vermoedelijke datum / data van vervoer of de periode waarbinnen het vervoer
zal plaatsvinden;
- een opgave omtrent het te vervoeren kernmaterieel, bestaande uit een
omschrijving van de radioactieve nuclide(n), de activiteit daarvan, en de
aggregatietoestand van het kernmaterieel; en
- een aanduiding van de wijze van vervoer (per spoor, over land, over water, en/of
door de lucht).
5222 Tevens moet bij de melding worden aangegeven of
- het kernmaterieel zich in een omhulsel of instrument bevindt;
- samenlading plaatsvindt met andere gevaarlijke stoffen, dan wel of het een
combinatie van gevaarlijke stoffen betreft;
- opslag van het kernmaterieel in verband met het vervoer zal plaatsvinden; en
- grensoverschrijdend vervoer zal plaatsvinden.
5223 Indien sprake is van één of meer van de drie laatstgenoemde omstandigheden,
dan:
- moet worden aangegeven met welke andere gevaarlijke stoffen de samenlading
plaatsvindt respectievelijk welke combinatie van gevaarlijke stoffen het betreft;
en/of
- moet een nauwkeurige omschrijving worden gegeven van de plaats(en) waar
opslag in verband met het vervoer zal plaatsvinden; en/of
- moet worden aangegeven van welke bondgenootschappelijke krijgsmacht het
kernmaterieel afkomstig is respectievelijk voor welke bondgenootschappelijke
krijgsmacht het kernmaterieel bestemd is; dan wel
- moet -indien het kernmaterieel afkomstig is van respectievelijk bestemd is voor
een lidstaat van de EG dan wel een niet tot de EG behorende staat- worden
aangegeven tussen welke staten het vervoer plaatsvindt.
5224 Indien ten tijde van de melding reeds duidelijk is dat een autorisatie vereist is dan
wel indien naar aanleiding van de melding blijkt dat dit nodig is moet in ieder geval
eveneens opgave worden gedaan van:
- het voorgestelde traject waarlangs het vervoer zou moeten plaatsvinden;
- de vervoermiddel(en), waarmede het overbrengen zal worden verricht; en
- naam, adres, telefoon- en faxnummer van degenen die het vervoer zullen
verrichten (hierna te noemen de vervoerder).
5230 Tijdstip van de melding
5231 Indien vaststaat dat geen autorisatie vereist is moet de melding moet uiterlijk vier
werkdagen voor de voorgenomen datum van vervoer door h-SBD zijn ontvangen.
In alle andere gevallen geldt een termijn van vier weken.
5300 Taken in verband met vervoer
5310 Inleiding
5311 In de betreffende vervoersvoorschriften (bijvoorbeeld het VLG) wordt
beschreven wat de taken van de afzender, de vervoerder en de ontvanger zijn. In het navolgende worden beknopt
de taken vermeld, die de afzender, de vervoerder, en de ontvanger hebben in verband met het vervoeren.
5320 Taken van de afzender
5321 De afzender is ervoor verantwoordelijk dat:
- zeker gesteld is dat het vervoer kan plaatsvinden (zie punt
5211);
- het te vervoeren kernmaterieel wordt verpakt in het voorgeschreven type
verpakking;
- de voorgeschreven etiketteringen op de verpakking zijn aangebracht (zie bijlage 11 voor de gevaarsetiketten);
- de colli voorafgaande aan het laden in een daarvoor geschikte ruimte of
bergplaats worden opgeborgen;
- het juiste type vervoermiddel wordt gebruikt; en
- de vervoers- en veiligheidsinstructie voor het vervoer zijn opgesteld (zie onder
sectie 5400) en samen met de colli en -indien van toepassing- de bestemmingsverklaring (zie onder paragraaf
5130) zijn overhandigd aan de vervoerder.
5322 De afzender is ervoor verantwoordelijk dat de vervoerder geïnformeerd is
omtrent:
- de noodzakelijke inrichting en uitrusting van het vervoermiddel;
- de aard van het te vervoeren kernmaterieel;
- een eventueel verbod tot samenlading;
- de door de bevoegde autoriteit voorgeschreven bijzondere maatregelen, die
moeten worden genomen bij laden, (opslag in het kader van) overbrengen, en
lossen;
- de vereiste maatregelen in verband met de stralingsbescherming van personen
betrokken bij (opslag in het kader van) overbrengen, de daarbij te gebruiken
hulpmiddelen en de maatregelen te nemen bij stralingsongevallen; en
- een eventuele begeleiding tijdens het overbrengen met het oog op de
verkeersveiligheid en/of stralingshygiëne.
5323 De afzender is ervoor verantwoordelijk dat de ontvanger geïnformeerd is
omtrent de (vermoedelijke) datum van ontvangst.
5330 Taken van de vervoerder en degene die het overbrengen feitelijk uitvoert
5331 De vervoerder is ervoor verantwoordelijk dat:
- in het vervoermiddel de noodzakelijke inrichting en uitrusting aanwezig zijn;
- een in punt 5322 onder c bedoeld samenladingsverbod in acht wordt genomen;
- de vervoers- en veiligheidsinstructie voor het vervoer en -indien van toepassing-
de bestemmingsverklaring (zie onder paragraaf 5130) worden overhandigd aan
personen betrokken bij (opslag in het kader van) overbrengen; en
- deze personen van deze instructies kennis hebben genomen.
5332 De vervoerder is ervoor verantwoordelijk dat de ontvanger en de in punt 5322
onder f bedoelde begeleidingseenheid wordt geïnformeerd omtrent de feitelijke datum
van het overbrengen.
5333 Degene die het overbrengen feitelijk uitvoert is er verantwoordelijk voor dat:
- tijdens het overbrengen van het kernmaterieel geen passagiers worden
meegenomen;
- indien de route niet als bijzondere maatregel is voorgeschreven, het
overbrengen langs de kortst mogelijke route plaats vindt, de bebouwde kom
zoveel mogelijk wordt vermeden, alsmede het traject zoveel als mogelijk zonder
onderbreking wordt afgelegd;
- een stilstaand vervoermiddel niet onbeheerd achterblijft, en;
- bij overdracht de bestemmingsverklaring bij het collo wordt gevoegd.
5334 Bij opslag in het kader van het overbrengen geldt dat de colli met het
kernmaterieel alléén dan in het vervoermiddel mogen achterblijven indien opslag in een
daartoe geschikte bergplaats niet mogelijk is. In dat geval dient het vervoermiddel in een
afgesloten ruimte te worden geplaatst dan wel gedurende de opslagperiode te worden
bewaakt.
De genoemde opslagperiode dient beperkt te blijven tot het minimaal noodzakelijke, doch
mag in ieder geval niet langer zijn dan drie achtereenvolgende etmalen.
5340 Taken van de ontvanger
5341 De ontvanger is ervoor verantwoordelijk dat:
- het kernmaterieel op de juiste wijze door de lokale verantwoordelijk deskundige
wordt overgenomen van de vervoerder;
- het kernmaterieel in een daarvoor geschikte ruimte of bergplaats wordt
opgeborgen indien dit materieel door onvoorziene omstandigheden niet op de
geplande manier kan worden overgenomen;
- de colli worden uitgepakt, waarbij het pakmateriaal moet worden gecontroleerd
op radioactieve besmetting, zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde;
- indien er sprake is van een ontoelaatbare besmetting van een collo zowel de
afzender als de vervoerder daarvan in kennis worden gesteld; en
- de etikettering op de verpakkingen wordt verwijderd, dan wel anderszins
definitief onleesbaar en betekenisloos wordt gemaakt.
5350 Dosislimieten
5351 Bij de uitvoering van de hiervoor genoemde taken moet het uitgangspunt zijn dat
de stralingsbelasting zoveel mogelijk wordt beperkt. Tevens moet rekening worden
gehouden met de hierna te noemen dosislimieten.
5352 Het effectief dosistempo op plaatsen waar personeel zich bevindt dat het
overbrengen feitelijk uitvoert mag niet groter zijn dan 0,5 microsievert per uur (0,5 μSv/h).
Indien na afweging van alle betrokken belangen blijkt dat hieraan niet kan worden voldaan, moet het overbrengen
worden uitgevoerd door personeel dat is aangesteld als blootgestelde werknemer (zie onder paragraaf 1120).
5353 Bij het overbrengen mag het effectief dosistempo onder normale
vervoersomstandigheden op geen enkel punt aan de buitenzijde van de verpakking groter
zijn dan 2 millisievert per uur en op een afstand van 2 meter van het oppervlak ervan niet
groter dan 100 μSv/h.
5400 Vervoers- en veiligheidsinstructie voor het vervoer
5410 Algemeen
5411 Ieder die betrokken is bij (opslag in het kader van) het overbrengen van
kernmaterieel moet door de vervoerder in het bezit zijn gesteld van een schriftelijke
vervoers- en veiligheidsinstructie voor het vervoer en -indien van toepassing- de
bestemmingsverklaring (zie onder paragraaf 5130). De instructies en de
bestemmingsverklaring moeten tijdens het overbrengen in de cabine van het
vervoermiddel aanwezig zijn. Bij de overdracht van het kernmaterieel moet de bestemmingsverklaring bij het
collo worden gevoegd.
5420 Vervoersinstructie
5421 In de vervoersinstructie dienen de volgende gegevens te worden opgenomen:
- naam en verzendadres van de afzender alsmede telefoon- en faxnummer van
de contactpersoon van de afzender;
- naam en bezorgadres van de ontvanger alsmede telefoon- en faxnummer van
de contactpersoon van de ontvanger;
- de aanduiding van het kernmaterieel (nuclide) en de colli (categorie en transportindex) met de
letterlijke tekst, inclusief de daarbij gebruikte tekstopmaak, zoals weergegeven in het op dit vervoer
van toepassing zijnde vervoersreglement of zoals vermeld in de autorisatie of de daarvan afgeleide
bestemmingsverklaring voor het aanwenden van het kernmaterieel dan wel in de aparte autorisatie voor
het vervoer;
- de totale activiteit van het kernmaterieel tijdens het overbrengen;
- de verklaring van de afzender dat "de verpakking en de etikettering voldoen aan
de voorschriften van het betrokken vervoersreglement";
- de in punt 5322 onder d bedoelde bijzondere maatregelen;
- informatie die van belang kan zijn met het oog op overige veiligheidsaspecten
tijdens (opslag in het kader van) overbrengen, indien samenlading met andere
gevaarlijke stoffen plaatsvindt, dan wel het een combinatie van gevaarlijke
stoffen betreft; en
- indien in verband met vervoer een bestemmingsverklaring vereist is, mogen de
gegevens vermeld onder c en d voorzover zij gerubriceerd zijn, niet in de
vervoersinstructie worden opgenomen.
5430 Veiligheidsinstructie voor het vervoer
5431 De veiligheidsinstructie voor het vervoer moet zijn opgesteld met
inachtneming van het gestelde in punt 1712.
Op beknopte wijze moet daarin worden vermeld:
- dat het vervoermiddel nooit onbeheerd mag achterblijven;
- op welke wijze hulpverlenende organisaties kunnen worden ingeschakeld
(alarmtelefoonnummers);
- dat het vervoermiddel na een (stralings)ongeval zover mogelijk van de verkeersstroom moet worden verplaatst en dat omstanders op afstand moeten worden
gehouden, daarbij rekening houdend met de windrichting; en
- welke maatregelen moeten worden genomen in geval van brand. In het bijzonder
moet worden duidelijk gemaakt welke (groepen) blusmiddelen persé niet mogen
worden gebruikt.
5432 Indien daartoe op grond van de aard van het te vervoeren kernmaterieel
aanleiding is moet de veiligheidsinstructie bovendien aangeven welke maatregelen
genomen moeten worden bij stralingsongevallen.
In dat geval moet -indien relevant- op beknopte wijze:
- een beschrijving worden gegeven van aard van het gevaar dat het kernmaterieel
kan veroorzaken, evenals de veiligheidsmaatregelen die genomen moeten
worden om dit gevaar af te wenden. Met name moet worden beschreven:
i) welke maatregelen genomen moeten worden en welke zorg verleend
moet worden in het geval dat een individu aan ioniserende straling
tengevolge van het kernmaterieel kan zijn blootgesteld en
ii) welke maatregelen genomen moeten worden in het geval dat de
verpakking of colli breuk of beschadiging vertonen, waarbij verspreiding
van het kernmaterieel kan hebben plaatsgevonden; en
- op welke wijze aanvullende informatie over het vervoerde kernmaterieel kan
worden ingewonnen (telefoonnummers en adressen).
5433 Een voorbeeld van een veiligheidsinstructie voor het vervoer
(IK
3-23) is gegeven in
bijlage 12.
Naar hoofdstuk 6