Regeling ter uitvoering van:
| Vastst./Wijz datum | Bron | Nummer | Wijz. t.a.v. | Inwerkingtr. datum |
| 03-12-85 | DMP/AMP | PP 85/091/4294 | 03-12-85 | |
| 27-05-88 | DMP/AMP | PP 88/091/1685 | art. 7 | 01-06-88 |
| 01-08-94 | DAVB | PAV6167/94019083 | Aanhef & Art. 1, sub c | (3) |
| 03-10-01 | DAVB | P/2001006772 | Bedragen naar Euro | 01-01-02 |
| 09-05-05 | HDP | P/2005007085 | Art. 11a (nw) | 11-05-05 |
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. "minister"
de minister van defensie;
b. "militair"
de militaire ambtenaar of de dienstplichtige als bedoeld in artikel 1 van het
AMAR respectievelijk artikel 1 van het RRDpl;
c. "ambtenaar"
de ambtenaar als bedoeld in het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie of
de werknemer bedoeld in het Arbeidsovereenkomstenbesluit, in dienst van
het Ministerie van Defensie;
d. "schade"
schade aan of verlies van eigendommen van de militair of ambtenaar alsmede schade aan of verlies van de door derden aan de zorg van de ambtenaar
of de militair toevertrouwde goederen ontstaan in verband met de dienstuitoefening.
Op zijn verzoek wordt aan de militair of de ambtenaar de schade geheel of gedeeltelijk vergoed, met toepassing van het bepaalde in deze regeling indien en voorzover:
De militair of de ambtenaar is verplicht schade zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken.
1. De omvang van de schade kan, onverminderd het bepaalde in artikel 6, nooit hoger worden vastgesteld dan de dagwaarde van het betrokken goed.
2. De dagwaarde van het goed wordt berekend door de vervangingswaarde te verminderen met de waardevermindering die het goed, uitgaande van zijn vervangingswaarde en de gemiddelde gebruiksduur, in de loop der tijd heeft ondergaan.
3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt bij schade aan brillen de schadevergoeding vastgesteld op de vervangingswaarde van de bril.
1. Ingeval de ontstane schade redelijkerwijs door reparatie kan worden opgeheven, dienen de gemaakte c.q. de te maken noodzakelijke reparatiekosten als basis voor de vaststelling van de omvang van de schade, waarbij de waardevermindering die in bepaalde gevallen ondanks reparatie kan resteren, mede in beschouwing genomen.
2. In geval de ontstane schade redelijkerwijs door reparatie kan worden opgeheven, doch van deze mogelijkheid geen gebruik wordt gemaakt, wordt de omvang van de schade vastgesteld op de dagwaarde van het goed voor beschadiging, verminderd met de restwaarde van het goed na beschadiging.
3. Ingeval de ontstane schade niet door reparatie kan worden opgeheven, wordt de omvang van de schade vastgesteld op de dagwaarde van het goed voor beschadiging, verminderd met de eventuele restwaarde van het goed na beschadiging.
Bij de vaststelling van de schade-omvang bedoeld in de artikelen 4 en 5, wordt tevens rekening gehouden met de gemaakte kosten voor een noodzakelijke tijdelijke voorziening, in afwachting van reparatie resp. vervanging.
1. De bevoegdheid om ten aanzien van de militair deze regeling toe te passen voor schadevergoedingen die maximaal € 350 bedragen, komt met inachtneming van het bepaalde in het derde lid, sub a, en het vierde lid, sub b, toe aan de hieronder genoemde functionarissen.
Indien de militair behoort tot:
2. De bevoegdheid om ten aanzien van ambtenaren namens de minister deze regeling toe te passen voor schadevergoedingen die maximaal € 350 bedragen, komt met inachtneming van het derde lid, sub a, en het vierde lid, sub b, toe aan de hieronder genoemde autoriteiten:
3. De bevoegdheid om deze regeling toe te passen is voorbehouden aan de minister indien:
4. In de gevallen waarin bij de afdoening van schade uit dezelfde oorzaak verschillende van de in het eerste en tweede lid vermelde autoriteiten bevoegd zijn, dient:
Verzoeken om schadevergoeding worden schriftelijk ingediend bij de tot beslissing bevoegde autoriteit volgens het bij deze regeling in bijlage 2 gevoegde model.
De beslissing op een verzoek om schadevergoeding wordt onder vermelding van het bedrag der eventueel toegekende vergoeding aan de militair of de ambtenaar schriftelijk en gemotiveerd kenbaar gemaakt, met gebruikmaking van het model zoals in bijlage 3 bij de regeling gevoegd.
Op verzoeken om schadevergoeding, welke zijn ingediend op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, zijn de bepalingen van deze regeling van toepassing, ook al mocht het schadegeval zich feitelijk op een vroeger tijdstip hebben voorgedaan.
1. De volgende regelingen vervallen:
Met ingang van 11 mei 2005 berust deze regeling op artikel 62, derde lid, van het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.
Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling schadevergoedingen 1985"
en treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening.
A. In te vullen door verzoeker
1. Voorletters en naam
Registratienummer
Adres
Functie
2. Naam dienstonderdeel
Correspondentie-adres dienstonderdeel
Telefoonnummer
3. Datum en tijdstip van het ontstaan van de schade
Plaats van het ontstaan van de schade
Welke werkzaamheden verrichtte u toen de schade ontstond?
Kunnen deze werkzaamheden beschouwd worden als behorend tot u normale taak? (antwoord a.u.b. toelichten).
4. Voorletters en namen van eventuele getuigen
5. Hoe is de schade ontstaan? Geef een nauwkeurige omschrijving, opdat een goede voorstelling van de gebeurtenis kan worden verkregen (eventueel ter verduidelijking een situatieschets bijvoegen).
6. Omschrijving van het beschadigde of verloren gegane voorwerp en de aard van de schade.
7. Is reparatie mogelijk?
Zo ja, wat zijn de gemaakte c.q. te maken kosten? (bewijsstuk overleggen).
Is tijdelijke vervanging van het beschadigde goed noodzakelijk geweest? Zo ja, antwoord a.u.b. toelichten. Wat zijn de kosten? (bewijsstuk overleggen)
8. Wat was de waarde van het beschadigde of verloren gegane goed ten tijde van de aanschaf? (z.m. bewijsstuk overleggen)
Wat is de waarde van een eventueel nieuw aan te schaffen voorwerp? (z.m. bewijsstuk overleggen)
Hoelang was het beschadigde of verloren gegane goed reeds in gebruik?
Wat is de restwaarde van het goed? (z.m. bewijsstuk overleggen resp. toelichten)
9. Kan de schade elders verhaald worden?
(bijv. middels een verzekering)
(antwoord a.u.b. toelichten)
Indien de schade is veroorzaakt door een andere militair of door een ander burgerpersoneelslid, de voorletters en naam opgeven.
10. Hoe luidt uw bank- of postrekeningnummer?
Aldus naar waarheid opgemaakt,
......................., ............................, ..............................................
(plaats) (datum) (handtekening)
B. In te vullen door of namens commandant/hoofd van de desbetreffende diensteenheid.
11. Is de schade ontstaan in verband met de opgedragen werkzaamheden?
(antwoord a.u.b. toelichten)
Is de schade te wijten aan eigen schuld of onzorgvuldigheid van de verzoeker? (antwoord a.u.b. toelichten)
Zijn de eventueel geldende voorschriften van dienstzijde nageleefd?
12. Eventuele bijzondere onstandigheden die invloed kunnen hebben op de beslissing omtrent het toekennen van een schadevergoeding.
......................., ............................, ..............................................
(plaats) (datum) (handtekening commandant / hoofd van dienst)
De ....................................................................................................................... 1)
beslist op het verzoekt tot toekenning van schadevergoeding ingediend door:
Naam + voorletters : .........................................................................................
Adres : .........................................................................................
Woonplaats : .........................................................................................
Reg.nr. : .........................................................................................
met betrekking tot de schade ontstaan op ............................ 2) te ............................... 3);
dat het verzoek om vergoeding van schade geheel/gedeeltelijk 4) wordt toegestaan/afgewezen 4);
5)
dat het te vergoeden bedrag bedraagt € ..........,..... 6) en zal worden overgemaakt op bankrekening/postrekening 4) nr. .................................................................. .
De ................................... van Defensie
voor deze 9)
................................................................ 1)
................................................................ 7)
................................................................ 8)
2) Datum waarop de schade is ontstaan.
3) Tijdstip waarop de schade is ontstaan.
4) Doorhalen wat niet van toepassing is.
5) Indien het verzoek tot toekenning van schadevergoeding geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, dient dit op deze plaats gemotiveerd te worden.
6) Hoogte van het toe te kennen bedrag.
7) Handtekening.
8) Naam van de tot beslissing bevoegde autoriteit.
9) Alleen van toepassing indien het ambtenaren betreft.
A. Wettelijke aansprakelijkheid
1. Bij het beoordelen van de vraag of wettelijke aansprakelijkheid zich voordoet, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of het handelen of nalaten, als gevolg waarvan de schade is ontstaan, al dan niet in strijd is met de zorgvuldigheid of wettelijke verplichtingen; bijvoorbeeld omdat de geldende (veiligheids-)voorschriften niet zijn nageleefd.
De staat is eveneens aansprakelijk indien en voor zover de schade het gevolg is van onjuiste of kennelijk onzorgvuldige taakuitoefening van een andere militair of een ander burgerpersoneelslid in dienst van het Ministerie van Defensie.
2. In de tweede plaats dient steeds te worden nagegaan of er een oorzakelijk verband bestaat tussen dat handelen of nalaten en de opgetreden schade en of de schade het regelijk te verwachten gevolg is van het handelen of nalaten. Dit laatste kan met name van belang zijn voor de vaststelling van de omvang van de aansprakelijkheid.
3. In de derde plaats moet ook steeds worden zekergesteld dat de gedupeerde zelf geen verwijt is te maken ten aanzien van de onstane schade, op grond van eigen schuld of onvoorzichtigheid c.q. gedeeltelijk eigen schuld of onvoorzichtigheid. Hier is o.a. sprake van indien:
4. De enkele omstandigheid dat schade is ontstaan tijdens de diensturen, terwijl deze niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid van de gedupeerde is te wijten, vormt op zich onvoldoende basis om te concluderen tot wettelijke aansprakelijkheid van de werkgever.
5. De dienst kan uiteraard ook wettelijk aansprakelijk zijn ten aanzien van schade aan particuliere motorvoertuigen of rijwielen, die door de militair of de ambtenaar op de voorgeschreven wijze zijn geparkeerd op terreinen en binnenplaatsen of zijn gestald in gebouwen van het Ministerie van Defensie, dan wel gebruikt worden op die terreinen of in die gebouwen. Door het enkele feit van het geven van gelegenheid tot parkeren of stallen ontstaan echter geen aanspraken of eventuele schadevergoeding.
B. Billijkheid
Wanneer vaststaat dat Defensie niet wettelijk aansprakelijk is, danwel wanneer wettelijke aansprakelijkheid niet of niet voldoende kan worden vastgesteld, kan een schadevergoeding op grond van billijkheid worden overwogen. Voorwaarde is dat de schade niet elders (gedeeltelijk) verhaalbaar is. Bij de verdere toetsing of op grond van billijkheid schade kan worden vergoed, kunnen dezelfde elementen worden nagegaan als bij de beoordeling van de wettelijke aansprakelijkheid, zonder dat voor de toekenning van een schadevergoeding op grond van billijkheid aan elk van de elementen hoeft te zijn voldaan. Tevens kan rekening worden gehouden met de omvang van de schade in relatie met de financiële omstandigheden van de betrokkene.
C. Schade aan particuliere bril
De militair of de ambtenaar heeft met inachtneming van het gestelde in artikel 2 onder a en b aanspraak op een schadevergoeding van rijkswege inzake geheel of gedeeltelijk verlies dan wel beschadiging van zijn particuliere bril of contactlenzen, voor zover ontstaan door omstandigheden verband houdende met de uitoefening van de dienst, indien hem nog geen dienstbril was verstrekt.
Een schadevergoeding als vorenbedoeld kan eveneens worden toegekend aan een militair aan wie reeds een dienstbril was verstrekt, doch die daarover op het tijdstip van het verlies of de beschadiging van zijn particuliere bril of contactlenzen niet beschikte als gevolg van oorzaken, die hem redelijkerwijs niet kunnen worden verweten.
D. Voorkomen van schade
In beginsel wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor de beschadiging van eigendommen, waarvan het niet noodzakelijk dan wel niet redelijk is deze in verband met c.q. tijdens de dienstuitoefening te dragen of op andere wijze in dienstruimen bij zich te hebben of te bewaren.
E. Vaststellen van de schade
1. Onder vervangingswaarde dienst de aanschaffingsprijs van een nieuw gelijkwaardig goed te worden verstaan.
2. Bij de overweging of de schade redelijkerwijs door reparatie kan worden opgeheven en de daaruit voortvloeiende kosten zullen worden vergoed, dient een economisch verantwoorde reparatie het uitgangpunt te zijn.
3. Voor de vaststelling van de eventuele restwaarde van een goed, kan van verschillende mogelijkheden worden uitgegaan. Indien het beschadigde goed bijvoorbeeld nog niet verkocht kan worden, wordt de restwaarde vastgesteld op het verkoopbedrag.
Indien het een goed betreft waarvan het gebruikelijk is het te laten taxeren, dan wordt de restwaarde bepaalde op de taxatie-waarde.
4. De kosten van een tijdelijke voorziening, in afwachting van vervanging of reparatie van het beschadigde goed gemaakt, kunnen bij de vaststelling van de schade-omvang alleen in aanmerking worden genomen, indien de militair of de ambtenaar de noodzaak van die tijdelijke voorziening heeft aangetoond.
F. Schade veroorzaakt door militair of burgerpersoneel
In de gevallen waarin schade is veroorzaakt door een militair of door een lid van het burgerpersoneel dient te worden nagegeaan of de Regeling schadeverhaal 1982 eveneens toepassing dient te vinden.
De autoriteit die belast is met de toekenning van de schadevergoeding informeert daartoe de autoriteit die in de betreffende situatie bevoegd is tot een eventueel schadeverhaal over te gaan.
G. Overleg met de Directie Juridische Zaken
Ingeval van onzekerheid betreffende de aansprakelijkheid, de omvang van de schade of het bedrag van de schadevergoeding dient overleg plaats te vinden met de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van Defensie.
H. Ondertekening
1. De in artikel 7, eerste lid genoemde autoriteiten ondertekenen een beslissing op het verzoek tot schadevergoeding als zelfstandige functionaris.
2. De in artikel 7, tweede lid genoemde autoriteiten ondertekenen een beslissing op het verzoek tot schadevergoeding als volgt:
De Minister van Defensie voor deze, ...................... (benaming autoriteit).
3. Voor wat betreft het burgerpersoneel kan het mandaat aan de betrokken burgerpersoneelschef van genoemde autoriteit worden overgedragen. De ondertekening luidt in dat geval De Minister van Defensie, voor deze, ..................... (functie-aanduiding burgerpersoneelschef). Benadrukt zij dat de personeelschef in deze gevallen niet ondertekent namens de autoriteit die in bijlage I is vermeld.
4. De bevoegdheid tot het vergoeden van de schade als genoemd in artikel 7, eerste en tweede lid strekt zich uit over het personeel - dat anders dan krachtens detachering - organiek is ingedeeld bij de daarin genoemde autoriteiten, voor zover ten aanzien van dit personeel niet reeds een lagere autoriteit is aangewezen.
Met betrekking tot burgerpersoneel geldt dat deze bevoegdheid, anders dan de aanstellingsbevoegdheidm zich uitstrekt over al het burgerpersoneel en derhalve niet beperkt is tot de bij delegatie en mandaat gebruikelijk gehanteerde rangsbegrenzingen (tot en met schaal 9, resp. tot schaal 12).
5. In de gevallen waarin de bevoegdheid tot toepassing van de regelin is voorbehouden aan de minister dienen de op de schade betrekking hebbende bescheiden te worden gezonden aan de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van Defensie, indien het schade betreft vallend onder artikel 2 onder a. Betreft het schade vallend onder artikel 2 onder b dan dienen de bescheiden te worden voorgelegd aan de directies personeel van de verschillende krijgsmachtdelen respectievelijk aan de directie burgerpersoneel, t.a.v. de desbetreffende afdeling burgerpersoneelzaken.
I. Betaalbaarstelling
1. Van de beslissing op een verzoek tot schadevergoeding, bedoeld in artikel 9 van paragraaf 4, dient een afschrift te worden gezonden aan het Hoofd Logistieke Dienst, de Gewestelijk administrateur/HBBE/Comptabele van de eenheid waarbij betrokkene in onderhoud is gesteld.
2. Voor de betaalbaarstelling wordt een formulier model NSN 7530-17-048-0654/ df 190 opgemaakt met daarbij gevoegd de in punt 1 genoemde beslissing. De uitgaven dienen te worden verantwoord op artikel 022, volgnummer 3560, ordonnateur 083 van het dienstjaar 1985 of overeenkomstig artikel in de volgende jaren.
Voetnoten:
1. (Red.) Zie tevens de formulieren DF 31-110/1, verzoek om vergoeding van schade, en Df 31-110/2, beslissing op verzoek tot toekenning van schade.
3. Datum inwerkingtreding voor wat betreft de aanhef is 01-01-91, datum inwerkingtreding art. 1, sub c is 01-04-93