Gelet op de artikelen 71 en 168 van het Burgerlijk Ambtenarenreglement Defensie;
| Vastst./Wijz datum | Bron | Nummer | Wijz. t.a.v. | Inwerkingtr. datum |
| 12-05-03 | DAVB | P/2003002630 | 12-05-03 | |
| 06-04-05 | HDP | P/2005003699 | Artikel 1 | 01-01-05 |
| 24-05-06 | HDP | P/2006016331 | Art. 1, 2, 5, 6 en bijlage | 05-09-05 |
In deze regeling wordt verstaan onder:
1. Eed:
de eed als bedoeld in
artikel 71 van het Burgerlijk Ambtenaren Reglement Defensie, af te leggen
volgens het formulier zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
2. Belofte:
de belofte als bedoeld in
artikel 71 van het Burgerlijk Ambtenaren Reglement Defensie, af te leggen
volgens het formulier zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
3. Ambtenaar:
de burgerambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk
ambtenarenreglement defensie.
4. commandant:
de commandant als bedoeld in
artikel
3, eerste lid onderdeel c van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
1. De commandant draagt er zorg voor dat de ambtenaar zo spoedig mogelijk na aanstelling, doch in ieder geval binnen drie maanden na aanstelling, de eed of belofte aflegt.
2. De ambtenaar wordt hiertoe door of namens de commandant schriftelijk opgeroepen.
3. Het eerste lid is niet van toepassing indien de ambtenaar reeds eerder in het kader van een aanstelling of tewerkstelling bij het Rijk of als burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie, een eed of belofte heeft afgelegd.
De ambtenaar bepaalt of hij de eed dan wel de belofte aflegt.
1. De eed of belofte wordt afgelegd ten overstaan van de commandant.
2. De eed of belofte wordt afgelegd in aanwezigheid van een getuige die wordt aangewezen door de autoriteit.
1. Het afleggen van de eed geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier als bedoeld in de bijlage van deze regeling, door de commandant, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: “Zo waarlijk helpe mij God Almachtig”.
2. Het afleggen van de belofte geschiedt door voorlezing van de tekst van het formulier als bedoeld in de bijlage van deze regeling, door de autoriteit, waarna de ambtenaar woordelijk uitspreekt: “Dat verklaar en beloof ik”.
3. De eed wordt staande afgelegd, waarbij de ambtenaar de twee voorste vingers van de rechterhand opsteekt. De belofte wordt staande afgelegd, zonder handopsteken.
1. Het formulier, in tweevoud opgemaakt, wordt door de ambtenaar, de getuige en de commandant ondertekend.
2. De ambtenaar ontvangt een exemplaar, het andere exemplaar wordt in het personeelsdossier van de ambtenaar opgelegd.
Indien de ambtenaar, gelet op diens godsdienstige overtuiging, op een andere wijze de eed of belofte wil afleggen wordt van deze wijze van afleggen aantekening gemaakt op het formulier.
De ambtenaar die geen eed of belofte heeft afgelegd en op wie artikel 2, derde lid, niet van toepassing is, legt alsnog zo spoedig mogelijk de eed of belofte af conform het bepaalde in deze regeling.
De Beleidsregel ambtseed burgerambtenaren Centrale Organisatie (PCO 2002000047) van 1 februari 2002 wordt ingetrokken.
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening.
2. Deze regeling zal in de MP 33-serie worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Deze regeling kan worden aangehaald als de Regeling ambtseed burgerambtenaren Defensie.
Ik zweer / beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning en dat ik de Grondwet
en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;
Ik zweer / verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook
valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn
aanstelling;
Ik zweer / verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand
iets heb geschonken of beloofd en dat ik dit ook niet zal gaan doen;
Ik zweer / verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling van niemand
giften heb aanvaard en aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet
zal gaan doen;
Ik zweer / beloof dat ik plichtsgetrouw en nauwgezet de mij opgedragen taken zal
vervullen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis
komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden
voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht
ben;
Ik zweer / beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat
ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat
het aanzien van het ambt kan schaden.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! / Dat verklaar en beloof ik! / een andere
wijze van afleggen als bedoeld in artikel 7, waarvan de letterlijke tekst
hieronder staat aangegeven.
.............................................................................................................................................................
.............................................................................................................................................................
.............................................................................................................................................................
Op ..........................., werd te …............................ ten
overstaan van (1) ............................................
en in tegenwoordigheid van (2) ................................................
door
(3)..........................................……..........................................
de eed / belofte volgens bovenvermeld formulier afgelegd.
| De ambtenaar: | De commandant: | De getuige: |
| ........................................... | ........................................... | ........................................... |
(1) De commandant
(2) De getuige
(3) De ambtenaar