Verplaatsingskostenregeling militairen

Gelet op artikel 1 en artikel 25 van het Verplaatsingskostenbesluit militairen.

Vastst./Wijz datum  Bron  Nummer  Wijz. t.a.v.  Inwerkingtr. datum
12-08-91 DAVB  91.2395 01-10-91
17-10-91 DAVB  91.2974 Bijl. 1, 3 en 4  01-01-91
12-11-91 DAVB  91.3244  Art. 3 01-11-91
23-12-91 DAVB  91.3703 Art. 3, Bijl. 1, 3 en 4 01-01-92
27-02-92  DAVB  PAV92/9225/5416 Art. 3 en 6 01-01-92
14-05-92 DAVB  PAV92/6102/12806 Bijl. 2 01-04-92
18-12-92 DAVB  PAV6102/34824  Art. 3, Bijl. 1, 3 en 4
01-06-93 DAVB  PAV6107/93015568 Bijl. 2 01-04-93
01-06-93 DAVB  PAV6107/93015562 Art. 6, lid 2 (a) 01-06-93
Art. 6, lid 2 (b) 01-02-93
22-12-93 DAVB  PAV2210/93036820 Bijl. 3  01-01-94
05-01-94 DAVB  PAV6102/93037526 Art. 2, 3 en 8 Bijl. 1 en 3 01-01-94
19-04-94 DAVB  PAV6131/94011495 Bijl. 2 01-04-94
11-05-94 DAVB  PAV6102/94013401 Art. 6, lid 2 (b) 01-06-94
19-07-94 DAVB  PAV6102/94018261 Art. 3 01-01-94
09-01-95 DAVB  PAV6131/95000136 Art. 3 + Bijl. 1 en 3 01-01-95
06-03-95 DAVB  PAV6131/95004303 Bijl. 3 01-01-95
19-05-95 DAVB  PAV6107/95010070  Bijl. 2 01-04-95
23-06-95 DAVB  PAV6107/95012382 Art. 6, lid 2 (a) 01-06-95
16-11-95 DAVB  PAV2210/95021650 Art. 2, 4, 5, 8, Bijl. 1-3 01-04-96
29-12-95  DAVB  PAV6124/95023878 Art. 3 + Bijl. 1 + 3 01-01-96
18-01-96 DAVB  PAV6011/96000856 Art. 8a (nw) 01-01-96
01-04-96 DAVB  PAV2210/96005136 Bijl. 1 + 3 01-04-96
02-04-96 DAVB  PAV6115/96005144 Art. 6, lid 3 01-05-96
02-05-96  DAVB  PAV6104/96006686 Bijl. 2 01-04-96
02-07-96 DAVB  P/96002342 Art. 6, lid 2 01-06-96
24-12-96 DAVB  P/96006562 Art. 3, Bijl. 1 en 3 01-01-97
10-06-97 DAVB  P/97003582 Bijl. 2 01-04-97
12-12-97 DAVB  P/97008665 Art. 3, Bijl 1 en 3 01-01-98
21-04-98 DAVB  P/98002924 Bijl. 2 01-04-98
17-06-98 DAVB  P/98004493 Art. 6, lid 2 01-06-98
15-12-98 DAVB  P/98008522 Art. 3, Bijl. 1 en 3 01-01-99
24-06-99 DAVB  P/99003554 Bijl. 2 01-05-99
24-06-99 DAVB  P/99003879 Art. 6, lid 2 01-06-99
16-02-00 DAVB  P/1999008685 Art. 3, Bijl 1 en 3 01-01-00
28-03-00 DAVB  P/2000001840 Art. 1 01-01-00
Bijl. 2 01-05-00
13-04-00 DAVB  P/2000001835 Art. 3, 5, Bijl. 1 en 3 01-06-99
Art. 3 01-01-00
04-12-00 DAVB P/2000007998 Art. 3, Bijl. 1 en 3 01-01-01
13-03-01 DAVB P/2001001713 Bijlage 2 01-05-01
07-11-01 DAVB P/2001007383 Art. 5 01-06-01
03-10-01 DAVB P/2001006772 Bedragen naar Euro 01-01-02
05-12-01 DAVB P/2001008116 Art. 3, Bijl. 1 en 3 01-01-02
20-09-02 DAVB P/2002005458 Art. 5 01-10-01
28-03-02 DAVB P/2002001903 Bijlage 2 01-05-02
08-01-03 DAVB P/2002007666 Art. 3, Bijlage 1 en 3 01-01-03
19-03-03 DAVB P/2003001581 Bijlage 2 01-05-03
28-04-03 DAVB P/2003002580 Artikel 6 01-06-03
28-05-03 DAVB P/2003003381 Aanbrengen paragrafen, art. 1, (nw) art. 10 t/m 14 28-05-03
03-07-03 DAVB P/2003004285 Art. 12 01-08-03
19-12-03 DAVB P/2003008558 Art. 3 en Bijl. 1 en 3 01-01-04
23-03-04 DAVB P/2004001350 Art. 9 (vv) 01-01-04
20-04-04 DAVB P/2004002536 Tabel F en G 01-05-04
22-07-04 DAVB P/2004005790 Bijlage 1 en 3 01-07-04
30-07-04 DAVB P/2004005964 Art. 12, 2e lid 01-08-04
24-12-04 HDP P/2004014168 Art. 3, bijlagen 1 en 3 01-01-05
06-04-05 HDP P/2005003699 Artikel 1 01-01-05
30-05-05 HDP P/2005008568 Art. 6 01-06-05
19-07-05 HDP P/2005011279 Art. 12 01-08-05
23-12-05 HDP P/2005021727 Art. 3 en bijlagen 1 en 3 01-01-06
24-05-06 HDP P/2006016331 Art. 1 05-09-05
01-06-06 HDP P/2006018111 Art. 6 + bijlage 2 01-06-06
03-07-06 HDP P/2006020969 Art. 12 01-08-06
23-08-06 HDP P/2006026203 Bedrag in artikel 3 01-01-06
15-01-07 HDP P/2006041032 Art. 3, Bijl 1 en 3 01-01-07
29-05-07 HDP P/200701351 Bijlage 2 01-06-07
04-07-07 HDP P/2007013224 Art. 3, bijlage 4 (nw) 01-07-06
      Art. 2 01-03-07
26-07-07 HDP P/2007020691 Art. 12 01-08-07
18-12-07 HDP P/2007034007 Bijlage 1 en 3 01-01-08
29-12-07 HDP P/2007034837 Art 1a (nw) 01-01-06
      Art. 3, 14a (nw), Tabel O (vv) 01-10-07
30-01-08 HDP P/2008001917 Art. 3, Bijl. 1 en 3, Bijl. 4 (vv) 03-02-08
20-05-08 HDP P/2008012650 Bijlage 2 01-06-08
22-12-08 HDP P/2008027000 Art. 12 01-01-09
19-12-08 HDP P/2008033234 Bijl. 1 en 3 01-01-09
22-05-09 HDP P/2009008176 Bijlage 2 01-06-09
22-01-10 HDP BS/2009022813 Bijl. 1 en 3 01-01-10
26-03-10 HDP BS/2010007404 Art. 2, (nw) 3a, 5, 6, 14, (nw) 14a t/m 14c, bijlage 1 01-03-09
12-04-10 HDP BS/2010011550 Art. 14b 01-01-10
21-05-10 HDP BS/2010015297 Art. 3a 01-01-10
10-06-10 HDP BS/2010018874 Bijlage 2 01-06-10
16-07-10 HDP BS/2010023770 Bijlage 3 01-07-10
20-01-11 HDP BS/2011001150 Art. 3a, bijlage 1 en 3 01-01-11
09-08-11 HDP BS/2011025776 Bijlage 2 01-06-11
15-03-11 HDP BS/2011006682 Art. 14b 01-01-11
04-01-12 HDP BS/2012000264 Bijlage 1 en 3 01-01-12

 

Paragraaf 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit:
het Verplaatsíngskostenbesluit militairen;

b. bezoldiging:
de bezoldiging in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel k, van het Inkomstenbesluit militairen (IBM);

c. standaard netto Nederland:
het bedrag, vastgesteld volgens artikel 1, eerste lid, onderdeel i, onder 1 °, van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD);

d. netto bezoldiging:
het voor de militair vastgestelde standaard netto Nederland, met dien verstande dat geen rekening wordt gehouden met de factor 1,1.

2. Onder bevoegd gezag, bedoeld in deze regeling en in artikel 1, onderdeel f, van het besluit, wordt verstaan:
1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
4°. de commandant van het Commando DienstenCentra, voor zover het betreft het Commando DienstenCentra.
met dien verstande dat onder het bevoegde gezag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, wordt verstaan: de Minister.

Artikel 1a Commandant

Onder commandant, bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt verstaan de functionaris genoemd in de Regeling aanwijzing commandanten defensie, ieder voor de onder hem ressorterende militairen.

Paragraaf 2 Reiskosten

Artikel 2 Tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen

1. Voor de militair die overwegend gebruik maakt van openbaar vervoer is de tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling - afhankelijk van de afstand - per kalendermaand gelijk aan de in bijlage 1, Tabel A, B, C of D, genoemde bedragen.

2. De tabellen B en D zijn van toepassing indien het betreft een militair met een hogere rang dan die van adjudant-onderofficier/vaandrig die doorgaans in uniform reist per trein in de eerste klasse.

3. Voor de militair die overwegend gebruik maakt van eigen vervoer is de tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling - afhankelijk van de afstand - per kalendermaand gelijk aan de in bijlage 1, Tabel E, genoemde bedragen.

4. De militair die met openbaar vervoer reist en in aanmerking komt voor een door Defensie verstrekt NS-abonnement, dient hiervan gebruik te maken en komt niet in aanmerking voor de hierboven genoemde tabeltegemoetkoming. Voor het aansluitend reizen met stad-/streekvervoer maakt de militair aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van een stad‑/streekvervoerabonnement voor de resterende afstand.

Artikel 3 Tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen naar niet per openbaar vervoer bereikbare plaatsen

1. Voor de militair, wiens plaats van tewerkstelling door de minister aangewezen is als plaats van tewerkstelling die niet per openbaar vervoer is te bereiken, is, in afwijking van artikel 2, de tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling gelijk aan de in bijlage 1, Tabel N opgenomen bedragen.

2. De tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de militair die behoort tot de door de commandant aangewezen groep voor wie de plaats van tewerkstelling niet per openbaar vervoer te bereiken is vanwege het regelmatig op ongebruikelijke uren verrichten van werkzaamheden.

Artikel 3a Eigen bijdrage bij dagelijks reizen

1. De militair die aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen, is hiervoor een eigen bijdrage verschuldigd.

2. De eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 48,29 per maand bij aanspraak op een tegemoetkoming uit tabel A, B en N, € 59,95 per maand bij aanspraak op een tegemoetkoming uit tabel C en D en € 58,29 per maand bij aanspraak op een tegemoetkoming uit tabel E. Deze eigen bijdrage is verwerkt in de betreffende tabeltegemoetkomingen.

3. De militair die aanspraak heeft op een door Defensie verstrekt NS-abonnement, is eveneens een eigen bijdrage verschuldigd. De militair die een NS-jaar(traject)abonnement exclusief stad-/streekabonnement via Defensie heeft, krijgt een korting op de eigen bijdrage.

4. De eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, bedraagt € 48,29 per maand. De korting op de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, bedraagt € 27,21 per maand.

Artikel 4

In afwijking van het gestelde in de artikelen 2 en 3, is de tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling die beide zijn gelegen buiten Nederland, afhankelijk van het land van plaatsing, per kalendermaand gelijk aan:
het produkt van de afstand en het in bijlage 2, Tabel F, opgenomen kilometerbedrag, verminderd met de in bijlage 2, Tabel G, voor dat land vastgestelde eigen bijdrage.

Artikel 5 Tegemoetkoming in de kosten van reizen anders dan dagelijks reizen

1. De tegemoetkoming per kalendermaand in de kosten van het reizen anders dan dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling is -afhankelijk van de afstand- voor de militair, bedoeld in:

  1. artikel 20, onderdeel a, van het besluit gelijk aan de in bijlage 3, Tabel H of I, opgenomen bedragen voor zover de enkele reisafstand groter is dan 25 kilometer;
  2. artikel 20, onderdeel b, en artikel 21, onderdeel b, van het besluit gelijk aan de in bijlage 3, Tabel H of I, opgenomen bedragen;
  3. artikel 20, onderdeel c van het besluit, voor zover de enkele reisafstand groter is dan 25 kilometer indien:
    1. de woning in Nederland en de plaats van tewerkstelling in Nederland, België of Duitsland is gelegen; of
    2. de plaats van tewerkstelling in Nederland is gelegen; gelijk aan de in bijlage 3, Tabel J en K, opgenomen bedragen;
  4. artikel 21, onderdeel a, van het besluit gelijk aan de in bijlage 3, Tabel J of K, opgenomen bedragen;
  5. artikel 21, onderdeel c, van het besluit, indien de plaats van tewerkstelling in Nederland is gelegen, gelijk aan de in bijlage 3, Tabel L of M, opgenomen bedragen.

2. Tabel I, K en M zijn van toepassing indien het betreft een militair met een hogere rang dan die van adjudant-onderofficier die reist per trein in de eerste klasse.

Artikel 6

1. De tegemoetkoming in de kosten van het niet dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, waarbij de woning en de plaats van tewerkstelling beide zijn gelegen buiten Nederland, België of Duitsland, is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer.

2. De tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid is eveneens van toepassing indien de woning in Nederland en de plaats van tewerkstelling buiten Nederland is gelegen.

3. Indien de militair als bedoeld in dit artikel gebruik maakt van openbaar vervoer wordt de tegemoetkoming bepaald naar de klasse waarin hij is gerechtigd te reizen overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de Regeling dienstreizen defensie.

Artikel 7 Tegemoetkoming in de reiskosten bij inzet van vervoer van rijkswege

Indien vervoer van rijkswege wordt ingezet in het kader van het reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling kan het bevoegde gezag afwijken van de in de artikelen 2 tot en met 6 bedoelde tegemoetkoming.

Artikel 8 Tegemoetkoming algemeen

1. Indien de aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling aanvangt of eindigt anders dan op de respectievelijk eerste of laatste werkdag van een kalendermaand wordt de tabeltegemoetkoming opgenomen in bijlage 1 tot en met 3 alsmede de tegemoetkoming bedoeld in artikel 3, voor die maand berekend naar rato van het aantal werkdagen; een kalendermaand wordt daarbij gesteld op 22 werkdagen.

2. De aanspraak op een tabeltegemoetkoming als opgenomen in bijlage 1 tot en met 3 alsmede de tegemoetkoming bedoeld in artikel 3, wordt gestaakt, nadat de militair anders dan in verband met vakantieverlof langer dan dertig aaneengesloten kalenderdagen niet naar de plaats van tewerkstelling is gereisd en indien de militair direct aansluitend op een periode waarin hij aanspraak had op een tegemoetkoming van de in bijlage 1 opgenomen tabellen C en D, niet naar de plaats van tewerkstelling reist.

Voor de militair die aanspraak heeft op een tegemoetkoming op grond van de in bijlage 1 opgenomen tabellen A en B en voor de militair die aanspraak heeft op de hoogste tegemoetkoming op grond van de in bijlage 3 opgenomen tabellen H en I, kan de termijn van dertig dagen worden verlengd, mits wordt aangetoond dat er sprake is van onvermijdbaar doorlopende kosten.

3. Indien de militair, die aanspraak had op een tegemoetkoming uit de in bijlage 1 opgenomen tabellen A en B, tengevolge van een verplaatsing of detachering aanspraak verkregen heeft op een andere tegemoetkoming in de kosten van het reizen tussen de woning of de plaats van legering en de plaats van tewerkstelling komt hij tevens in aanmerking voor vergoeding van door hem noodzakelijk gemaakte onvermijdbaar doorlopende kosten van een ten behoeve van de voorafgaande periode aangeschafte openbaar vervoervoorziening op jaarbasis, voorzover hij deze voorziening anders dan in verband met vakantieverlof korter dan drie maanden heeft kunnen gebruiken.

4. De militair die voor een kortere periode dan drie maanden in aanmerking komt voor een lagere tegemoetkoming dan de hoogste tegemoetkoming van de in bijlage 3 opgenomen tabellen H of I, waarvoor hij voorafgaand aan voornoemde periode in aanmerking kwam, behoudt deze tegemoetkoming indien er als gevolg van een aangeschafte OV-Jaarkaart sprake is van onvermijdbaar doorlopende kosten.

5. De militair die voor een kortere periode dan drie maanden in aanmerking komt voor de hoogste tegemoetkoming van de in bijlage 3 opgenomen tabellen H of I en die voorafgaand aan deze periode tevens in aanmerking kwam voor een lagere tegemoetkoming komt voor vorenbedoelde periode tevens in aanmerking voor het verschil tussen de hoogste tegemoetkoming als voornoemd en de door de militair noodzakelijk te maken kosten bij gebruik van openbaar vervoer.

Artikel 9

Vervallen

Paragraaf 3 Tijdelijke onderbrenging

Artikel 10 Duur van de tijdelijke onderbrenging

1. De aanspraak op tijdelijke onderbrenging bestaat voor de duur dat niet over de eigen inboedel, dan wel de definitieve woonruimte kan worden beschikt, doch niet langer dan 60 dagen.

2. Indien de militair binnen deze termijn de definitieve woonruimte, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van het besluit, nog niet heeft betrokken en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende heeft aangetoond dat hij aan de in het vierde lid van dat artikel genoemde verplichting heeft voldaan, kan de termijn als bedoeld in het eerste lid maximaal vijf keer worden verlengd met ten hoogste 60 dagen per verlenging.

Artikel 11 Aard van de tijdelijke onderbrenging

De tijdelijke onderbrenging vindt plaats:

  1. in gemeubileerde of gestoffeerde woonruimte:
    1°. bij bedrijfsmatige verhuurders van (vakantie)huizen of -bungalows;
    2°. bij particulieren;
  2. in een pension, indien geen woonruimte als bedoeld onder a beschikbaar is.

Artikel 12 Kosten van de tijdelijke onderbrenging

1. Betaling van de kosten van de tijdelijke onderbrenging vindt plaats door de zorg van het Rijk mits de hoogte van de kosten vooraf is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Eventuele bijkomende kosten voor schoonmaken, gas, water, elektriciteit verwarming, televisie, telefoon en toeristenbelasting, die voor rekening van de militair komen, worden door de militair rechtstreeks met de verhuurder verrekend.

2. In het geval van tijdelijke onderbrenging als bedoeld in artikel 11, onderdeel a, onder 2°, worden de kosten tot een maximum bedrag van € 573,93 per maand vergoed. Dit maximum bedrag zal jaarlijks worden aangepast op basis van de gemiddelde landelijke huurverhoging.

3. Indien de militair twee of meer gezinsleden heeft, wordt het in het tweede lid genoemde maximum bedrag verhoogd met:

  1. bij twee gezinsleden: 13 %;
  2. bij drie of meer gezinsleden: 17 %.

Artikel 13 Eigen bijdrage

1. De militair is voor de tijdelijke onderbrenging een eigen bijdrage verschuldigd tot maximaal de door het Rijk verschuldigde kosten van onderbrenging als bedoeld in artikel 12.

2. In geval van onderbrenging in gemeubileerde of gestoffeerde woonruimte als bedoeld in artikel 11, onder a, bedraagt de eigen bijdrage 15 % van de voor de militair geldende bezoldiging, in voorkomend geval vermeerderd met de toelage buitenland indien de tijdelijke onderbrenging plaats vindt in een gebied buiten Nederland.

3. In geval van onderbrenging in een pension als bedoeld in artikel 11, onder b, bedraagt de eigen bijdrage 50 % van de voor de militair geldende netto bezoldiging onderscheidenlijk het voor de militair geldende standaard netto Nederland vermeerderd met de toelage buitenland indien de tijdelijke onderbrenging plaats vindt in een gebied buiten Nederland.

4. Indien tot het gezin van de militair kinderen behoren waarvoor aanspraak bestaat op kinderbijslag en die eveneens verblijf houden in het pension, wordt de netto bezoldiging onderscheidenlijk het standaard netto Nederland, vermeerderd met het bedrag van deze kinderbijslag.

5. Indien tot het gezin van de militair kinderen behoren waarvoor geen aanspraak bestaat op kinderbijslag en die eveneens verblijf houden in het pension, wordt voor elk kind het percentage van 50 % vermeerderd met 7,5 procentpunten. Hierbij wordt geen rekening gehouden met een kind dat in de loop van een kwartaal wordt geboren en voor wie pas aanspraak bestaat op kinderbijslag met ingang van de eerste dag van het daaropvolgende kwartaal.

6. Indien de militair gedurende de tijd van onderbrenging geen aanspraak heeft op bezoldiging of slechts op een gedeelte daarvan, wordt niettemin de eigen bijdrage berekend naar het volle bedrag van die bezoldiging.

7. De berekening van de eigen bijdrage over een gedeelte van een maand vindt plaats naar evenredigheid, waarbij het bedrag per dag wordt vastgesteld door het bedrag verschuldigd over een volle maand te delen door dertig.

Artikel 14 Kosten opslag inboedel

1. De kosten van opslag van de inboedel, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van het besluit, zijn voor de duur van de tijdelijke onderbrenging voor rekening van het Rijk. Voor de militair zonder gezinsleden wordt de periode vastgesteld met toepassing van artikel 10 van deze regeling.

2. Betaling van de kosten van opslag van de inboedel vindt plaats door de zorg van het Rijk, mits de hoogte van de kosten vooraf is goedgekeurd door het bevoegd gezag.

3. Het bevoegd gezag kan één of meer transportondernemers aanwijzen ter verzorging van de opslag van de inboedel, bedoeld in het eerste lid.

Paragraaf 4 Tegemoetkomingen in de verhuiskosten

Artikel 14a Tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten voor een bezichtigingsreis

1. De tegemoetkoming in de reis- en verblijfkosten bij een verplaatsing naar een land buiten Nederland als bedoeld in artikel 10, onderdeel b van het besluit, strekt tot alle landen met uitzondering van Duitsland en de Nederlandse Antillen en Aruba.

2. De tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid betreft de gemaakte reis- en verblijfkosten voor de militair en zijn echtgenote, waarbij de reis naar een land binnen Europa de duur van twee overnachtingen niet overschrijdt en waarbij de reis naar een land buiten Europa de duur van vier overnachtingen niet overschrijdt.

3. De tegemoetkoming wordt bepaald met toepassing van het Besluit dienstreizen defensie en wordt toegekend door een door de minister aan te wijzen functionaris.

Artikel 14b Tegemoetkoming autohuur

De militair heeft ingeval van een internationale overzeese verscheping van zijn inboedel als gevolg van zijn verplaatsing van:

  1. Nederland naar het buitenland;
  2. het buitenland naar Nederland;
  3. een buitenland naar een ander buitenland,

aanspraak op een onbelaste tegemoetkoming van ten hoogste € 539,74 in de kosten van de huur van vervangend vervoer gedurende de periode dat hij ten gevolge van die verscheping tijdelijk niet de beschikking heeft over zijn eigen motorvoertuig.

Artikel 14c Tegemoetkoming in de kosten voor aanschaf ter plaatse van een personenauto

1. De tegemoetkoming in de gemaakte kosten voor de aanschaf ter plaatse van een personenauto bij verplaatsing naar een land buiten Europa, als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel h, van het besluit, bedraagt maximaal € 750.

2. De over deze tegemoetkoming verschuldigde loonheffing en inhoudingen komen voor rekening van Defensie.

Artikel 14d De tegemoetkoming in de dubbele woonlasten

1. De tegemoetkoming in de dubbele woonlasten wordt toegekend voor zover deze kosten door het bevoegd gezag als noodzakelijk worden beoordeeld.

2. De tegemoetkoming wordt toegekend voor ten hoogste vier maanden en is gelijk aan de noodzakelijk te maken kosten doch maximaal € 600 per maand.

3. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid bedraagt de maximumperiode waarover de tegemoetkoming wordt toegekend één maand indien de dubbele woonlasten het gevolg zijn van het in aanbouw zijn van een woning evenals andere redenen die als persoonlijk belang zijn te kwalificeren.

4. Bij de bepaling van de tegemoetkoming dient te worden uitgegaan van de lasten van de niet bewoonde woning.

Paragraaf 5 Overige bepalingen

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 1991 en zal worden gepubliceerd in de serie MP 31 deel 300, waarvan mededeling zal worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: "Verplaatsingskostenregeling militairen".


Bijlage 1 Tegemoetkoming in de kosten per kalendermaand van het dagelijks reizen

Deze is hier als pdf opgenomen.


Bijlage 2 Tegemoetkoming in de kosten van het dagelijks reizen binnen een buiten Nederland gelegen land.

(Bedragen in euro per 1 juni 2011)

Land van plaatsing Tabel F Tabel G
1. Aruba 4,71 52,85
2. België 7,36 63,59
3. Canada 5,67 66,56
4. Denemarken 7,46 80,10
5. Duitsland 1  4,28 63,48
6. Duitsland 2 7,11 63,48
7. Frankrijk 7,00 64,00
8. Griekenland 7,67 61,96
9. Hongarije 6,22 59,00
10. Italië 7,17 60,04
11. Luxemburg 6,09 59,46
12. Curaçao 4,64 49,91
13. Bonaire 4,64 49,91
14. St. Eustatius 5,08 49,91
15. Saba 5,77 49,91
16. St. Maarten 4,93 49,91
17. Noorwegen 8,17 82,23
18. Polen 6,05 62,43
19. Portugal 7,14 53,45
20. Spanje 6,43 59,46
21. Suriname 5,19 52,79
22. Turkijë 7,98 73,20
23. Verenigd Koninkrijk 7,27 54,78
24. Verenigde Staten van Amerika 4,42 49,63

1 Voor de eerste per dag af te leggen 56 kilometers, indien voor het voertuig een BFG(NL)-registratiebewijs dan wel een brandstoflegitimatiekaart is afgegeven.
2 Voor kilometers, anders dan die genoemd onder Duitsland 1


Bijlage 3 Tegemoetkoming in de kosten per kalendermaand van het niet dagelijks reizen

Deze is hier als pdf opgenomen.