Regeling huisvesting en voeding militairen

Regeling ter uitvoering van:

artikel 108, 109, 110, 143 en 144 van het Algemeen militair ambtenarenreglement (Stb.1982, 279)

Vastst./Wijz datum  Bron  Nummer  Wijz. t.a.v.  Inwerkingtr. datum
28-04-88 DPAM  PP 88/001/1811 01-08-88
06-07-88 DPAM  PP 88/001/2654 art. 2, lid 3 01-07-88
30-03-89 DPAM  PP 89/002/1564 art. 1, lid 3 bijl. 2, ond. b 01-04-89
19-07-90 DMP  PP 90/001/3676 art. 2, lid 3 19-07-90
20-06-91 DAVB  91.1913 art. 8, bijl. 20-06-91
05-07-91 DAVB  91.2085  art. 2, lid 3 01-07-91
12-08-91 DAVB  91.2399 bijlage 1 01-10-91
12-08-91 DAVB  91.2400 art. 4 en 5 01-10-91
16-11-93 DAVB  PAV2210/93032808 Art. 2 01-07-94
03-02-93 DAVB  PAV6045/93002751 Art. 1, lid 3 01-01-93
21-02-94 DAVB  PAV6150/94005760 Art. 3  01-03-94
30-06-94 DAVB  PAV6070/94017036 Art. 2 01-07-94
19-01-95 DAVB  PAV615095001246  Art. 3, lid 2, Bijl. 2B 01-02-95
12-10-95 DAVB  PAV6176/95019294  Art. 2, lid 2 01-11-95
21-12-95 DAVB  PAV6150/95023882 Art. 3, lid 2, Bijl. 2B 01-01-96
18-01-96 DAVB  PAV6011/96000856 Art. 1, lid 3, Art. 8, lid 3 (nw) Art. 8a (nw) 01-01-96
02-04-96 DAVB  PAV6115/96005144 Art. 9, Bijl. 1 01-05-96
26-06-96 DAVB  P/96002201 Art. 2, Art. 8a 01-07-96
20-12-96 DAVB  P/96006457 Art. 3, lid 2, Bijl. 2B 01-01-97
25-06-97 DAVB  P/97004003 Art. 2 en 8a 01-07-97
13-10-97 DAVB  P/97006860 Art. 1 t/m 5, 8, 8a, 9 Bijlage 2 01-05-97
Art. 4 en 9  01-11-97
06-01-98 DAVB  P/97008622 Art. 3, lid 2, art. 8, lid 2 01-02-98
25-06-98 DAVB  P/98004932 Art. 2 en 8a 01-07-98
13-11-98 DAVB  P/98007701 Art. 1, 2, 3, 4, 8 en 10 01-04-98
20-01-99  DAVB  P/99000262 Art. 3, lid 2, art. 8, lid 2 01-02-99
25-06-99 DAVB  P/99004303  Art. 2, lid 3, art 8a, lid 3 01-07-99
13-04-00 DAVB  P/2000001835 Art. 1 t/m 5, 8, 8a, 9 en bijl 2 01-06-99
Art. 4 (f), 8 (lid 3) (vv) 01-08-99
24-11-99 DAVB  P/1999007782 Art. 3, lid 2 en 8, lid 2 01-01-00
17-07-00 DAVB  P/2000004646 Art. 2, lid 4 en art 8a, lid 3 01-08-00
01-12-00 DAVB P/2000007995 Art. 3, lid 2 en 8, lid 2 01-01-01
07-11-01 DAVB P/2001007383 Art. 4, 13, bijl. 1 en 2 01-01-01
      Art. 2, lid 4 01-06-01
17-08-01 DAVB P/2001005598 Art. 2 en 8a 01-08-01
03-10-01 DAVB P/2001006772 Bedragen naar Euro 01-01-02
21-11-01 DAVB P/2001007839 Art. 3 en 8 01-01-02
20-09-02 DAVB P/2002005458 Art. 5 01-10-01
11-07-02 DAVB P/2002004085 Art. 2 en 8a 01-08-02
      Bijlage 2 01-01-02
21-11-02 DAVB P/2002006926 Artikel 8a 21-11-02
10-12-02 DAVB P/2002007280 Artikel 3 en 8 01-01-03
08-01-03 DAVB P/2002007666 Artikel 3, 2e lid
(rectificatie bedrag)
01-01-03
28-05-03 DAVB P/2003003381 Art. 2, vijfde lid 01-01-02
      Art. 2, (nw) 2e lid 28-05-03
03-07-03 DAVB P/2003004285 Art. 2 en 8a 01-08-03
19-12-03 DAVB P/2003008501 Art. 3 en 8 01-01-04
07-06-04 DAVB P/2004003564 Gehele regeling 07-06-04
30-07-04 DAVB P/2004005964 Art. 7 en 8 01-08-04
24-12-04 HDP P/2004014226 Art. 10 en 11 01-01-05
09-03-05 HDP P/2005003851 Art. 10 en 11 01-03-05
19-07-05 HDP P/2005011279 Art. 7 en 8 01-08-05
01-08-05 HDP P/2005012257 Art. 10 en 11 01-08-05
09-02-06 HDP P/2006004642 Art. 10 en 11 15-02-06
23-03-06 HDP P/2005020694 Art. 12 23-03-06
03-07-06 HDP P/2006020969 Art. 7 en 8 01-08-06
21-12-06 HDP P/2006040883 Art. 10 en 11 01-01-07
26-07-07 HDP P/2007020691 Art. 7 en 8 01-08-07
23-01-08 HDP P/2008001165 Art. 10 en 11 01-01-08
24-04-08 HDP P/2008010157 Art. 10 en 11 14-04-08
22-12-08 HDP P/2008027000 Art. 7 en 8 01-01-09
11-05-09 HDP P/2009006828 Art. 2 en 12 Voor militairen van het CZSK werkt de wijziging terug tot 1 januari 2007. Voor militairen van de andere
defensieonderdelen werkt deze regeling terug tot 1 november 2007
22-01-10 HDP P/2010001188 Art. 10 en 11 01-01-10
31-03-10 HDP BS2010007404 Art. 5 (vv) en 7 01-03-09
25-02-11 HDP BS/2011003997 Art. 10 01-01-11
11-04-11 HDP BS/2011009572 Art. 10 01-01-11
14-11-11 HDP BS/2011036573 Art. 7 en 8 01-12-11
29-12-11 HDP BS/2011043271 Art. 10 01-01-12
17-04-12 HDP BS/2012013545 Art. 11, derde lid 01-03-12
25-05-12 HDP BS/2012018260 Art. 6, tweede lid deze nota is ingetrokken bij BS/2012030636
08-08-12 HDP BS/2012026191 Art. 7 en 8 01-09-12
03-10-12 HDP BS/2012029712 Art. 10 en 11 01-11-12

Hoofdstuk 1 Inleiding

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. militair:
de militair als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR), alsmede degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn;

b. burgerambtenaar:
de ambtenaar bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;

c. commandant:
de commandant bedoeld in de Regeling aanwijzing commandanten AMAR;

d. huisvesting:
gelegenheid tot nachtverblijf die wordt verstrekt door of voor rekening van Defensie, dan wel door of voor rekening van Defensie
1. bij een ander Nederlands defensieonderdeel, dan wel;
2. bij een ander publiekrechtelijk orgaan dan Defensie, dan wel;
3. bij een onderdeel van een buitenlandse krijgsmacht, dan wel;
4. bij een internationale organisatie waarbij Nederland krachtens een verdrag is aangesloten;

e. voeding:
de door of vanwege Defensie aangeboden maaltijden;

f. woning:
de woning waar de militair een eigen huishouding voert;

g. plaats van tewerkstelling:
het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig, waar de militair gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel een door de commandant aangewezen plaats.

Artikel 2 Toepasselijkheid

1. Deze regeling is niet van toepassing op de militair op wie hoofdstuk 3 van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel van toepassing is.

2. De artikelen 9, 10 en 12, eerste lid, onderdeel a,c,h,j,k, en l en het tweede, derde  en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de burgerambtenaar met dien verstande dat artikel 12, onderdeel j, niet overeenkomstig wordt toegepast indien het de voeding bij overwerk betreft.

Hoofdstuk 2 Huisvesting

Artikel 3 Verstrekking bij verplichte huisvesting

De militair kan door de commandant worden verplicht gebruik te maken van huisvesting in het geval:

  1. er sprake is van buitengewone omstandigheden;
  2. het door de commandant voor het verrichten van diensten of werkzaamheden noodzakelijk wordt geacht;
  3. het door de commandant uit oogpunt van opleiding, zijnde initiële of andere opleidingen met een sterk groepsvormend karakter, oefening of operationele inzet noodzakelijk wordt geacht;
  4. er sprake is van een opgelegde beperking van de bewegingsvrijheid.

Artikel 4 Verstrekking op aanvraag

1. Aan de militair kan, op aanvraag, huisvesting door Defensie worden verleend zolang naar het oordeel van de commandant huisvestingsfaciliteiten op het militaire onderdeel beschikbaar zijn.

2. Indien huisvesting op het militaire onderdeel ontbreekt kan ten behoeve van de militair daarin door de zorg van de commandant elders worden voorzien, indien de militair:

  1. naar het oordeel van de commandant, uitsluitend om dienstredenen dient te worden gehuisvest;
  2. niet dagelijks reist tussen de plaats van tewerkstelling en zijn woning voor de periode dat aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen, bedoeld in artikel 20, van het Verplaatsingskostenbesluit militairen en de afstand tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling, naar het oordeel van de commandant, een belemmering vormt voor een goede vervulling van de dienst;
  3. niet dagelijks reist tussen de plaats van tewerkstelling en de plaats waar de militair woonachtig is, aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de kosten van reizen als bedoeld in artikel 21 van het Verplaatsingskostenbesluit militairen en de afstand tussen de plaats waar hij woonachtig is en de plaats van tewerkstelling, naar het oordeel van de commandant, een belemmering vormt voor een goede vervulling van de dienst.

3. De militair dient, om voor de in dit artikel bedoelde huisvesting in aanmerking te komen, schriftelijk te verklaren dat hij minimaal drie nachten per week gebruik zal maken van de geboden huisvesting. Voor de militair als bedoeld in artikel 54e van het Algemeen militair ambtenaren- reglement en de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van minder dan 38 uur per week wordt deze termijn vastgesteld op een evenredig deel daarvan, waarna de uitkomst naar beneden wordt afgerond.

Artikel 5

[Vervallen bij BS2010007404, d.d. 31-3-10]

Artikel 6 Huisvestingsaccommodatie

1. De militair wordt huisvesting verleend op een zodanige afstand van de plaats van tewerkstelling dat er, naar het oordeel van de commandant, geen belemmering bestaat voor een goede vervulling van de dienst.

2. De verstrekking van huisvesting door de commandant geschiedt in beginsel voor een termijn van één jaar waarna de termijn, voor zover naar het oordeel van de commandant huisvestingsaccommodatie beschikbaar is, telkens met een jaar kan worden verlengd.

Artikel 7 Eigen bijdrage huisvesting

1. De militair die huisvesting geniet, is hiervoor een maandelijkse bijdrage verschuldigd, tenzij hij op grond van deze regeling daarvan is vrijgesteld.

2. De bijdrage bedraagt 3,6% van de voor de militair geldende bezoldiging, doch ten hoogste € 102,55.

3. Het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt voor de militair die is geplaatst in een gebied buiten Nederland verhoogd met een door de minister vast te stellen duurtecorrectie, aangevende het verschil in kosten van levensonderhoud tussen het gebied van verblijf en Nederland.

4. De bijdrage wordt maandelijks op de bezoldiging ingehouden. Deze inhouding wordt:

  1. over de tijd dat aanspraak bestaat op een gedeelte van de bezoldiging, toegepast in evenredigheid met dat gedeelte;
  2. niet toegepast over de tijd dat geen aanspraak op de bezoldiging bestaat;
  3. indien de militair anders dan om redenen van dienst - waaronder medische redenen - een gedeelte van de maand huisvesting geniet, toegepast in evenredigheid met dat gedeelte.

5. De op de bezoldiging toegepaste inhouding wegens een bijdrage voor huisvesting wordt aan de militair, indien hij over een aaneengesloten periode van tenminste 30 dagen in verband met verlof, roostervrije dagen, vergoeding in tijd en ziekte geen gebruik heeft gemaakt van de huisvesting, over die periode terugbetaald.

6. De militair heeft, indien op zijn bezoldiging de inhouding wegens een bijdrage voor huisvesting is toegepast, aanspraak op terugbetaling van 1/30 van de inhouding voor elke dag dat hij:

  1. heeft deelgenomen aan een militaire oefening;
  2. is ondergebracht in een tent in verband met renovatie van het legeringsgebouw.

Artikel 8 Defensiewoning

1. De militair die een passende woning huurt uit een bestand van door Defensie in eigendom verworven of gehuurde, specifiek voor militairen bestemde woningen, is hiervoor maandelijks een bijdrage verschuldigd.

2. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt:

  1. voor de militair aan wie door de commandant de verplichting is opgelegd de in het eerste lid bedoelde woning te betrekken:
    1°. indien de woning in Nederland is gelegen: twaalf procent van de bezoldiging, met dien verstande dat dit bedrag - in voorkomend geval verminderd met de toelage woninghuur Koninklijke Marechaussee, bedoeld in artikel 39 van de Inkomstenregeling militairen - niet méér bedraagt dan de voor de loonheffing geldende huurwaarde van die woning;
    2°. indien de woning buiten Nederland is gelegen: twaalf procent van de bezoldiging, vermeerderd met twaalf procent van de duurtecorrectie - voor zover deze positief is -, berekend over het voor de militair geldende Standaard Netto Nederland in de zin van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel;
  2. in de overige gevallen:
    1°. indien de woning in Nederland is gelegen: vijftien procent van de bezoldiging, met dien verstande dat dit bedrag - in voorkomend geval verminderd met de toelage woninghuur Koninklijke Marechaussee, bedoeld in artikel 39 van de Inkomstenregeling militairen - niet méér bedraagt dan de voor de loonheffing geldende huurwaarde van die woning;
    2°. indien de woning buiten Nederland is gelegen: zeventien procent van de bezoldiging, vermeerderd met zeventien procent van de duurtecorrectie -voor zover deze positief is -, berekend over het voor de militair geldende Standaard Netto Nederland in de zin van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel.

3. Indien de woning is voorzien van verwarming, elektrische energie, gas of leidingwater en de kosten hiervan niet afzonderlijk kunnen worden vastgesteld, wordt de bijdrage verhoogd:

  1. indien de woning in Nederland is gelegen:
    1°. voor het gebruik van verwarming: met 2,4% van de bezoldiging, tot een maximum van € 108,50 per maand;
    2°. voor het gebruik van elektrische energie of gas voor kookdoeleinden: met 0,9% van de bezoldiging, tot een maximum van € 32,00 per maand;
    3°. voor het gebruik van elektrische energie anders dan voor verwarming van de woonruimte en kookdoeleinden: met 0,9 % van de bezoldiging, tot een maximum van € 22,34 per maand;
    4°. voor het gebruik van leidingwater: met 0,4 % van de bezoldiging, tot een maximum van € 14,40 per maand.
  2. indien de woning buiten Nederland is gelegen: met de onder a, ten 1° tot en met 4°, bedoelde bedragen, vermeerderd met de daarover berekende duurtecorrectie, voor zover deze positief is.

4. De militair aan wie door bemiddeling van Defensie een in Nederland gelegen woning ter beschikking is gesteld, waarvan de verschuldigde huur door de zorg van Defensie wordt voldaan, is hiervoor maandelijks een bijdrage verschuldigd.

5. De in het vierde lid bedoelde bijdrage bedraagt:

  1. ter zake van de huur en de - naar het oordeel van de Minister van Defensie - daaronder begrepen servicekosten: vijftien procent van de bezoldiging;
  2. ter zake van de overige servicekosten: het bedrag dat daarvoor werkelijk is verschuldigd,

met dien verstande dat de bijdrage niet méér bedraagt dan de door Defensie verschuldigde huur en servicekosten.

Hoofdstuk 3 Voeding

Artikel 9 Aanspraak

De militair heeft aanspraak op voeding van Defensie en voor rekening van Defensie tijdens het verrichten van werkzaamheden in het kader van het oefenen, inzet als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Regeling voorzieningen vredes- en humanitaire operaties, aan boord van een schip tijdens het varen dan wel aan boord van een vliegtuig tijdens het vliegen, niet zijnde een detachering of een verplaatsing als bedoeld in het Verplaatsingskostenbesluit militairen of een dienstreis als bedoeld in het Besluit dienstreizen defensie, doch uitsluitend indien de militair, naar het oordeel van de commandant, niet in staat is in eigen voeding te voorzien.

Artikel 10 Eigen bijdrage voeding

1. De militair die voeding geniet, is hiervoor per maaltijd een bijdrage verschuldigd, tenzij de militair op grond van deze regeling daarvan is vrijgesteld.

2. De in het eerste lid bedoelde bijdrage bedraagt op basis van de standaard samenstelling van de maaltijden:

  1. in een eetgelegenheid waar een zelfbedieningssysteem wordt gehanteerd, alsmede in een gelegenheid waar geen sprake is van vrije keuze tussen zelfbediening en bediening aan tafel:
land  Nederland BRD  Curaçao Aruba
valuta  NAƒ
1. voor een ontbijt 

1,81

1,95

3,60

3,85
2. voor een brood maaltijd  3,61 3,95 7,20 7,65
3. voor een warme maaltijd 4,34 4,75 8,65 9,20
  1. in een gelegenheid waar naar vrije keuze sprake is van bediening aan tafel:
land  Nederland BRD Curaçao Aruba
valuta  NAƒ
1. voor een ontbijt 

2,08

2,25

4,15

4,40

2. voor een brood maaltijd 

4,15

4,50

8,30

8,80

3. voor een warme maaltijd

4,99

5,45

9,95

10,55


3. In afwijking van het tweede lid, bedraagt de in het eerste lid bedoelde bijdrage bij eetgelegenheden waar sprake is van componentenverkoop: het totaal van de verkoopprijzen van de afgenomen componenten.

Artikel 11 Tegemoetkoming

1. De militair die is ingedeeld in een functie bij RHQ-AFNORTH, NAK-AFNORTH, AFNORTH Support Group, Northern Region Signal Group, Landmachtstaf/Vert. Kmar HQ-AFNORTH en de CIMIC Group North, die niet dagelijks kan reizen tussen de plaats waar hij woonachtig is en de plaats waar hij in de regel de dienst verricht en voor wie het niet mogelijk is de maaltijden in de Nederlandse militaire eetgelegenheden te gebruiken, heeft aanspraak op een tegemoetkoming van voedingskosten gedurende de dagen dat hij om redenen van dienst in Brunssum, Maastricht of Budel verblijf houdt.

2. De militair als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a en b en artikel 4, tweede lid, onderdeel c, die door Defensie wordt gehuisvest voor het volgen van een niet defensieopleiding en, naar het oordeel van de commandant, geen gebruik kan maken van een Nederlandse militaire eetgelegenheid heeft gedurende de dagen dat hij geacht wordt voor het volgen van de opleiding op het huisvestingsadres te verblijven aanspraak op een tegemoetkoming in de voedingskosten.

3. De in het eerste en tweede lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt € 4,01 voor een ontbijt, € 5,77 voor een lunch en € 8,53 voor een diner. Voor de militair die een maandelijkse bijdrage wegens huisvesting is verschuldigd, wordt de vergoeding per maaltijd verminderd met het voor Nederland geldende bedrag, genoemd in artikel 10, tweede lid, onderdeel a.

4. De militair die zich houdt aan de voor hem geldende religieuze drank- en voedselvoorschriften heeft, voor elke dag dat hij is vrijgesteld van de bijdrage voor voeding, aanspraak op een tegemoetkoming in de door hem voor zijn voeding noodzakelijk te maken werkelijke kosten tot een maximum van € 14,06 per dag.

Hoofdstuk 4 Vrijstellingen

Artikel 12 Vrijstelling van betaling eigen bijdrage huisvesting en voeding

1. Van het betalen van de bijdrage voor huisvesting en voeding is vrijgesteld de militair:

  1. die in de regel dagelijks reist tussen de plaats van tewerkstelling en zijn woning en aan wie uitsluitend om redenen van dienst huisvesting wordt verleend;
  2. die niet dagelijks reist tussen de plaats van tewerkstelling en zijn woning voor de periode dat aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van het reizen, bedoeld in artikel 20, van het Verplaatsingskostenbesluit militairen;
  3. die geplaatst of gedetacheerd is aan boord van een schip en wat de voeding betreft alleen als het schip zich buiten de thuishaven bevindt;
  4. gedurende de dagen waarop hem, om tuchtrechtelijke of strafrechtelijke reden, zijn vrijheid is ontnomen;
  5. gedurende de eerste dag van verblijf in werkelijke dienst;
  6. gedurende het verblijf op een onderdeel dan wel in een militair hospitaal om medische redenen;
  7. tijdens deelname aan bijeenkomsten in een conferentieoord van een instantie belast met geestelijke verzorging voor militairen;
  8. die genodigde is bij bijzondere gebeurtenissen van militaire aard en de militairen die bij de organisatie betrokken zijn;
  9. gedurende het verrichten van diensten;
  10. bij werkzaamheden waarvan de aard, naar het oordeel van de commandant, het niet toelaat dat de werkplek wordt verlaten;
  11. gedurende de inzet in het kader van militaire steunverlening als bedoeld in het Voorschrift Militaire Steunverlening in het openbaar belang en Maatschappelijke dienstverlening door Defensie aan derden;
  12. die op grond van de artikelen 58 en 59 van de Politiewet 1993 wordt ingezet voor het verlenen van militaire bijstand.

2. De militair die deelneemt aan een maaltijd ter bevordering van de saamhorigheid tot maximaal zes maal per jaar, is vrijgesteld van het betalen van de eigen bijdrage voor die maaltijd. De verstrekking van een maaltijd ter bevordering van de saamhorigheid geschiedt op basis van de voor die maaltijden vastgestelde rantsoenschaalprijs.

3. Voor de militair die is vrijgesteld van het betalen van de bijdrage voor voeding en gebruik maakt van een eetgelegenheid waar een zelfbedieningssysteem wordt gehanteerd, bedraagt de vrijstelling ten hoogste het bedrag per maaltijd volgens de tabel in artikel 10, tweede lid, onderdeel a.

4. Van het betalen van de eigen bijdrage voor huisvesting is vrijgesteld de militair, die huisvesting geniet in een door de Hoofddirecteur Personeel aangewezen legeringgebouw dat nog niet is gerenoveerd.

Hoofdstuk 5 Slotbepalingen

Artikel 13 Bevoegdheid tot afwijken

1. De Minister van Defensie kan machtiging verlenen tot het al dan niet tegen betaling van een bijdrage incidenteel verstrekken van voeding aan andere personen dan militairen en burgerambtenaren van Defensie. Indien het aantal personen niet meer is dan 50 kan deze machtiging door de bevoegde commandant worden verleend.

2. In de gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet beslist de Minister van Defensie.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als "Regeling huisvesting en voeding militairen" (RHVM).