1. De militair in werkelijke dienst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, subonderdeel 1°, met inbegrip van de militair aan wie buitengewoon verlof met behoud van militaire inkomsten is verleend, is verzekerd voor geneeskundige verzorging aan de militair verleend door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
2. Bij ministeriële regeling wordt de omvang van de geneeskundige zorg vastgesteld.
3. Bij ministeriële regeling wordt de in verband met de verzekering verschuldigde premie vastgesteld na ontvangst van een daartoe strekkend voorstel van de in artikel 90a bedoelde rechtspersoon. De premie wordt ingehouden op de bezoldiging, voor zover door Onze Minister niet in de premie wordt bijgedragen.
4. Onze Minister draagt op bij ministeriële regeling te bepalen wijze bij in de in het derde lid bedoelde premie.
5. De in het derde lid bedoelde ministeriële regeling vormt geen onderwerp van overleg als bedoeld in artikel 3 van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie.
6. Aan de verzekering kunnen geen aanspraken worden ontleend door of ten behoeve van:
1. Een door Onze Minister aan te wijzen rechtspersoon is belast met de uitvoering van de in artikel 90 bedoelde verzekering.
2. De voorzitter en de overige leden van het bestuur van de rechtspersoon worden benoemd en ontslagen door Onze Minister.
3. Wijzigingen in de statuten van de rechtspersoon worden ter goedkeuring voorgelegd aan Onze Minister.
4. De rechtspersoon verstrekt Onze Minister informatie met betrekking tot de uitvoering van de verzekering, waaronder jaarlijks een jaarrekening die is voorzien van een verklaring omtrent de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
5. Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing intrekken, wanneer de rechtspersoon tekortschiet in de uitvoering van de verzekering dan wel de verplichtingen genoemd in dit artikel niet nakomt.
De militair bedoeld in:
heeft gedurende de periode dat hij in werkelijke dienst is, aanspraak op geneeskundige verzorging door of vanwege de militair geneeskundige diensten.
Vervallen
De geneeskundige verzorging verleend door of vanwege de militair geneeskundige dienst omvat al de maatregelen, voorzieningen en geneeskundige verstrekkingen in het belang van de bescherming, het behoud, het herstel en de bevordering van de gezondheid van de militair alsmede in het belang van het behoud, het herstel en de bevordering van de geschiktheid van de militair voor de dienst.
De niet in werkelijke dienst verblijvende militair en de gewezen militair die lijden aan een ziekte of een gebrek, verband houdende met de uitoefening van de dienst, hebben ten aanzien van die ziekte of dat gebrek naar bij ministeriële regeling te stellen regels en voorwaarden aanspraak op geneeskundige verzorging tot het op grond van artikel 90a, derde lid vastgestelde maximum.
De militair in werkelijke dienst is verplicht de maatregelen in acht te nemen die door de minister worden voorgeschreven ter bescherming van de gezondheid van de militair of die van anderen, zulks onverminderd de wettelijke mogelijkheden ten aanzien van bepaalde maatregelen van die verplichting te worden ontheven.
1. De militair in werkelijke dienst die wegens ziekte geheel of gedeeltelijk
verhinderd is dienst te verrichten, is verplicht, naar regels bij
ministeriële regeling te stellen, daarvan kennis te geven aan zijn commandant en
een (tand)arts te consulteren.
2. De in het vorige lid bedoelde militair kan op verzoek van zijn commandant door of vanwege de militair geneeskundige dienst aan een onderzoek worden onderworpen ter beantwoording van de vragen:
3. De militair in werkelijke dienst is in geval van ziekte verplicht zich te houden aan de voorschriften, hem door de behandelend (tand)arts gegeven, met dien verstande dat hij niet verplicht is zich te onderwerpen aan een ingreep van heelkundige aard of een andere kunstbewerking.
4. De militair in werkelijke dienst die zich onder behandeling heeft gesteld van een (tand)arts, niet behorende tot de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, is verplicht hiervan kennis te geven aan deze dienst.
1. De commandant is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs mogelijk is, opdat de militair die in verband met ongeschiktheid als gevolg van ziekte verhinderd is dienst te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat, dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en binnen het gezagsbereik van Onze Minister geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de commandant, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, de inschakeling van de militair in voor hem passende arbeid buiten het gezagsbereik van Onze Minister.
2. Uit hoofde van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de commandant in overeenstemming met de militair of de gewezen militair een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de militair of de gewezen militair regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
3. Om te beoordelen of de militair gevolg geeft aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 94a wint de commandant een hierop betrekking hebbend advies in van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en neemt dit advies mede in beschouwing.
1. De militair die als gevolg van ziekte ongeschikt is dienst te verrichten, is verplicht tot :
2. De militair, bedoeld in het eerste lid, is verplicht tot het opvolgen van door de commandant of door een door deze aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en is verplicht mee te werken aan door hen getroffen maatregelen om hem in staat te stellen de arbeid als bedoeld in het eerste lid te verrichten.
3. De militair, bedoeld in het eerste lid, is verplicht zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing wanneer de militair onder andere voorwaarden wordt verplicht tot het verrichten van dienst.
Zodra de verhindering tot dienstverrichting heeft opgehouden te bestaan, is
de in werkelijke dienst verblijvende militair verplicht zich te wenden tot de
voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst teneinde zo nodig een
onderzoek te ondergaan ter beantwoording van de vraag of hij weer volledig
geschikt kan worden geacht voor de uitoefening van de dienst.
De commandant kan in afwijking hiervan de aanwijzing geven dat betrokkene zich
meldt bij de bedrijfsgeneeskundige dienst. Betrokkene is verplicht de dienst te
hervatten, behoudens indien en voor zover door of vanwege vorenbedoelde
geneeskundige dienst anders wordt bepaald.
1. De militair in werkelijke dienst die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge het krachtens de Infectieziektenwet bepaalde een nominatieve aangifteplicht geldt, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, mag de militair geen dienst verrichten en heeft hij geen toegang tot de plaats van zijn tewerkstelling dan met toestemming gegeven door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de door of vanwege deze dienst gegeven aanwijzingen, welke mede kunnen bestaan in een verbod om zich naar een eenheid of onderdeel van de krijgsmacht te begeven.
3. Indien een militair krachtens het tweede lid geen dienst mag verrichten, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.
1. De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich periodiek te onderwerpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
2. Aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid zal in ieder geval worden onderworpen de militair die in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, dan wel voor een goede vervulling van die werkzaamheden aan bijzondere gezondheidseisen moet voldoen.
De militair in werkelijke dienst kan worden verplicht zich te onderwerpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst, wanneer de commandant operationeel commando dit noodzakelijk acht in verband met toelating tot een opleiding, plaatsing in een andere functie, plaatsing bij bepaalde onderdelen of in bepaalde gebieden, dan wel beëindiging van het verblijf in werkelijke dienst.
De militair in werkelijke dienst, van wie door zijn commandant op goede gronden wordt verondersteld dat zijn lichamelijke of geestelijke gesteldheid een beletsel vormt om naar behoren dienst te verrichten, kan, op verzoek van zijn commandant, worden onderworpen aan een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek door of vanwege de voor hem aangewezen militair geneeskundige dienst.
1. Indien bij een onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, 98, en 99 blijkt van een zodanige lichamelijke of geestelijke gesteldheid van de militair, dat zijn belangen of het dienstbelang zich tegen gehele of gedeeltelijke voortzetting van zijn werkzaamheden of diensten verzetten, wordt hij door zijn commandant geheel of gedeeltelijk van die werkzaamheden of diensten vrijgesteld. Alsdan kunnen hem door zijn commandant – in overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst – passende andere werkzaamheden of diensten worden opgedragen.
2. Indien en voor zover een militair krachtens het vorige lid van de dienst is vrijgesteld van zijn normaliter te verrichten werkzaamheden of diensten en hem geen passende andere werkzaamheden of diensten zijn opgedragen, wordt hij voor de toepassing van dit hoofdstuk geacht wegens ziekte verhinderd te zijn tot dienstverrichting.
Van het voornemen tot het instellen van een geneeskundig of tandheelkundig onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, tweede lid, 98 en 99, wordt de militair door zijn commandant, onder vermelding van de redenen en van de desbetreffende bepaling van dit besluit, schriftelijk in kennis gesteld.
De militair in werkelijke dienst is verplicht medewerking te verlenen aan de onderzoeken, bedoeld in de artikelen 93, tweede lid, 95, 97, 98 en 99.
De uitslag van een onderzoek als bedoeld in artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet, alsmede in de artikelen 93, tweede lid, 95, 97, 98 en 99, wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de militair medegedeeld.
1. De militair die zich niet kan verenigen met de in artikel 103 bedoelde uitslag, kan, indien het een onderzoek als bedoeld in artikel 93, tweede lid, of artikel 95, betreft, binnen drie maal vierentwintig uren en, zo het een onderzoek als bedoeld in de artikelen 97, 98 en 99 betreft, binnen zes weken, nadat de uitslag te zijner kennis is gebracht, schriftelijk onder opgave van de redenen daartegen zijn bedenkingen kenbaar maken bij de commandant operationeel commando. Het indienen van de bedenkingen heeft geen schorsende werking.
2. Behalve indien de commandant operationeel commando, na overleg met de betrokken militair geneeskundige dienst, de bedenkingen van de militair reeds aanstonds voldoende gegrond acht, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift, een hernieuwd geneeskundig of tandheelkundig onderzoek ingesteld.
3. Het hernieuwd onderzoek geschiedt door een (of meer) daartoe door de inspecteur van de betrokken militair geneeskundige dienst aangewezen deskundige(n) die niet aan het voorafgaande onderzoek heeft (hebben) deelgenomen. De uitslag van het hernieuwd onderzoek wordt de militair zo spoedig mogelijk schriftelijk ter kennis gebracht.
1. De militair in werkelijke dienst, van wie op goede gronden wordt verondersteld dat hij blijvend ongeschikt is voor het vervullen van de dienst, kan, in opdracht van Onze Minister, worden onderworpen aan een geneeskundig onderzoek naar de regelen, gesteld in het Besluit procedure geneeskundig onderzoek blijvende dienstongeschiktheid en pensioenkeuring militairen.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 101 en 102 van overeenkomstige toepassing.