1. De militair is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij die vrijheidsbeneming het gevolg is van:
2. De militair kan voorts in zijn ambt worden geschorst:
1. Schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, geschiedt door de commandant.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de schorsing van een geestelijk verzorger en van een militair als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel c, d en e, door Onze Minister.
3. Een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, gaat in op het tijdstip, waarop deze de betrokken militair bekend wordt gemaakt. Indien het gedurende zes dagen feitelijk niet mogelijk is de militair het schorsingsbesluit ter kennis te brengen, gaat de schorsing in op de zevende dag na de dagtekening van het schorsingsbesluit.
1. Een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel a en b, eindigt wanneer hij wordt opgeheven door de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 35.
2. Een schorsing als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c, wordt opgeheven wanneer de belangen van de dienst de schorsing niet meer vorderen, doch uiterlijk na drie maanden, tenzij de omstandigheid die aanleiding gaf voor die schorsing zich nog immer voordoet.
Vervallen