Hoofdstuk 2 Aanstelling

Artikel 4 Wijze van aanstelling

1. Aanstelling kan plaatsvinden:

  1. het beroepspersoneel;
  2. het reservepersoneel.

2. De aanstelling waarbij een officiersrang wordt toegekend, geschiedt bij koninklijk besluit.

3. De aanstelling waarbij een rang of stand en klasse wordt toegekend beneden de rang van luitenant ter zee der 3e klasse/tweede-luitenant, geschiedt door Onze Minister.

4. De aanstelling van een lid van het Koninklijk Huis geschiedt bij koninklijk besluit.

Artikel 4a Werving en selectie

1. Onze Minister maakt bij de werving bekend en verschaft informatie over:

  1. de voorwaarden voor aanstelling als bedoeld in artikel 5;
  2. de uiterlijke datum van inzending van de sollicitatieformulieren;
  3. bijzondere selectie-onderzoeken;
  4. de arbeidsvoorwaarden;
  5. de inhoud van de opleiding;
  6. de inhoud van de in de regel te vervullen functies;
  7. de loopbaanmogelijkheden die de militair heeft.

2. Tijdens de selectie worden de gestelde voorwaarden, bedoeld in het eerste lid onder a, niet ten nadele van de gegadigde gewijzigd.

3. Het inwinnen van inlichtingen -anders dan in het kader van het veiligheidsonderzoek- bij personen en instanties buiten het Ministerie van Defensie staat in direct verband met het functioneren binnen de organisatie en vindt uitsluitend plaats onder opgave van redenen aan de gegadigde en nadat met hem is overeengekomen bij wie en in welke fase van het selectieonderzoek dat kan geschieden.

4. De gegadigde wordt -op diens verzoek- geÔnformeerd omtrent de inhoud van de inlichtingen, bedoeld in het derde lid en welke betekenis hieraan voor de selectie is toegekend. De informant wordt vooraf van dit recht van de gegadigde in kennis gesteld.

5. De gegadigde heeft het recht kennis te nemen van de uitslag van het psychologisch onderzoek en om, desgewenst, hierop een toelichting te ontvangen van respectievelijk de psycholoog die het onderzoek heeft verricht of de psycholoog onder wiens verantwoordelijkheid het psychologisch onderzoek heeft plaatsgevonden.

6. De gegadigde heeft het recht om kennis te nemen van de uitslag van het geneeskundig onderzoek binnen twee weken na vaststelling en om, desgewenst, hierop een toelichting te ontvangen van respectievelijk de arts die het onderzoek heeft verricht of de arts onder wiens verantwoordelijkheid het geneeskundig onderzoek heeft plaatsgevonden.

7. De gegadigde heeft het recht zijn bedenkingen tegen de uitslag van een geneeskundig of psychologisch onderzoek kenbaar te maken. Indien deze bedenkingen door een door Onze Minister aan te wijzen arts respectievelijk psycholoog gegrond zijn verklaard, kan hij desgewenst aan een hernieuwd onderzoek worden onderworpen.

8. Aan de gegadigde die deelneemt aan de selectie of onderdelen daarvan wordt een tegemoetkoming wegens ondergane inkomstenderving en gemaakte reiskosten verleend. De kosten die de gegadigde maakt teneinde resultaten van onderdelen van de selectie te verkrijgen worden niet vergoed.

Artikel 5 Voorwaarden voor aanstelling

1. Om in aanmerking te komen voor een aanstelling dient de gegadigde:

  1. het Nederlanderschap te bezitten;
  2. te voldoen aan de eisen van lichamelijke en geestelijke geschiktheid die ter zake zijn gesteld bij of krachtens het Militair Keuringsreglement;
  3. zich schriftelijk bereid te verklaren tot het afleggen van de eed of belofte;
  4. afhankelijk van de functie dan wel de groepen van functies waarvoor hij is bestemd te voldoen aan, voor zover niet bij of krachtens wet anders is bepaald, door de commandant operationeel commando vastgestelde bijzondere eisen inzake:
    1į vooropleiding;
    2į geschiktheid, anders dan bedoeld onder b, en bekwaamheid.

2. Wanneer aan de aanstelling een proeftijd is verbonden, kan in bijzondere gevallen worden afgeweken van de bij en krachtens het eerste lid, onder a, b en d, gestelde voorwaarden, indien in redelijkheid mag worden verwacht dat vůůr het einde van de proeftijd wel aan de voorwaarden is voldaan. Indien op de laatste dag van de proeftijd niet is voldaan aan alle voorwaarden voor aanstelling, eindigt met ingang van die dag de aanstelling van rechtswege.

3. De gegadigde kan alleen worden aangesteld als ten diens aanzien in verband met de voorgenomen aanstelling een verklaring als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wet veiligheidsonderzoeken is afgegeven.

Artikel 5a Leeftijdsgrenzen bij aanstelling

1. Om in aanmerking te kunnen komen voor een aanstelling als militair moet de gegadigde een zodanige leeftijd bezitten, dat:

  1. hem voldoende loopbaanmogelijkheden kunnen worden geboden gelet op de ambities van de gegadigde en de aan de aanstelling verbonden verplichting; en
  2. er uit oogpunt van het waarborgen van de operationele inzetbaarheid een evenwicht bestaat tussen de leeftijd van de gegadigde en de functie of groep van functies waarvoor de gegadige wordt bestemd.

2. Bij ministeriŽle regeling kunnen voor specifieke categorieŽn personeel, met inachtneming van het eerste lid, concrete leeftijdsgrenzen worden gesteld.

3. De gegadigde die bij aanstelling is bestemd voor functievervulling in fase drie is op de datum van aanstelling niet minder dan twaalf jaar verwijderd van zijn datum van leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 39, tweede lid, onderdeel a. Indien de gegadigde reeds eerder gedurende een periode van ten minste twee jaar was aangesteld als militair bij het beroepspersoneel wordt de periode van twaalf jaar beperkt tot een periode van tien jaar.

Artikel 6 Verandering van de aanstellingsduur

Vervallen

Artikel 7 Aan de aanstelling verbonden verplichting

1. Aan een aanstelling bij het beroepspersoneel is de verplichting verbonden deel uit te maken van het beroepspersoneel gedurende de initiŽle opleiding en aansluitend een periode van vier jaar.

2. Bij ministeriŽle regeling kan voor specifieke categorieŽn personeel worden bepaald dat de duur van de in het eerste lid genoemde verplichting wordt verminderd.

Artikel 8 Rang of stand en klasse bij aanstelling

Aan de militair wordt door het op grond van artikel 4 bevoegde gezag bij aanstelling een rang of stand en klasse toegekend.

Artikel 9 Proeftijd

1. Aan een aanstelling is een proeftijd van zes kalendermaanden verbonden.

2. Wanneer sprake is van een hernieuwde aanstelling van een gewezen militair, kan door Onze Minister worden afgeweken van het eerste lid, waarbij de proeftijd maximaal drie kalender maanden bedraagt.

Artikel 10 Bekendmaking van functies

Aan de militair, aangesteld bij het beroepspersoneel, wordt bij aanstelling inzicht gegeven in de functie dan wel groepen van functies waarvoor hij is bestemd.

Artikel 11 Tijdelijke aanstelling

1. Wegens en voor de duur van de vervulling van een functie die niet door reeds in werkelijke dienst verblijvende militairen kan worden vervuld, kan in bijzondere gevallen tijdelijke aanstelling als militair bij het beroepspersoneel plaatsvinden.

2. Bij de in het eerste lid bedoelde tijdelijke aanstelling kan worden afgeweken van de bij en krachtens artikel 5, eerste lid gestelde voorwaarden.

3. Indien een als zodanig tijdelijk aangestelde militair wordt ontheven van zijn functie, eindigt de aanstelling met ingang van de dag van die ontheffing van rechtswege.

Artikel 12 Akte van aanstelling

Aan de militair wordt zo spoedig mogelijk na aanstelling een akte van aanstelling uitgereikt. Deze moet in ieder geval inhouden:

  1. naam en voornamen, alsmede de plaats en datum van geboorte van de militair;
  2. het operationeel commando waarbij de militair wordt ingedeeld;
  3. de categorie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, waartoe de militair behoort;
  4. de rang of stand en klasse die de militair is toegekend;
  5. de functie dan wel groepen van functies waarvoor de militair is bestemd;
  6. de datum van ingang van de aanstelling;
  7. de aan de aanstelling verbonden verplichtingen.

Artikel 12a Wijziging van bestemming en indeling

1. De militair kan door Onze Minister worden bestemd voor een andere functie of groep van functies dan waarvoor hij tot dan toe was bestemd:

  1. op zijn aanvraag, binnen het operationeel commando waarbij hij is ingedeeld;
  2. op zijn aanvraag, bij een ander operationeel commando, waarbij ook indeling bij dat operationeel commando kan plaatsvinden;
  3. bij gebleken noodzaak en met de instemming van de militair in het belang van de dienst binnen het operationeel commando waar hij is ingedeeld;
  4. bij gebleken noodzaak en met de instemming van de militair in het belang van de dienst bij een ander operationeel commando, waarbij ook indeling bij dat operationeel commando kan plaatsvinden.

2. Bij toepassing van het eerste lid wordt gewijzigd hetgeen ingevolge artikel 12, onderdelen b en e en in voorkomend geval onderdeel g, in de aanstellingsbeschikking is opgenomen.

Naar hoofdstuk 3