Vervallen
Vervallen
Vervallen
1. Aan de militair kan ter zake van bijzondere dienstverrichtingen, dan wel langdurige en eervolle dienst, naar regelen bij koninklijk besluit te stellen, een onderscheiding worden toegekend.
2. De militair kan, in afwijking van de bepalingen van hoofdstuk 3, buitengewoon worden bevorderd ter beloning van een zeer belangrijk wapenfeit of een andere daad of verrichting, waardoor hij zich zeer bijzonder heeft onderscheiden.
3. Aan de militair kan ter zake van het op een bijzondere wijze hebben bijgedragen tot de behartiging van de belangen van de krijgsmacht een titulaire rang worden toegekend.
Vervallen
Vervallen bij Stb. 2011, 21
Vervallen
Dit artikel vervalt als gevolg van de inwerkingtreding van de
Wet Veiligheidsonderzoeken
op 1 Februari 1997 (Stb. 1997, 24).
In geval van buitengewone omstandigheden kan Onze Minister de militair die in verband met een functie in een publiekrechtelijk college ingevolge artikel 12c, eerste lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 op non-activiteit is gesteld, in werkelijke dienst terugroepen.
1. De militair in werkelijke dienst is verplicht tijdens de voor hem vastgestelde werktijden het voor hem vastgestelde uniform te dragen. De vaststelling van het uniform geschiedt, voor zover Wij Ons dat niet hebben voorbehouden, door de commandant operationeel commando.
2. Het kan de militair die al dan niet in werkelijke dienst verblijft door de commandant operationeel commando worden toegestaan onder bepaalde omstandigheden het uniform al dan niet te dragen.
Vervallen
Vervallen.
[Vervallen per 13-03-06]
De militair in werkelijke dienst kan door het hoofd defensieonderdeel worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband.
De militair in werkelijke dienst kan door Onze Minister worden verplicht zodanige maatregelen te treffen, dat hij aan per radio, televisie of andere wijze gedane oproepingen om zich te melden onverwijld gevolg kan geven.
Vervallen bij Stb. 2011, 21
Vervallen
De commandant is bevoegd tot het gelasten van een onderzoek aan kleding dan wel lichaam, als bedoeld in artikel 12d van de Militaire ambtenarenwet 1931 en met inachtneming van dat artikel.
De militair kan worden verplicht te wonen op een bepaalde afstand van de plaats, waar hij in de regel dienst verricht, of in een ambts- of dienstwoning, indien dit naar het oordeel van het hoofd defensieonderdeel in het belang van de dienst nodig of gewenst is.
1. De militair die een ambts- of dienstwoning bewoont, draagt de kosten van het onderhoud, dat volgens de wet en het plaatselijk gebruik voor rekening van de huurder komt, tenzij bij ministeriële regeling afwijkende regels worden gesteld.
2. Ingeval de militair overlijdt behouden de achtergebleven gezinsleden gedurende de maand van het overlijden en de volgende drie maanden het gebruik van de ambts- of dienstwoning waarin zij met de militair woonden. Het hoofd defensieonderdeel kan die termijn bekorten indien het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt. Alsdan wordt door het hoofd defensieonderdeel naar billijkheid een schadevergoeding gegeven.
3. Bij vrijwillig verlaten van de ambts- of dienstwoning binnen de termijn gedurende welke de woning nog mag worden gebruikt, kan het hoofd defensieonderdeel een uitkering geven.
1. Onze Minister kan de militair verplichten tot geheel of gedeeltelijke vergoeding van de door de dienst geleden schade:
2. Wanneer de schade is veroorzaakt door meerdere personen gezamenlijk is in beginsel ieder hoofdelijk aansprakelijk.
De militair die uit hoofde van zijn functie is belast met het beheer over of de bewaring van aan het rijk toebehorende of toevertrouwde gelden of geldswaardige papieren kan, bij constatering van een tekort, worden verplicht dat tekort geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren, indien en voor zover hij niet aannemelijk maakt dat het ontstaan van dat tekort hem redelijkerwijs niet kan worden verweten.
1. Naar regels bij ministeriële regeling te stellen, wordt van elk ongeval dat aan een militair in werkelijke dienst tijdens de uitoefening van de dienst is overkomen, zo spoedig mogelijk een proces-verbaal opgemaakt. De militair is verplicht, zodra hij daartoe redelijkerwijs in staat is, kennis te geven van een hem overkomen ongeval als vorenbedoeld aan zijn commandant.
2. Naar regels bij ministeriële regeling te stellen, wordt van elk ongeval dat aan een militair in werkelijke dienst is overkomen en waarvan niet reeds op grond van het vorige lid een proces-verbaal is opgemaakt, op aanvraag van de militair zo spoedig mogelijk een proces-verbaal opgemaakt. Bedoelde aanvraag kan, indien de militair hiertoe niet in staat is, ook worden gedaan door zijn naaste betrekkingen. Een proces-verbaal als in dit lid bedoeld kan ook ambtshalve worden opgemaakt.
3. Onze Minister beslist of het ongeval waarop een proces-verbaal betrekking heeft, wordt geacht wel of niet in verband te staan met de uitoefening van de dienst, van welke beslissing de militair schriftelijk in kennis wordt gesteld.
4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder militair in werkelijke dienst mede begrepen de militair, aan wie buitengewoon verlof van lange duur met behoud van militaire inkomsten is verleend.
1. Onverminderd artikel 147, tweede lid, is de militair in werkelijke dienst verplicht Onze Minister onverwijld kennis te geven van elk ongeval dat hem is overkomen, indien:
2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder militair in werkelijke dienst mede begrepen de militair, aan wie buitengewoon verlof van lange duur met behoud van militaire inkomsten is verleend.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels ter uitvoering van dit artikel vastgesteld.
Vervallen
[Vervallen per 13-03-06]
[Vervallen per 13-03-06]
[Vervallen per 13-03-06]
[Vervallen per 13-03-06]
Ten aanzien van militairen die deelnemen aan een initiële opleiding kunnen bij ministeriële regeling met betrekking tot de aangelegenheden geregeld in dit hoofdstuk bijzondere afwijkende regels worden vastgesteld.