De cravate vormt geen wezenlijk deel van het vaandel of de standaard. Zij is doorgaans een hulpmiddel om een wijziging van of aanvulling op de tekst op het vaandel- of standaarddoek aan te geven die pas bij vernieuwing van dat doek zal worden aangebracht. Cravates zijn in principe dus tijdelijk van aard, met uitzondering van de cravates als beschreven in punt 6.4.4.
De cravate – met uitzondering van de rouwcravate – is vervaardigd van
dubbelzijdige, ongevoerde zijde, van overeenkomstige stof en kleur als het doek
van het vaandel of de standaard. Zij vormt op het oog een strik. Deze wordt
gevormd door een korte en een lange strook, zoals hierna beschreven. De lange
strook is lang 150 centimeter bij een groot vaandel, 100 centimeter bij een
klein vaandel en 85 centimeter bij een standaard. De breedte ervan bedraagt bij
vaandels 14 centimeter en bij een standaard 10 centimeter. De lengte van de
lange strook verhoudt zich tot de lengte van de korte strook als 7: 6.
De lange strook is aan beide uiteinden voorzien van een rand met franje,
overeenkomstig die van het vaandel- of standaarddoek waaraan de desbetreffende
cravate wordt verbonden (zie hoofdstuk 2). Op de plaats van de vouw is de strook
in plooien bijeengenomen, zodat de breedte zich hier tot 5 cm versmalt. Op deze
plaats is overdwars een passant van dezelfde stof en kleur als de strook
vastgenaaid, van 5 cm breed. Hier doorheen is de korte strook geschoven, in het
midden tot 5 cm breedte geplooid, de uiteinden tot 15 cm uiteen, zodat het idee
van een strik ontstaat. Aan de passant is een band bevestigd waarmee de cravate
aan de stok kan worden verbonden.
Op de lange strook is aan beide uiteinden, telkens aan één kant van het doek,
langs de rand U-vormig een oranjetak geborduurd, tot 25 centimeter vanaf het
eind. Deze oranjetak is een verkleinde weergave van de oranjetak op het vaandel-
of standaarddoek. De ruimte binnen de oranjetak is bestemd voor tekst,
afhankelijk van het doel van de cravate.
De cravate wordt vastgeknoopt met de daarvoor bestemde band aan de stok, ter hoogte van de bovenzijde van het vaandel of standaard. Hierbij is de cravate aan de voorzijde van het vaandel of de standaard zichtbaar, met het langste gedeelte vooraan: dit hangt daarbij niet lager dan de onderzijde van het vaandel of de standaard. De cravate moet zodanig aan de stok zijn bevestigd dat de op de lange strook aangebrachte oranjetak en de eventueel aangebrachte tekst op beide strookuiteinden zichtbaar zijn.
Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid van naam verandert, behoudt
zij het recht op het voeren van een vaandel of een standaard. Alsdan wordt een
nieuw vaandel ontworpen. Tot de uitreiking daarvan mag het oude vaandel of de
oude standaard worden gevoerd, zij het dat hieraan een cravate met de nieuwe
naam van de eenheid moet zijn bevestigd.
Op de lange strook van deze cravate is op het langste gedeelte, in de U-vormige
ruimte binnen de oranjetak, met gouddraad de nieuwe naam van de eenheid
geborduurd, de beginletter het dichtst bij het uiteinde. Op het korte einde is
op overeenkomstige wijze –in cijfers– de datum vermeld waarop de
naamsverandering heeft plaatsgevonden, het eerste cijfer het dichtst bij het
uiteinde.
Aan een eenheid die is ontstaan door samenvoeging van eenheden, waarvan er
één of meer een vaandel of standaard voerde, zal bij Koninklijk Besluit ook een
vaandel of standaard verleend worden.
In afwachting van de uitreiking van haar eigen vaandel of standaard kan de
nieuwe eenheid het vaandel, respectievelijk de standaard van de oudste van die
voormalige eenheden blijven voeren, samen met een cravate met de benaming van de
nieuwe eenheid. De uitvoering daarvan is overeenkomstig het gestelde in het
voorgaande punt.
Indien aan een eenheid een opschrift voor een krijgsverrichting is verleend
zal, totdat bij vernieuwing van het vaandel- of standaarddoek hierop het
opschrift wordt aangebracht, een cravate aan het vaandel of de standaard worden
bevestigd, met op het langste, afhangende deel van de lange strook het
desbetreffende opschrift. Op de korte zijde wordt dan de naam van de eenheid
aangebracht. De uitvoering is verder analoog aan het gestelde onder 6.4.1.
Indien aan de stok van een vaandel of standaard reeds een cravate is (dan wel
meerdere cravates zijn) verbonden, wordt de nieuwe cravate naast de andere
cravate(s) bevestigd. Wanneer een cravate door bijvoorbeeld slijtage aan
vernieuwing toe is, doch het vaandel respectievelijk de standaard nog niet,
wordt een nieuwe cravate vervaardigd, waarop alle verleende opschriften bij
elkaar worden vermeld. Deze cravate vervangt alsdan alle andere cravates met
vaandel- of standaardopschriften. Het desbetreffende ontwerp is analoog aan het
gestelde in de vorige alinea.
De commandant van een krijgsmachtdeel kan
bepalen dat een bestaande eenheid de tradities van een opgeheven eenheid zal
bewaren. Hiertoe initieert hij een voordracht Koninklijk Besluit en biedt deze
aan de Koning aan, door tussenkomst van de minister.
In het geval dat de traditiebewarende eenheid een vaandel of standaard voert,
krijgt zij aan haar vaandel- of standaard een cravate toegevoegd met de naam van
de bedoelde opgeheven eenheid, mits die opgeheven eenheid op haar vaandel of
standaard één of meer opschriften voerde. Op het
korte einde van de cravate wordt alsdan de naam van de opgeheven eenheid vermeld
en op de lange zijde het (de) aan die eenheid verleende vaandel- of
standaardopschrift(en) 1.
De rouwcravate is afwijkend van het model en de kleur als beschreven in 6.2.
De rouwcravate wordt samengesteld uit twee delen: een rozet en een in het midden
dubbelgevouwen lange strook. Strook en rozet hebben dezelfde kleur, te weten
zwart, wit of paars: dit wordt per gebeurtenis op aanwijzing van de Koning
vastgesteld 2. De strook is ongeborduurd.
Beide uiteinden van de strook hebben een V-vormige uitsparing die is afgezoomd.
De strook kan drie lengtes hebben, te weten 174, 120 en 100 centimeter. De
langste van deze drie is bestemd voor bevestiging aan een groot formaat vaandel,
de strook van 120 centimeter voor bevestiging aan het vaandel van een
gemechaniseerd garderegiment en de korte strook voor bevestiging aan een
standaard. De korte strook is 10 centimeter breed, de andere stroken zijn 14
centimeter breed.
De rozet, met in het midden een knoop van dezelfde kleur, heeft een doorsnede
van 18 centimeter. Aan de achterzijde van de rozet zijn twee linten aangebracht.
De dubbelgevouwen strook is op de vouw vast gestikt, hier zijn knoopsgaten
gemaakt waar doorheen de linten worden gehaald om de rozet aan de strook en
vervolgens aan de lauwerkrans van de stok vast te binden.
De rouwcravate wordt uitsluitend bevestigd aan de vaandels en standaarden
conform de aanwijzingen van de mandataris van het Contingencyplan (CP) 100, die
in deze overleg pleegt met de Chef van het Militaire Huis van de Koning.
![]() |
Cravate naar aanleiding van het samengaan van het Regiment Aan- en Afvoertroepen en het Regiment Intendancetroepen in een nieuw Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen |
![]() |
Het aanhechten van cravate met de nieuwe naam Regiment Stoottroepen Prins Bernhard aan het vaandel van het Regiment Stoottroepen door Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden op 28 juni 2002. |
![]() |
De rouwcravate voor een standaard in zwarte uitvoering |
Voetnoten:
1. Is bedoelde traditiebewarende eenheid zelf niet vaandel- of standaardvoerend, dan verkrijgt zij, wanneer zij de tradities zou voortzetten van een vaandel- of standaardvoerende eenheid, daarbij niet het recht tot het voeren van het vaandel of de standaard van de voormalige eenheid.
2. Dit geldt ook voor de keuze welke vaandels en standaarden
zullen zijn ingedeeld bij de plechtigheid.