De Koning verleent, op voordracht van de minister, bij Koninklijk Besluit,
het recht tot het voeren van vaandel- en standaardopschriften. Vaandel- en
standaardopschriften verwijzen naar belangrijke krijgsverrichtingen waarbij een
eenheid, die een vaandel of standaard voert, daadwerkelijk betrokken is geweest
en zich op zodanige wijze heeft onderscheiden, dat een en ander voldoet aan de
navolgende criteria.
Het verlenen van zulk een opschrift geeft erkenning aan de prestatie van het
betrokken krijgsmachtsdeel of de desbetreffende eenheid en wordt daarbij tevens
anderen ten voorbeeld gesteld.
Het opschrift wordt niet terstond na te zijn verleend op een bestaand doek
aangebracht, maar pas bij de vernieuwing van het vaandel- of standaarddoek. Tot
die tijd wordt aan het vaandel of de standaard een cravate bevestigd, waarop het
opschrift is geborduurd (6.4.3).
Om voor toekenning van een opschrift op het vaandel of de standaard in
aanmerking te komen geldt dat de eenheid tijdens de krijgsverrichting met ere
heeft gestreden en zich buitengewoon heeft onderscheiden, waarbij het optreden
zal worden vergeleken met dat van neveneenheden die bij dezelfde
krijgsverrichting hebben opgetreden.
Hierbij wordt een aantal zaken in samenhang in beschouwing genomen, zoals:
Bovenstaande criteria gelden tot het einde van de Koude Oorlog (november 1989). Voor de periode daarna gelden de door de Traditiecommissie Krijgsmacht opgestelde nieuwe criteria op grond waarvan een voordracht voor een opschrift wordt getoetst, zo als in het volgende punt vermeld.
Een eenheid die tijdens het deelnemen aan een krijgsverrichting nog geen vaandel of standaard voerde, maar zulks nadien wel heeft ontvangen, kan vervolgens alsnog voor een vaandel- of standaardopschrift worden voorgedragen.
4.2.1 Het voorstel voor krijgsverichtingen na november 1989
1. Indien een aanvraag voor een opschrift op een vaandel of standaard wordt ingediend en aan de Traditiecommissie Krijgsmacht ter beoordeling wordt voorgelegd, zal zij bij haar beoordeling het volgende betrekken:
2. Voor de context van het optreden geldt:
3. Als toetsingsnormen gelden:
Bij de Koninklijke Marine komen in aanmerking krijgsverrichtingen sinds de
oprichtingsdatum van de betrokken eenheid. Bij de Koninklijke Landmacht en
Koninklijke Marechaussee komen hiervoor uitsluitend in aanmerking
krijgsverrichtingen die na 1813 hebben plaats gevonden. Bij de Koninklijke
Luchtmacht komen in aanmerkingen krijgsverrichtingen sinds de oprichtingsdatum
van dit krijgsmachtdeel.
Zo mogelijk wordt op het vaandel of de standaard de geografische plaats, streek,
baai of zee vermeld waar de krijgsverrichting zich in hoofdzaak heeft
afgespeeld. Wanneer de krijgsverrichting zich heeft gekenmerkt door het
verspreid optreden van kleinere onderdelen van de betrokken eenheid, of wanneer
de strijd zich over meerdere locaties heeft verplaatst, kunnen termen als
‘krijgsverrichtingen’, 'slag' of ‘veldtocht’ worden gebruikt. Bij het opschrift
wordt ook vermeld het jaartal waarin de krijgsverrichting plaatsvond. Dit geldt
niet voor het vaandel van het Korps Mariniers, waar bij de wapenfeiten geen
jaartallen worden vermeld.
Voordrachten voor opschriften op vaandels en standaarden kunnen op diverse
wijzen worden geïnitieerd. Enerzijds kan de commandant ven
het krijgsmachtdeel van het desbetreffende krijgsmachtdeel een eenheid
voordragen, anderzijds kan een commandant van een eenheid om een opschrift
verzoeken. Ook kan de voordracht worden gedaan vanuit de samenleving.
De voordracht wordt aan de minister aangeboden, in principe door tussenkomst van
de desbetreffende commandant ven het krijgsmachtdeel
1 die de voordracht vergezeld doet gaan van
zijn advies. Voordat de commandant ven het krijgsmachtdeel
zijn advies aan de minister uitbrengt, zal hij de validiteit van de aangevoerde
feiten en omstandigheden door zijn traditiecommissie doen toetsen aan genoemde
criteria. De betrokken traditiecommissie zal hierbij NIMH
betrekken.
De minister zal zich na ontvangst van de voordracht en het advies van de
betrokken commandant ven het krijgsmachtdeel over
deze zaak tevens doen adviseren door de Traditiecommissie Krijgsmacht, en
vervolgens door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen.
De Traditiecommissie Krijgsmacht stelt als eerste haar advies op en legt dit via
haar voorzitter voor aan de Commissie Dapperheidsonderscheidingen die dit in
haar beschouwingen betrekt. Vervolgens adviseert de Commissie
Dapperheidsonderscheidingen de minister. Mocht het advies van deze commissie
afwijken van dat van de Traditiecommissie Krijgsmacht, dan wordt de minister
over beide standpunten in kennis gesteld. Bij een unaniem positief advies stelt
de Commissie Dapperheidsonderscheidingen ook een ontwerpvoordracht Koninklijk
Besluit op.
Op basis van de uitgebrachte adviezen –ook wanneer deze niet met elkaar zouden
sporen– neemt de minister een besluit. Bij een positief besluit biedt hij de
desbetreffende voordracht aan de Koning aan, tezamen met de ontwerpvoordracht
Koninklijk Besluit, opgesteld door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen.
Het tijdstip waarop een voordracht wordt ingediend is niet gebonden aan enige termijn in relatie tot de periode van de krijgsverrichting. Ook geruime tijd na de krijgsverrichting kunnen (nieuw aan het licht gekomen) feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding vormen.
1. Een aanvraag voor een vaandel- of standaardopschrift wordt, voorzien van een motivering, ingediend door of via de commandant van de vaandel- of standaardvoerende eenheid en wordt via de hiërarchieke weg, voorzien van advies/adviezen, uiteindelijk door de C-ZSK respectievelijk de C-LAS, C-LSK of C-KMAR aangeboden aan de Traditiecommissie Krijgsmacht, ongeacht de op het voorstel aangebrachte adviezen.
2. Na verifiëring door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie brengt de Traditiecommissie Krijgsmacht advies uit aan de Minister.
3. Na een positief besluit zal door de DJZ in overleg met de Traditiecommissie Krijgsmacht een concept Koninklijk Besluit worden opgesteld, opdat dit door de minister kan worden voorgelegd aan Hare Majesteit de Koningin.
4. De uitreiking van een cravate met het opschrift, te hechten aan vaandel of standaard, zal tijdens een militaire ceremonie conform de daartoe geldende voorschriften plaatsvinden door de Koningin of door een door Haar aan te wijzen vertegenwoordiger. Daarna wordt het vaandel of de standaard in bijzijn van de Koningin of een door Haar aan te wijzen vertegenwoordiger met ceremonieel in een vaandelparade aan het regiment of korps getoond. Indien het vaandel- of standaarddoek wegens slijtage moet worden vervangen, wordt het opschrift op het nieuwe doek aangebracht. De verwisseling van het vaandeldoek geschiedt zonder ceremonieel.
Indien de TCK van oordeel is dat het opschrift
toegerekend moet worden aan delen van meerdere vaandel- of standaard voerende
eenheden, dan kan worden geadviseerd alle betrokken eenheden een opschrift toe
te kennen.
Indien een veteraan of groep van veteranen een verzoek indient om een opschrift
te verkrijgen, dient de aanvraag ook te beginnen bij de commandant van de
eenheid.
De uitvoering van het opschrift op het doek van het vaandel of de standaard
gebeurt volgens de standmodellen en de aanvullende beschrijvingen bij deze
modellen.
De opschriften worden cirkelvormig aangebracht rondom de naamletter, in de
kwartieren van het vaandel- of standaarddoek (zie
bijlage A). Het eerste opschrift komt in het eerste kwartier, het tweede in
het tweede, enz. Het vijfde komt horizontaal links van de naamletter, het zesde
rechts ervan.
Bij meerdere opschriften wordt een ontwerp gemaakt in deze geest, waarbij de
volgorde van de krijgsverrichtingen in de tijd leidraad is. Als voorbeeld: bij
acht opschriften worden de eerste twee hiervan in het eerste kwartier geplaatst,
het tweede paar in het tweede kwartier, het vijfde opschrift in het derde
kwartier, het zesde in het vierde kwartier, het zevende links van de naamletter,
het achtste rechts daarvan.
Bij het samenvoegen tot een nieuwe eenheid van eenheden waarvan er één of meer vaandel- of standaardvoerend zijn, dient in het desbetreffende Koninklijke Besluit te worden opgenomen welke van de vaandel- of standaardopschriften die de voormalige eenheden voerden, door de nieuwe eenheid mogen worden gevoerd.
Voetnoten:
1. De minister zal voordrachten die hem rechtstreeks bereiken, naar de betrokken commandant ven het krijgsmachtdeel doen sturen voor advies.