Hoofdstuk 4

4. Opschriften op vaandels en standaarden

4.1 Algemeen

De Koning verleent, op voordracht van de minister, bij Koninklijk Besluit, het recht tot het voeren van vaandel- en standaardopschriften. Vaandel- en standaardopschriften verwijzen naar belangrijke krijgsverrichtingen waarbij een eenheid, die een vaandel of standaard voert, daadwerkelijk betrokken is geweest en zich op zodanige wijze heeft onderscheiden, dat een en ander voldoet aan de navolgende criteria.
Het verlenen van zulk een opschrift geeft erkenning aan de prestatie van het betrokken krijgsmachtsdeel of de desbetreffende eenheid en wordt daarbij tevens anderen ten voorbeeld gesteld.
Het opschrift wordt niet terstond na te zijn verleend op een bestaand doek aangebracht, maar pas bij de vernieuwing van het vaandel- of standaarddoek. Tot die tijd wordt aan het vaandel of de standaard een cravate bevestigd, waarop het opschrift is geborduurd (6.4.3).

4.2 Criteria voor het verlenen van opschriften op vaandels en standaarden

Om voor toekenning van een opschrift op het vaandel of de standaard in aanmerking te komen geldt dat de eenheid tijdens de krijgsverrichting met ere heeft gestreden en zich buitengewoon heeft onderscheiden, waarbij het optreden zal worden vergeleken met dat van neveneenheden die bij dezelfde krijgsverrichting hebben opgetreden.
Hierbij wordt een aantal zaken in samenhang in beschouwing genomen, zoals:

  1. grootte van de bij de gevechten betrokken eenheid of eenheden, in relatie tot de vaandel- of standaardvoerende eenheid;
  2. de feiten en omstandigheden waaronder de strijd werd gevoerd, zoals de duur en het verloop ervan;
  3. de gevechtsresultaten;
  4. aard en omvang der verliezen;
  5. de moed en het beleid getoond door de bij de actie betrokken militairen, welke blijkt uit de verleende dapperheidonderscheidingen.

Bovenstaande criteria gelden tot het einde van de Koude Oorlog (november 1989). Voor de periode daarna gelden de door de Traditiecommissie Krijgsmacht opgestelde nieuwe criteria op grond waarvan een voordracht voor een opschrift wordt getoetst, zo als in het volgende punt vermeld.

Een eenheid die tijdens het deelnemen aan een krijgsverrichting nog geen vaandel of standaard voerde, maar zulks nadien wel heeft ontvangen, kan vervolgens alsnog voor een vaandel- of standaardopschrift worden voorgedragen.

4.2.1 Het voorstel voor krijgsverichtingen na november 1989

1. Indien een aanvraag voor een opschrift op een vaandel of standaard wordt ingediend en aan de Traditiecommissie Krijgsmacht ter beoordeling wordt voorgelegd, zal zij bij haar beoordeling het volgende betrekken:

  1. de context van het optreden,
  2. de toetsingsnormen voor een toekenning.

2. Voor de context van het optreden geldt:

  1. uit welke eenheden was de eenheid samengesteld en wat was de grootte ervan.
  2. wat was de wijze van optreden (tijdens een formeel verklaarde oorlog, optreden op grond van een mandaat van de Verenigde Naties, optreden in bondgenootschappelijk verband, optreden in nationaal verband),
  3. wat was de opdracht en is deze uitgevoerd?
  4. aan welke gevaren werd de eenheid blootgesteld,
  5. wat waren de feiten en omstandigheden waaronder de strijd werd gevoerd (deze moeten aantoonbaar of minstens aannemelijk zijn),
  6. wat waren de aard en omvang van eigen en vijandelijke verliezen.

3. Als toetsingsnormen gelden:

  1. voldoet het gewapende treffen aan de definitie van gevecht of gewapende strijd (zie bijlage),
  2. het zich boven andere Nederlandse eenheden hebben onderscheiden,
  3. werd voldaan aan de eisen van moedig, beleidvol en dapper optreden van de eenheid (kan blijken uit verleende dapperheidonderscheidingen),
  4. is de actie waarvoor een opschrift wordt verzocht, toe te rekenen aan een (deel van de) eenheid of aan het samenstel.
  5. werden de Conventies van Geneve en het Humanitair Oorlogsrecht nageleefd.

4.3 Bepalingen omtrent krijgsverrichtingen

Bij de Koninklijke Marine komen in aanmerking krijgsverrichtingen sinds de oprichtingsdatum van de betrokken eenheid. Bij de Koninklijke Landmacht en Koninklijke Marechaussee komen hiervoor uitsluitend in aanmerking krijgsverrichtingen die na 1813 hebben plaats gevonden. Bij de Koninklijke Luchtmacht komen in aanmerkingen krijgsverrichtingen sinds de oprichtingsdatum van dit krijgsmachtdeel.
Zo mogelijk wordt op het vaandel of de standaard de geografische plaats, streek, baai of zee vermeld waar de krijgsverrichting zich in hoofdzaak heeft afgespeeld. Wanneer de krijgsverrichting zich heeft gekenmerkt door het verspreid optreden van kleinere onderdelen van de betrokken eenheid, of wanneer de strijd zich over meerdere locaties heeft verplaatst, kunnen termen als ‘krijgsverrichtingen’, 'slag' of ‘veldtocht’ worden gebruikt. Bij het opschrift wordt ook vermeld het jaartal waarin de krijgsverrichting plaatsvond. Dit geldt niet voor het vaandel van het Korps Mariniers, waar bij de wapenfeiten geen jaartallen worden vermeld.

4.4 Voordrachten voor vaandel- of standaardopschriften

Voordrachten voor opschriften op vaandels en standaarden kunnen op diverse wijzen worden geïnitieerd. Enerzijds kan de commandant ven het krijgsmachtdeel van het desbetreffende krijgsmachtdeel een eenheid voordragen, anderzijds kan een commandant van een eenheid om een opschrift verzoeken. Ook kan de voordracht worden gedaan vanuit de samenleving.
De voordracht wordt aan de minister aangeboden, in principe door tussenkomst van de desbetreffende commandant ven het krijgsmachtdeel 1 die de voordracht vergezeld doet gaan van zijn advies. Voordat de commandant ven het krijgsmachtdeel zijn advies aan de minister uitbrengt, zal hij de validiteit van de aangevoerde feiten en omstandigheden door zijn traditiecommissie doen toetsen aan genoemde criteria. De betrokken traditiecommissie zal hierbij NIMH betrekken.
De minister zal zich na ontvangst van de voordracht en het advies van de betrokken commandant ven het krijgsmachtdeel over deze zaak tevens doen adviseren door de Traditiecommissie Krijgsmacht, en vervolgens door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen.
De Traditiecommissie Krijgsmacht stelt als eerste haar advies op en legt dit via haar voorzitter voor aan de Commissie Dapperheidsonderscheidingen die dit in haar beschouwingen betrekt. Vervolgens adviseert de Commissie Dapperheidsonderscheidingen de minister. Mocht het advies van deze commissie afwijken van dat van de Traditiecommissie Krijgsmacht, dan wordt de minister over beide standpunten in kennis gesteld. Bij een unaniem positief advies stelt de Commissie Dapperheidsonderscheidingen ook een ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit op.
Op basis van de uitgebrachte adviezen –ook wanneer deze niet met elkaar zouden sporen– neemt de minister een besluit. Bij een positief besluit biedt hij de desbetreffende voordracht aan de Koning aan, tezamen met de ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit, opgesteld door de Commissie Dapperheidsonderscheidingen.

4.4.1 Het tijdstip van indienen van een voordracht

Het tijdstip waarop een voordracht wordt ingediend is niet gebonden aan enige termijn in relatie tot de periode van de krijgsverrichting. Ook geruime tijd na de krijgsverrichting kunnen (nieuw aan het licht gekomen) feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding vormen.

4.4.2 Procedure van de indiening en behandeling voor krijgsverichtingen na november 1989

1. Een aanvraag voor een vaandel- of standaardopschrift wordt, voorzien van een motivering, ingediend door of via de commandant van de vaandel- of standaardvoerende eenheid en wordt via de hiërarchieke weg, voorzien van advies/adviezen, uiteindelijk door de C-ZSK respectievelijk de C-LAS, C-LSK of C-KMAR aangeboden aan de Traditiecommissie Krijgsmacht, ongeacht de op het voorstel aangebrachte adviezen.

2. Na verifiëring door het Nederlands Instituut voor Militaire Historie brengt de Traditiecommissie Krijgsmacht advies uit aan de Minister.

3. Na een positief besluit zal door de DJZ in overleg met de Traditiecommissie Krijgsmacht een concept Koninklijk Besluit worden opgesteld, opdat dit door de minister kan worden voorgelegd aan Hare Majesteit de Koningin.

4. De uitreiking van een cravate met het opschrift, te hechten aan vaandel of standaard, zal tijdens een militaire ceremonie conform de daartoe geldende voorschriften plaatsvinden door de Koningin of door een door Haar aan te wijzen vertegenwoordiger. Daarna wordt het vaandel of de standaard in bijzijn van de Koningin of een door Haar aan te wijzen vertegenwoordiger met ceremonieel in een vaandelparade aan het regiment of korps getoond. Indien het vaandel- of standaarddoek wegens slijtage moet worden vervangen, wordt het opschrift op het nieuwe doek aangebracht. De verwisseling van het vaandeldoek geschiedt zonder ceremonieel.

Indien de TCK van oordeel is dat het opschrift toegerekend moet worden aan delen van meerdere vaandel- of standaard voerende eenheden, dan kan worden geadviseerd alle betrokken eenheden een opschrift toe te kennen.
Indien een veteraan of groep van veteranen een verzoek indient om een opschrift te verkrijgen, dient de aanvraag ook te beginnen bij de commandant van de eenheid.

4.5 Uitvoering

De uitvoering van het opschrift op het doek van het vaandel of de standaard gebeurt volgens de standmodellen en de aanvullende beschrijvingen bij deze modellen.
De opschriften worden cirkelvormig aangebracht rondom de naamletter, in de kwartieren van het vaandel- of standaarddoek (zie bijlage A). Het eerste opschrift komt in het eerste kwartier, het tweede in het tweede, enz. Het vijfde komt horizontaal links van de naamletter, het zesde rechts ervan.
Bij meerdere opschriften wordt een ontwerp gemaakt in deze geest, waarbij de volgorde van de krijgsverrichtingen in de tijd leidraad is. Als voorbeeld: bij acht opschriften worden de eerste twee hiervan in het eerste kwartier geplaatst, het tweede paar in het tweede kwartier, het vijfde opschrift in het derde kwartier, het zesde in het vierde kwartier, het zevende links van de naamletter, het achtste rechts daarvan.

4.6 Opschriften van samengevoegde eenheden

Bij het samenvoegen tot een nieuwe eenheid van eenheden waarvan er één of meer vaandel- of standaardvoerend zijn, dient in het desbetreffende Koninklijke Besluit te worden opgenomen welke van de vaandel- of standaardopschriften die de voormalige eenheden voerden, door de nieuwe eenheid mogen worden gevoerd.


Voetnoten:

1. De minister zal voordrachten die hem rechtstreeks bereiken, naar de betrokken commandant ven het krijgsmachtdeel doen sturen voor advies.