Hoofdstuk 3

3. Het verlenen van vaandels en standaarden

3.1 Algemeen

Nieuwe vaandels en standaarden worden uitsluitend verleend door de Koning, op voordracht van de minister. Nieuwe vaandels of standaarden voeren de naamletter van de Koning die het voeren van dit symbool verleent. Een vaandel of standaard kan worden verleend aan een reeds bestaande eenheid, dan wel aan een nieuw opgerichte eenheid 1 die de tradities zal voortzetten van een eerder opgeheven, vaandel- of standaardvoerende eenheid.

3.2 Door de Koning verleende vaandels en standaarden

Bij de Koninklijke Landmacht heeft de Koning een vaandel verleend aan de volgende eenheden 2:

Bij de Koninklijke Marine is een vaandel verleend aan de volgende onderdelen:

Aan de Koninklijke Luchtmacht is als krijgsmachtdeel een vaandel verleend. Onderdelen van dit krijgsmachtdeel voeren geen vaandel.

Aan elk der volgende eenheden van de Koninklijke Landmacht is een standaard verleend:

Aan het Wapen der Koninklijke Marechaussee is een standaard verleend. Nadat dit wapen het vierde krijgsmachtdeel is geworden, heeft dit deze standaard overgenomen 2. Onderdelen van dit krijgsmachtdeel voeren geen standaard.

3.3 Niet door de Koning verleende vaandels.

In het verleden hebben ook anderen dan de Koning op vaandels gelijkende doeken aangeboden aan eenheden of instellingen van de krijgsmacht. In enkele gevallen zijn deze naderhand als vaandel erkend, hetgeen in een Koninklijk Besluit is bekrachtigd. Dit betreft onder meer het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie (bij KB van 21-10-1903, nr. 55), het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine 4 (bij KB van 8-9-1904, nr. 63) en het vaandel van de Koninklijke Militaire School (bij KB van 18-3-1972, nr. 122.).

3.4 Voordracht voor het verlenen van een vaandel of standaard

Een commandant die meent dat zijn eenheid in aanmerking komt voor het verlenen van een vaandel of standaard, dient daartoe een rekest in bij de Koning, via de hiërarchieke weg.
De commandant van het betreffende krijgsmachtdeel stelt over het verzoek een advies aan de Commandant der Strijdkrachten op, na zijn traditiecommissie te hebben geraadpleegd. De CDS raadpleegt het NIMH en stelt een advies op aan de minister. Bij een positief advies wordt tevens een ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit gevoegd, opgemaakt bij de DJZ.
De minister legt de voordracht ter advisering voor aan de Traditiecommissie Krijgsmacht. Na ontvangst van het advies van de Traditiecommissie Krijgsmacht neemt de minister over de voordracht een besluit en geleidt het rekest door, waarbij hij zijn overwegingen voegt. Als hij positief beslist over de aanvraag, bied hij bij het rekest ook de ontwerpvoordracht Koninklijk Besluit aan.

3.5 Bepalingen bij de Koninklijke Landmacht

Om voor een vaandel in aanmerking te komen moet een eenheid bij de Koninklijke Landmacht een regiment of korps zijn en daarbij niet behoren tot het Wapen der Cavalerie of het Wapen der Artillerie.
Om voor een standaard in aanmerking te komen moet bij de Koninklijke Landmacht de eenheid een regiment zijn en behoren tot het Wapen der Cavalerie.

3.6 Vaandels en standaarden van samengevoegde eenheden

Bij de samenvoeging tot een nieuwe eenheid onder een nieuwe naam van een aantal eenheden, waarvan ten minste één eenheid vaandel- of standaardvoerend is, zal aan deze eenheid een nieuw vaandel of nieuwe standaard worden verleend.

3.7 Vaandels en standaarden van heropgerichte eenheden

Indien een vaandel- of standaardvoerende eenheid, na te zijn opgeheven, wordt heropgericht, zal in het desbetreffende Koninklijke Besluit worden vastgesteld welke tradities van de eertijds opgeheven eenheid zullen worden voortgezet. Hieronder voor zover toepasselijk het recht tot het voeren van het eertijds verleende vaandel of de eertijds verleende standaard.
In geval aan de eenheid het recht wordt verleend haar vaandel of standaard weer te voeren, zal de betrokken commandant van het operationeel commando de directeur van het museum, waar het vaandel of de standaard in beheer is gegeven 5, verzoeken dit aan hem over te dragen. Want alhoewel de heroprichting geschiedt bij Koninklijk Besluit, is hier geen sprake van het ontwerpen van een nieuw vaandel of nieuwe standaard.

Foto: Ton Kastermans Fotografie, Hilversum

Het buiten dienst gestelde vaandel van het voormalige Regiment aan- en Afvoertroepen met de daaraan gehechte cravate met het opschrift Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen wordt op 7 april 2001 door de regimentscommandant, luitenant-kolonel D.K. Brouwer, ingenomen en op dieptrommen gelegd. Het nieuwe vaandel, dat daarna door H.M. de Koningin zal worden uitgereikt, bevindt zich nog in de hoes.


Voetnoten:

1. Hieronder wordt ook verstaan een bestaande eenheid die een nieuwe of andere naam krijgt.

2. In dit overzicht zijn niet opgenomen de inmiddels uit dienst gestelde vaandels van niet meer bestaande regimenten

3. Op de standaard staat vermeld ‘WAPEN DER KONINKLIJKE MARECHAUSSEE’. Er is geen KB met de naam ‘Koninklijke Marechaussee’ die de aanmaak van een nieuwe standaard initieert.

4. In tegenstelling tot het vaandel van de Koninklijke Militaire Academie is het vaandel op het Koninklijk Instituut voor de Marine uitgereikt aan het Korps Adelborsten en niet aan het Instituut, ook al staat de naam daarvan op het vaandel.

5. Na de opheffing van een eenheid wordt het uit dienst gestelde vaandel of de uit dienst gestelde standaard en toebehoren in beheer overgedragen aan het desbetreffende defensiemuseum (zie punt 8.4).