De Grote Nederlandse Larousse encyclopedie (1979) biedt de volgende omschrijving: “Vaandels zijn van oorsprong de veldtekens van regimenten en andere onderdelen van de krijgsmacht, bestaande uit een vierkante vlag van zijde, geborduurd met de naam van het [regiment of] korps, emblemen, de jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen waaraan het [regiment of] korps heeft deelgenomen. Vaandels zijn het symbool van trouw aan het staatshoofd en van de eenheid en eer van het [regiment of] korps. De vaandels van bereden eenheden worden standaards genoemd.”
Het vaandel respectievelijk de standaard bij de Nederlandse krijgsmacht
bestaat uit een doek, een stok met vaandeltop en een koord met vaandelkwasten.
Het doek is van oranjekleurige zijde, dubbelzijdig gevoerd en doorlopend omzoomd
met een franje van gouddraad. Het doek heeft aan de linkerzijde een broek van
oranje zijde (bijlage A) waar doorheen de stok wordt geschoven.
Het doek is vierkant; langs de vier zijden van het doek is een ononderbroken
1 oranjetak geborduurd, zowel aan de voorzijde
als aan de achterzijde. Een vaandel heeft de afmetingen van 87 bij 87
centimeter, behalve bij gemechaniseerde eenheden van de Koninklijke Landmacht
waar het vaandel 60 bij 60 centimeter meet. De afmetingen van een standaard zijn
50 bij 50 centimeter.
Op de voorzijde in het midden van het doek, respectievelijk op de vaandeltop,
wordt de gekroonde eerste initiaal gevoerd van de naam van de Koning die het
vaandel heeft verleend. De naamletter is in goud geborduurd. Hierboven is de
koninklijke kroon geborduurd, uitgevoerd in de vorm en kleuren zoals deze
indertijd zijn vastgesteld door Koning Willem I 2
. Onder de naamletter is in goud geborduurd de naam van de eenheid zoals deze in
het laatst daarop betrekking hebbende Koninklijk Besluit is genoemd.
![]() |
![]() |
![]() |
Bij vernieuwing van het doek blijft de bestaande naamletter gehandhaafd. Wel
worden dan de eventueel tussentijds toegekende opschriften op het nieuwe doek
aangebracht (zie onder 4.1).
Indien de eenheid die het vaandel of de standaard voert een nieuwe naam krijgt,
is er in feite sprake van een nieuwe eenheid die als het ware de traditionele
verworvenheden overneemt van de voorgaande eenheid, waaronder het recht tot het
voeren van een eigen vaandel of standaard, waarop de nieuwe naam wordt vermeld.
In dit geval wordt aan deze eenheid een nieuw vaandel of een nieuwe standaard
verleend. Hierop wordt de naamletter aangebracht van de Koning die het
desbetreffende Koninklijk Besluit heeft getekend (zie
ook 6.4.1).
In geval de eenheid die een vaandel of standaard voert gerechtigd is daarop
opschriften te voeren, worden deze in één of meer kwadranten om de naamletter
heen vermeld, met in goud geborduurde letters en cijfers (zie
4.4).
Op de achterzijde van het doek is het Koninklijk Nederlands wapen geborduurd, in
de voorgeschreven vorm en kleuren, echter zonder de daarbij behorende mantel.
Dit wapen is omgeven door twee takken die met een lint zijn samengebonden. De
linkertak verbeeldt een eikentak en de rechtertak een lauwertak. Het lint is
uitgevoerd in de kleuren van het lint behorende bij de Militaire Willems-Orde.
Het vaandeldoek bij de Koninklijke Landmacht (met uitzondering van de vaandels van garderegimenten, van de Koninklijke Militaire Academie en van de Koninklijke Militaire School) en bij de Koninklijke Luchtmacht is conform de beschrijving in punt 2.2.
Het vaandeldoek van een garderegiment is, in afwijking op de omschrijving
onder 2.2, omgeven met een rand van goudgalon, 10
millimeter breed, omzoomd met een franje van gouddraad die om de 25 millimeter
is onderbroken door een gouden torsade 3.
Vormt het garderegiment een gemechaniseerde eenheid, dan heeft het doek de
afmetingen van 60 bij 60 centimeter.
Het vaandeldoek in gebruik bij de Koninklijke Marine is, met uitzondering van
het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de
Marine, overeenkomstig de omschrijving van het vaandeldoek zoals beschreven
onder 2.2, met dien verstande dat tussen de naam van de eenheid en de naamletter
ook het jaartal van oprichting van die eenheid is vermeld.
De oranjetak op de achterzijde van het doek van het Korps Mariniers wijkt hier
in zoverre van af, dat deze op elk der vier hoeken onderbroken is door een in
nassaublauw geborduurd, onklaar anker, met aan weerszijden een korte eikentak.
Bij de vaandeldoeken van een aantal opleidingsinstituten bestaan afwijkingen in kleur, dan wel in de borduursels (zie bijlage D). Het betreft vaandels die zijn geschonken aan instituten en welke later bij Koninklijk Besluit zijn erkend, te weten: de respectieve vaandels van de Koninklijke Militaire Academie, van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine en van de Koninklijke Militaire School.
Het doek van de standaard is overeenkomstig de desbetreffende beschrijving in 2.2.
De stok –bij de Koninklijke Marine stang genoemd– is een matzwart gelakte,
houten stok, die van boven naar beneden door de broek van het doek wordt
geschoven. Boven aan de stok is met een schroef- en busverbinding bij alle
vaandels en standaarden een vaandeltop aangebracht. Deze bestaat uit een
doosvormig voetstuk, waarop een liggende leeuw. Onder het voetstuk is het dunne
gedeelte van de stok voorzien van een cirkelvormige eikenkrans die van het
voetstuk is gescheiden door een ring. Vaandeltop, krans en ring zijn uitgevoerd
in verguld messing. In de eikenkrans is in het verlengde van de stok een dunne
zwartgelakte metalen buis aangebracht. Om deze buis heen wordt het koord met de
vaandelkwasten bevestigd (zie 2.9) en, indien van toepassing, eveneens de aan de
eenheid verleende dapperheidsonderscheiding en eventuele cravates.
Het voetstuk heeft een lengte van 17 centimeter, een breedte van 7 centimeter en
een hoogte van 7 centimeter. Op elk der korte zijden van het voetstuk staat in
hoogreliëf de gekroonde initiaal van de Koning die het vaandel of de standaard
heeft verleend of zal verlenen. Op beide lange zijden staan de woorden ‘KONING
EN VADERLAND’ of (al naar gelang de omstandigheden) ‘KONINGIN EN VADERLAND’.
Deze tekst is omsloten door een slang die zich zelf in de staart bijt. Tekst en
slang zijn eveneens in hoogreliëf aangebracht.
De leeuw draagt in zijn rechterklauw een opgeheven zwaard. Zijn linkerklauw rust
op een bundel van zeven pijlen. De stok wordt zodanig door de broek van het
vaandel of de standaard geschoven dat wanneer men de voorzijde van het doek
ziet, de leeuw met de kop naar links gewend de toeschouwer aankijkt (zie
bijlage A).
De lengte van de stok –gemeten vanaf de onderzijde van de krans tot aan de
onderzijde van de stok– bedraagt bij een groot vaandel 2,50 meter, bij het
vaandel van gemechaniseerde eenheden 2,20 meter en bij standaarden 2,00 meter.
De buitendiameter van de stok respectievelijk van de verbindingsbus bedraagt 3,2
cm.
Het goudkleurige koord is voorzien van een schuifpassant van gouddraad en
heeft aan beide uiteinden een vaandelkwast, van gouddraad gevlochten en met
losse bouillons 4. In afwijking hierop is
het koord van het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ in de kleuren
overeenkomstig het invasiekoord: oranje en nassau-blauw. Eveneens afwijkend is
het koord aan het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut
voor de Marine, dit heeft een kort goudkleurig deel en een lang donkerrood deel,
terwijl beide vaandelkwasten donkerrood zijn.
Het koord is vanuit twee zijden horizontaal door de schuifpassant gestoken. Het
koord wordt binnen de eikenkrans om de buis geknoopt, zodanig dat de
vaandelkwasten ongelijk hangen.
Om de uitvoering van vaandels en standaarden te standaardiseren zijn, onder
auspiciën van de Traditiecommissie Krijgsmacht, standmodellen met aanvullende
beschrijvingen ontworpen. Na goedkeuring van de vervaardigde modellen worden
deze in beheer gegeven bij het Koninklijk Militair
historisch Museum, of zijn rechtsopvolger. Bij aanmaak van nieuwe doeken,
respectievelijk vaandeltoppen worden deze standmodellen gevolgd.
Voor de vaandeldoeken als genoemd onder 2.5 en 2.6. alsmede de afwijkende
koorden met vaandelkwasten als genoemd in punt 2.9 geldt dat, wanneer bij
vernieuwing hiervan (nog) geen standmodel voorhanden is, het bestaande doek
respectievelijk koord in dat geval als standmodel dient.
De bandelier behoort niet tot het vaandel of de standaard, noch tot het
toebehoren, maar maakt deel uit van de toegevoegde uitrusting.
De van rijkswege verstrekte bandelier is van zwart tuigleder, 8 centimeter
breed, met doorgaans een geelmetalen 5 gesp
en riemuiteinde die bij het dragen op de rug vallen. In afwijking hierop zijn de
bandelieren van de Koninklijke Marine, de Koninklijke Luchtmacht en de
Koninklijke Marechaussee naar Brits model en opmaak. De omschrijving van de
bandelieren bij de Koninklijke Marine is vastgelegd in het ‘Voorschrift
betreffende de uniformen voor de militairen der zeemacht 1998’ (VVKM 21). Bij de
Koninklijke Landmacht worden door enkele vaandel- of standaardvoerende
regimenten of korpsen ook afwijkende bandelieren gevoerd, in het algemeen naar
Brits model. Zo voert het Garderegiment Grenadiers en Jagers een oranje
bandelier. Bij vervanging van bandelieren die afwijken van het van rijkswege
voorgeschreven model zal de bestaande bandelier als model dienen, tenzij anders
wordt besloten. (zie bijlage D)
Aan de voorzijde is de onderkant van de bandelier voorzien van een lederen koker
(schoen), waarin tijdens het voeren van ontplooid vaandel of ontplooide
standaard de onderzijde van de stok wordt geplaatst.
Afbeeldingen van de diverse vaandels zijn terug te vinden in
bijlage D. Op deze pagina zijn enige detailfoto’s
geplaatst.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |

De Koninklijke kroon zoals die is vastgesteld door Koning Willem I bij
Kabinetsorder nummer 77 van 26 juni 1816
Voetnoeten:
1. Met uitzondering van het vaandel van het Korps Mariniers (zie
2.5.a.).
2. Kabinetsorder van 24-6-1816, nr. 77.
3. Twee spiraalvormig om elkaar heen gedraaide draden.
4. Spiraalvormig opgerolde gouddraden.
5. Bij de regimenten van de cavalerie en het Korps Nationale
Reserve zijn de gesp en het riemuiteinde in witmetalen uitvoering.