Hoofdstuk 2

2. Beschrijving van vaandels, standaarden en toebehoren

2.1 Definitie

De Grote Nederlandse Larousse encyclopedie (1979) biedt de volgende omschrijving: “Vaandels zijn van oorsprong de veldtekens van regimenten en andere onderdelen van de krijgsmacht, bestaande uit een vierkante vlag van zijde, geborduurd met de naam van het [regiment of] korps, emblemen, de jaartallen en aanduidingen van belangrijke krijgsverrichtingen waaraan het [regiment of] korps heeft deelgenomen. Vaandels zijn het symbool van trouw aan het staatshoofd en van de eenheid en eer van het [regiment of] korps. De vaandels van bereden eenheden worden standaards genoemd.”

2.2 Beschrijving algemeen

Het vaandel respectievelijk de standaard bij de Nederlandse krijgsmacht bestaat uit een doek, een stok met vaandeltop en een koord met vaandelkwasten. Het doek is van oranjekleurige zijde, dubbelzijdig gevoerd en doorlopend omzoomd met een franje van gouddraad. Het doek heeft aan de linkerzijde een broek van oranje zijde (bijlage A) waar doorheen de stok wordt geschoven.

Het doek is vierkant; langs de vier zijden van het doek is een ononderbroken 1 oranjetak geborduurd, zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde. Een vaandel heeft de afmetingen van 87 bij 87 centimeter, behalve bij gemechaniseerde eenheden van de Koninklijke Landmacht waar het vaandel 60 bij 60 centimeter meet. De afmetingen van een standaard zijn 50 bij 50 centimeter.

Op de voorzijde in het midden van het doek, respectievelijk op de vaandeltop, wordt de gekroonde eerste initiaal gevoerd van de naam van de Koning die het vaandel heeft verleend. De naamletter is in goud geborduurd. Hierboven is de koninklijke kroon geborduurd, uitgevoerd in de vorm en kleuren zoals deze indertijd zijn vastgesteld door Koning Willem I 2 . Onder de naamletter is in goud geborduurd de naam van de eenheid zoals deze in het laatst daarop betrekking hebbende Koninklijk Besluit is genoemd.

Bij vernieuwing van het doek blijft de bestaande naamletter gehandhaafd. Wel worden dan de eventueel tussentijds toegekende opschriften op het nieuwe doek aangebracht (zie onder 4.1).
Indien de eenheid die het vaandel of de standaard voert een nieuwe naam krijgt, is er in feite sprake van een nieuwe eenheid die als het ware de traditionele verworvenheden overneemt van de voorgaande eenheid, waaronder het recht tot het voeren van een eigen vaandel of standaard, waarop de nieuwe naam wordt vermeld. In dit geval wordt aan deze eenheid een nieuw vaandel of een nieuwe standaard verleend. Hierop wordt de naamletter aangebracht van de Koning die het desbetreffende Koninklijk Besluit heeft getekend (zie ook 6.4.1).

In geval de eenheid die een vaandel of standaard voert gerechtigd is daarop opschriften te voeren, worden deze in één of meer kwadranten om de naamletter heen vermeld, met in goud geborduurde letters en cijfers (zie 4.4).

Op de achterzijde van het doek is het Koninklijk Nederlands wapen geborduurd, in de voorgeschreven vorm en kleuren, echter zonder de daarbij behorende mantel. Dit wapen is omgeven door twee takken die met een lint zijn samengebonden. De linkertak verbeeldt een eikentak en de rechtertak een lauwertak. Het lint is uitgevoerd in de kleuren van het lint behorende bij de Militaire Willems-Orde.

2.3 Het vaandeldoek bij de Koninklijke Landmacht en bij de Koninklijke Luchtmacht

Het vaandeldoek bij de Koninklijke Landmacht (met uitzondering van de vaandels van garderegimenten, van de Koninklijke Militaire Academie en van de Koninklijke Militaire School) en bij de Koninklijke Luchtmacht is conform de beschrijving in punt 2.2.

2.4 Het vaandeldoek van de garderegimenten bij de Koninklijke Landmacht

Het vaandeldoek van een garderegiment is, in afwijking op de omschrijving onder 2.2, omgeven met een rand van goudgalon, 10 millimeter breed, omzoomd met een franje van gouddraad die om de 25 millimeter is onderbroken door een gouden torsade 3.
Vormt het garderegiment een gemechaniseerde eenheid, dan heeft het doek de afmetingen van 60 bij 60 centimeter.

2.5 Het vaandeldoek bij de Koninklijke Marine

Het vaandeldoek in gebruik bij de Koninklijke Marine is, met uitzondering van het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine, overeenkomstig de omschrijving van het vaandeldoek zoals beschreven onder 2.2, met dien verstande dat tussen de naam van de eenheid en de naamletter ook het jaartal van oprichting van die eenheid is vermeld.
De oranjetak op de achterzijde van het doek van het Korps Mariniers wijkt hier in zoverre van af, dat deze op elk der vier hoeken onderbroken is door een in nassaublauw geborduurd, onklaar anker, met aan weerszijden een korte eikentak.

2.6 Overige, afwijkende vaandels

Bij de vaandeldoeken van een aantal opleidingsinstituten bestaan afwijkingen in kleur, dan wel in de borduursels (zie bijlage D). Het betreft vaandels die zijn geschonken aan instituten en welke later bij Koninklijk Besluit zijn erkend, te weten: de respectieve vaandels van de Koninklijke Militaire Academie, van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine en van de Koninklijke Militaire School.

2.7 Het standaarddoek bij de bereden wapens

Het doek van de standaard is overeenkomstig de desbetreffende beschrijving in 2.2.

2.8 De stok (stang) en de vaandeltop

De stok –bij de Koninklijke Marine stang genoemd– is een matzwart gelakte, houten stok, die van boven naar beneden door de broek van het doek wordt geschoven. Boven aan de stok is met een schroef- en busverbinding bij alle vaandels en standaarden een vaandeltop aangebracht. Deze bestaat uit een doosvormig voetstuk, waarop een liggende leeuw. Onder het voetstuk is het dunne gedeelte van de stok voorzien van een cirkelvormige eikenkrans die van het voetstuk is gescheiden door een ring. Vaandeltop, krans en ring zijn uitgevoerd in verguld messing. In de eikenkrans is in het verlengde van de stok een dunne zwartgelakte metalen buis aangebracht. Om deze buis heen wordt het koord met de vaandelkwasten bevestigd (zie 2.9) en, indien van toepassing, eveneens de aan de eenheid verleende dapperheidsonderscheiding en eventuele cravates.

Het voetstuk heeft een lengte van 17 centimeter, een breedte van 7 centimeter en een hoogte van 7 centimeter. Op elk der korte zijden van het voetstuk staat in hoogreliëf de gekroonde initiaal van de Koning die het vaandel of de standaard heeft verleend of zal verlenen. Op beide lange zijden staan de woorden ‘KONING EN VADERLAND’ of (al naar gelang de omstandigheden) ‘KONINGIN EN VADERLAND’. Deze tekst is omsloten door een slang die zich zelf in de staart bijt. Tekst en slang zijn eveneens in hoogreliëf aangebracht.

De leeuw draagt in zijn rechterklauw een opgeheven zwaard. Zijn linkerklauw rust op een bundel van zeven pijlen. De stok wordt zodanig door de broek van het vaandel of de standaard geschoven dat wanneer men de voorzijde van het doek ziet, de leeuw met de kop naar links gewend de toeschouwer aankijkt (zie bijlage A).

De lengte van de stok –gemeten vanaf de onderzijde van de krans tot aan de onderzijde van de stok– bedraagt bij een groot vaandel 2,50 meter, bij het vaandel van gemechaniseerde eenheden 2,20 meter en bij standaarden 2,00 meter. De buitendiameter van de stok respectievelijk van de verbindingsbus bedraagt 3,2 cm.

Foto: Mediacentrum Landmachtstaf Foto: Mediacentrum Landmachtstaf Foto: Mediacentrum Landmachtstaf
(Klik op de plaatjes voor een vergroting)
Vaandeltop behorende bij vaandels en standaarden uitgereikt door of namens Koning Willem I, Koning Willem II, Koning Willem III of Koningin Wilhelmina Vaandeltop behorende bij vaandels en standaarden uitgereikt door of namens Koninging Juliana Vaandeltop behorende bij vaandels en standaarden uitgereikt door of namens Koningin Beatrix

2.9 Het koord met vaandelkwasten

Het goudkleurige koord is voorzien van een schuifpassant van gouddraad en heeft aan beide uiteinden een vaandelkwast, van gouddraad gevlochten en met losse bouillons 4. In afwijking hierop is het koord van het Garderegiment Fuseliers ‘Prinses Irene’ in de kleuren overeenkomstig het invasiekoord: oranje en nassau-blauw. Eveneens afwijkend is het koord aan het vaandel van het Korps Adelborsten van het Koninklijk Instituut voor de Marine, dit heeft een kort goudkleurig deel en een lang donkerrood deel, terwijl beide vaandelkwasten donkerrood zijn.
Het koord is vanuit twee zijden horizontaal door de schuifpassant gestoken. Het koord wordt binnen de eikenkrans om de buis geknoopt, zodanig dat de vaandelkwasten ongelijk hangen.

2.10 Standmodellen van vaandels en standaarden

Om de uitvoering van vaandels en standaarden te standaardiseren zijn, onder auspiciën van de Traditiecommissie Krijgsmacht, standmodellen met aanvullende beschrijvingen ontworpen. Na goedkeuring van de vervaardigde modellen worden deze in beheer gegeven bij het Koninklijk Militair historisch Museum, of zijn rechtsopvolger. Bij aanmaak van nieuwe doeken, respectievelijk vaandeltoppen worden deze standmodellen gevolgd.
Voor de vaandeldoeken als genoemd onder 2.5 en 2.6. alsmede de afwijkende koorden met vaandelkwasten als genoemd in punt 2.9 geldt dat, wanneer bij vernieuwing hiervan (nog) geen standmodel voorhanden is, het bestaande doek respectievelijk koord in dat geval als standmodel dient.

2.11 De bandelier

De bandelier behoort niet tot het vaandel of de standaard, noch tot het toebehoren, maar maakt deel uit van de toegevoegde uitrusting.

De van rijkswege verstrekte bandelier is van zwart tuigleder, 8 centimeter breed, met doorgaans een geelmetalen 5 gesp en riemuiteinde die bij het dragen op de rug vallen. In afwijking hierop zijn de bandelieren van de Koninklijke Marine, de Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee naar Brits model en opmaak. De omschrijving van de bandelieren bij de Koninklijke Marine is vastgelegd in het ‘Voorschrift betreffende de uniformen voor de militairen der zeemacht 1998’ (VVKM 21). Bij de Koninklijke Landmacht worden door enkele vaandel- of standaardvoerende regimenten of korpsen ook afwijkende bandelieren gevoerd, in het algemeen naar Brits model. Zo voert het Garderegiment Grenadiers en Jagers een oranje bandelier. Bij vervanging van bandelieren die afwijken van het van rijkswege voorgeschreven model zal de bestaande bandelier als model dienen, tenzij anders wordt besloten. (zie bijlage D)
Aan de voorzijde is de onderkant van de bandelier voorzien van een lederen koker (schoen), waarin tijdens het voeren van ontplooid vaandel of ontplooide standaard de onderzijde van de stok wordt geplaatst.


Afbeeldingen van de diverse vaandels zijn terug te vinden in bijlage D. Op deze pagina zijn enige detailfoto’s geplaatst.

De vaandeltop

Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft
Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft Foto: C. Van Bruggen, Koninklijk Wapen-en Legermuseum, Delft






De Koninklijke kroon zoals die is vastgesteld door Koning Willem I bij Kabinetsorder nummer 77 van 26 juni 1816


Voetnoeten:

1. Met uitzondering van het vaandel van het Korps Mariniers (zie 2.5.a.).

2. Kabinetsorder van 24-6-1816, nr. 77.

3. Twee spiraalvormig om elkaar heen gedraaide draden.

4. Spiraalvormig opgerolde gouddraden.

5. Bij de regimenten van de cavalerie en het Korps Nationale Reserve zijn de gesp en het riemuiteinde in witmetalen uitvoering.