7 augustus 1896.
no. 41.
In naam van Hare Majesteit WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz, enz, enz.
Wij EMMA, Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk,
Overwegende dat het nuttig moet worden geacht bij het Leger de herinnering levendig te houden aan de roemvolle wijze, waarop de voorgangers van eenige thans bestaande korpsen van het Leger zich, sedert het jaar 1813, in den krijg van hun opgelegde plichten hebben gekweten en boven anderen hebben onderscheiden;
Op de voordracht van den Minister van Oorlog van 4 augustus 1896, Kabinet La .Q34 ;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1
De vaandels of standaards der korpsen, vermeld op de bij dit Besluit behoorende Tabel, worden voorzien van de mede in die tabel vermelde opschriften.
Art. 2
De bedoelde opschriften worden aangebracht met vergulde letters in een of meer hoeken van het vaandel of den standaard, aan die zijde van het doek, waarop de naam van het regiment vermeld staat.
De Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit Besluit, waarvan afschrift zal worden aan de Algemeene Rekenkamer.
Soestdijk, den 7den augustus 1896
EMMA
De Minister van Oorlog,
Schneider
Behoort bij het Koninklijk Besluit
Van 7 augustus 1896, no . 41.
| Korpsen | Opschriften |
| Regiment Grenadiers en Jagers | Tiendaagse Veldtocht 1831 |
| 1ste Regiment Infanterie | Tiendaagse Veldtocht 1831 Citadel van Antwerpen 1832 |
| 2de Regiment Infanterie | Quatre-Bras en Waterloo 1815 |
| 3de Regiment Infanterie | Waterloo 1815 Tiendaagse Veldtocht 1831 |
| 5de Regiment Infanterie | Quatre-Bras en Waterloo
1815 Citadel van Antwerpen 1832 |
| 6de Regiment Infanterie | Quatre-Bras en Waterloo
1815 Tiendaagse Veldtocht 1831 Citadel van Antwerpen 1832 |
| 7de Regiment Infanterie | Quatre-Bras en Waterloo
1815 Citadel van Antwerpen 1832 |
| 8ste Regiment Infanterie | Citadel van Antwerpen 1832 |
| 1ste Regiment Huzaren | Tiendaagse Veldtocht 1831 |
| 3de Regiment Huzaren | Quatre-Bras en Waterloo
1815 Tiendaagse Veldtocht 1831 |
Mij bekend:
De Minister van Oorlog
Scheider
Gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 14 februari 1950 nr. 37
Gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 12 augustus 1969 nr. 76
Gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 19 december 1980 staatsblad 1980/787
Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods,
Koningin der Nederlanden, Prinses
Van Oranje Nassau, enz, enz, enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog van 17 augustus 1925, IIde Afd., nr. 10;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Te bepalen:
De omschrijving van het model van vaandels en standaarden wordt vastgesteld als hierna is vermeld.
Het vaandel bestaat uit:
a. Een doek van oranje zijde, lang en breed 87 cm, omzoomd met gouden franje.
Langs de vier zijden van het doek is geborduurd een doorlopende oranjetak.
Van een vaandel, gevoerd door gemechaniseerde eenheden van de Koninklijke
landmacht, bedragen echter de lengte en de breedte 60 cm.
De vaandeldoeken van de regimenten Grenadiers en Jagers omgeven met een rand van
goudgalon, breed 11 mm, de omzooming met gouden franje aangevuld met gouden
torsaden op onderlingen afstand van 2.5 mm.
Voorts op de voorzijde in goud geborduurd de gekroonde naamletter van de
Vorstin, die het vaandel of de standaard heeft verleend dan wel erkend; de kroon
in de kleuren volgens het Koninklijk Wapen, onder deze naamletter de benaming
van het korps.
In een of meer hoeken met in goud geborduurde letters de vermelding van
veldtochten en wapenfeiten, welke het vaandel van het korps mag voeren.
Op de achterzijde van het doek in kleuren geborduurd het Koninklijke Wapen, doch
zonder de daarbij behoorenden mantel, omgeven door twee met een lint
samengebonden takken, ter linkerzijde van het wapen een eikentak, ter
rechterzijde een lauwertak.
b. Een zwarte stok, waarvan het gedeelte boven het doek uitkomende, voorzien
is van een eikenkrans, waarop een langwerpig voetstuk met een rustende leeuw,
houdende een opgeheven zwaard. Aan den stok zijn bevestigd twee van gouddraad
gevlochten vaandelkwasten met losse bouillons aan een, eveneens van gouddraad
gevlochten, koord met horizontale schuifpassant. Voorts worden aan de stok
bevestigd de eeretekenen, welke aan het korps zijn toegekend. De lengte van den
stok bedraagt tot aan het voetstuk, waar de leeuw oprust, 2,50 m.
De stoklengte van de vaandels van de gemechaniseerde eenheden der Koninklijke
landmacht bedraagt echter 2.20 m.
Op de beide korte zijden van het voetstuk de gekroonde naamletter van de
Vorstin, die het vaandel of de standaard heeft verleend dan wel erkend, op de
beide lange zijden de woorden “Koningin en Vaderland”, omgeven door een slang.
Leeuw, voetstuk en krans zijn van verguld koper.
De standaard is overeenkomstig het vaandel, doch kleiner van afmeting. Het doek is lang en breed 50 cm, de lengte van den stok bedraagt 2 m.
De naamletter op de bestaande vaandels en standaarden en op het voetstuk op
de stok wordt slechts veranderd indien er sprake is van de wijziging in de
benaming van een korps waaraan reeds een vaandel of standaard werd verleend.
Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit Besluit,
Het Loo, 22 augustus 1925
(w.g) WILHELMINA
De Minister van Oorlog
Lambooy