Hoofdstuk 4 Onderscheidings- en commandovlaggen

Algemeen

Definitie onderscheidingsvlag: “Een vlag, vastgesteld bij Koninklijk Besluit ingeval het een vlag betreft van leden van het Koninklijk Huis, dan wel vastgesteld bij beschikking van de minister van Defensie, indien het een vlag betreft van een militaire autoriteit, dan wel vlaggen van burgerautoriteiten, vastgesteld bij beschikking van de desbetreffende minister, dan wel officiële vlaggen van buitenlandse vorstelijke en burger, of militaire autoriteiten, waarmee de aanwezigheid van het desbetreffende lid van het Koninklijk Huis dan wel de militaire of burger autoriteit wordt aangegeven”.

1. Onderscheidingsvlaggen van een lid van het Koninklijk Huis

  1. Indien een lid van het Koninklijk Huis een officieel bezoek brengt aan of inspectie houdt bij een eenheid van een der krijgsmachtdelen, wordt de desbetreffende koninklijke onderscheidingsvlag gehesen.
  2. Het hijsen en neerhalen van de onderscheidingsvlag van een lid van het Koninklijk Huis geschiedt vlak voor het moment van aankomst en direct na vertrek van de vorstelijke persoon, aan de hoogste of meest vrijstaande vlaggenstok bij voorkeur in de nabijheid van het voornaamste gebouw.
  3. Indien het bezoek door meer dan een vorstelijke persoon wordt gebracht, wordt alleen de onderscheidingsvlag van de hoogst aanwezige gehesen.
  4. Van koninklijke onderscheidingsvlaggen kan een klein model (standaard) worden gevoerd boven het rechtervoorwiel van de auto waarin de vorstelijke persoon zich bevindt.
  5. In opdracht van de chef van het militaire huis van H.M. de Koningin kan aan de onderscheidingsvlag van een lid van het Koninklijk Huis een zwarte wimpel worden bevestigd ten teken van rouw.

2. Overige onderscheidingsvlaggen

De gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba, de minister en staatssecretaris van Defensie, alsmede aan de CDS en IGK zijn onderscheidingsvlaggen toegekend.

3. Afbeeldingen (Plaatjes overslaan)

De Koninklijke onderscheidingsvlag.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 27 augustus 1908, nummer 87

De onderscheidingsvlag van de Prins van Oranje en zijn broers.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 26 april 1985, nummer 259

 

De onderscheidingsvlag van H.K.H. Prinses Maxima.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 25 januari 2002, Staatsblad 42.

De onderscheidingsvlag van H.K.H. Prinses Laurentien.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 15 januari 2003, Staatsblad 36.

 Irene, H.K.H. Prinses Margriet en H.K.H. Prinses Christina.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 5 september 1980, nummer 386

 

De onderscheidingsvlag van Z.H. Prins Maurits van Oranje-Nassau en zijn broers.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 25 januari 1988, nummer 161

 

De onderscheidingsvlag van de gouverneur van de Nederlandse Antillen.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 11 oktober 1986, nummer 42

 

De onderscheidingsvlag van de gouverneur van Aruba.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 29 oktober 1985, nummer 7

 

De onderscheidingsvlag van de minister van defensie.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 10 april 1957, nummer 1

 

De onderscheidingsvlag van de staatssecretaris van defensie.

Vastgesteld bij koninklijk besluit van 10 april 1957, nummer 1

 

De onderscheidingsvlag van de Commandant der Strijdkrachten.

Vastgesteld bij beschikking van de minister van defensie, nummer 389.229/E.3 van 13 december 1974

 

De onderscheidingsvlag van de Inspecteur-Generaal van de krijgsmacht.

Vastgesteld bij beschikking van de minister van defensie, nummer D 81/930/3035.4 van 26 maart 1982

 

4. Rangorde onderscheidingsvlaggen

  1. Onderscheidingsvlaggen kennen onderstaande volgorde van belangrijkheid:
    1º. koninklijke onderscheidingsvlag van een lid van het Koninklijk Huis;
    2º. onderscheidingsvlaggen van de gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba;
    3º. persoonlijke onderscheidingsvlaggen van staatshoofden en leden van regerende vorstenhuizen van bevriende soevereine staten;
    4º. onderscheidingsvlag van de minister van Defensie;
    5º. onderscheidingsvlag van de staatssecretaris van Defensie;
    6º. onderscheidingsvlag van de CDS;
    7º. onderscheidingsvlag van de IGK.
  2. De KM kent tevens de volgende onderscheidingsvlaggen voor vlagofficieren:
    1º. onderscheidingsvlag van een admiraal;
    2º. onderscheidingsvlag van een luitenant-admiraal;
    3º. onderscheidingsvlag van een vice-admiraal;
    4º. onderscheidingsvlag van een schout-bij-nacht;
    5º. onderscheidingsvlag van een commandeur.
  3. De KMar kent de volgende onderscheidingsvlaggen:
    1º. onderscheidingsvlag van een luitenant-generaal;
    2º. onderscheidingsvlag van een generaal-majoor;
    3º. onderscheidingsvlag van een brigadegeneraal.
    Deze vlaggen zijn qua uitvoering gelijk aan de onderscheidingsvlaggen van vlagofficieren van de KM.
  4. De KL kent geen onderscheidingsvlag.
  5. De C-LSK voert de onderscheidingsvlag als vastgesteld bij MB van 4 juni 1955, nummer 200.518B. Het is een kobaltblauwe vlag met een oranje rand ter breedte van 1/6e van de hoogte van de vlag; in het midden de gekroonde luchtmachtadelaar omgeven door een flikkerende zon, alles geborduurd in gouddraad.

5. Het voeren van onderscheidingsvlaggen bij de KM

  1. De onderscheidingsvlaggen van een lid van het Koninklijk Huis, van de gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba, alsmede de persoonlijke onderscheidingsvlaggen van staatshoofden en leden van regerende vorstenhuizen van bevriende soevereine staten en de bij wijze van onderscheidingsvlag gevoerde buitenlandse natievlaggen worden aan boord van oorlogsschepen gevoerd aan de top van de voormast, op meermotorige vliegtuigen en op sloepen aan een wimpelstok, bij inrichtingen der zeemacht, doch uitsluitend, indien aldaar een getuigde mast aanwezig is, aan de top van die masten. Op motorrijtuigen aan de vlaggenstandaard op het rechter voorspatbord, in landen met links rijdend verkeer op het linker voorspatbord.
  2. De onderscheidingsvlag van de minister of staatssecretaris wordt aan boord van oorlogsschepen gevoerd aan de top van de voormast, op meermotorige vliegtuigen en op sloepen aan een wimpelstok, en, bij bijzondere gelegenheden van militair-ceremoniële aard, op motorrijtuigen aan de vlaggenstandaard.
  3. De onderscheidingsvlaggen van vlagofficieren, te weten die van een vlagofficier met de rang van admiraal, die van een vlagofficier met de rang van luitenant-admiraal, die van een vlagofficier met de rang van vice-admiraal, die van een vlagofficier met de rang van schout-bij-nacht en die van een vlagofficier met de rang van commandeur, zijn rechthoekige vlaggen in de kleuren van de koninkrijksvlag, met in de rode baan aan de broekingzijde soortgelijke en evenzo geplaatste onderscheidingstekenen van wit doek als die welke in zilver zijn aangebracht op de schouderbedekkingen van de betrokken vlagofficier. Vlagofficieren die geen bevel voeren en niet zijn belast met een bijzondere opdracht, voeren hun onderscheidingsvlag uitsluitend aan boord van de sloep waarin zij zich bevinden en wel aan de wimpelstok, echter alleen bij bijzondere gelegenheden van militair-ceremoniële aard. Bevelvoerende vlagofficieren voeren hun onderscheidingsvlag aan boord van het meermotorig vliegtuig en op de sloep waarin zij zich bevinden, en wel aan een wimpelstok, alsmede op het motorrijtuig waarin zij zijn gezeten, in alle gevallen uitsluitend bij bijzondere gelegenheden van militair-ceremoniële aard. Vlagofficieren, belast met een bijzondere opdracht, voeren hun onderscheidingsvlag aan boord van de sloep waarin zij zich bevinden, en wel aan de wimpelstok, alsmede aan boord van het oorlogsschip waarop zij verblijven, en wel aan de top van de voormast, mits op dat oorlogsschip geen commandovlag van een bevelvoerende vlagofficier met een hogere of gelijke rang waait.
  4. Wanneer onderscheidingsvlaggen van een lid van het Koninklijk Huis worden gevoerd, blijft het voeren van een andere onderscheidingsvlag achterwege.
  5. De hierboven bedoelde onderscheidingsvlaggen, niet vermeld in onderdeel b, worden aan bakboord van een commandovlag of standaard gehesen.
  6. Onderscheidingsvlaggen blijven dag en nacht waaien, zolang de rechthebbende aan boord van het schip of de sloep is, bij de inrichting der zeemacht verblijft dan wel zich bevindt in het vliegtuig, doch uitsluitend zolang dat zich op de grond of op het water en niet op de startbaan bevindt, of in het motorvoertuig. Zodra hij van boord is of de inrichting of het vliegtuig heeft verlaten, wordt de onderscheidingsvlag neergehaald. Zodra hij het motorrijtuig heeft verlaten, wordt de onderscheidingsvlag opgerold en wordt er een zwarte hoes over geschoven.

6. Het voeren van onderscheidingsvlaggen bij de KMar

  1. Onderscheidingsvlaggen van de opperofficieren van de KMar worden bij het aan boord gaan van zeegaande rijksvaartuigen, gehesen aan stuurboordzijde van de mast.
  2. Wanneer onderscheidingsvlaggen van een lid van het Koninklijk Huis worden gevoerd, blijft het voeren van een andere onderscheidingsvlag achterwege.

7. Commandovlag en standaard (alleen KM)

  1. De commandovlaggen en de standaard zijn kentekenen van bevelvoering (vervangen tevens de oorlogswimpel als kenteken van een Nederlands oorlogsvaartuig) en verbonden aan bepaalde rangen te weten: de commandovlaggen aan de rangen van admiraal, luitenant-admiraal, vice-admiraal, schout-bij-nacht en commandeur alsmede de standaard aan de rang van kapitein ter zee. De standaard wordt evenwel uitsluitend gevoerd door een kapitein ter zee, die de functie van eskadercommandant bekleedt.
  2. De commandovlaggen zijn vierkante vlaggen in de kleuren van de koninkrijksvlag, met in de rode baan aan de broekingzijde soortgelijke en evenzo geplaatste onderscheidingstekenen van wit doek als die, welke in zilver zijn aangebracht op de schouderbedekkingen van de betrokken vlagofficieren. De standaard is een vierkante vlag in de kleuren van de koninkrijksvlag, met een driehoekige insnijding in de breedte over de halve lengte van de vlag.
  3. De commandovlaggen en de standaard worden uitsluitend gevoerd aan boord van oorlogsschepen en wel aan de top van de voormast. Zij blijven dag en nacht waaien.
  4. Een commandant van een verband van oorlogsschepen voert zijn commandovlag of zijn standaard aan boord van zijn vlaggenschip.
  5. Wanneer de onderscheidingsvlag van een lid van het Koninklijk Huis, van de gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba, de persoonlijke onderscheidingsvlag van het staatshoofd of van een lid van het regerende vorstenhuis van een bevriende soevereine staat, dan wel een bij wijze van onderscheidingsvlag gebezigde buitenlandse natievlag moet worden gevoerd en aan de top van de voormast een commandovlag of een standaard waait, wordt die commandovlag of die standaard aan een andere top, op oorlogsschepen met één mast, hoog aan een seinwipper aan stuurboord gehesen.
  6. Een commandovlag of de standaard blijft gehesen op het vlaggenschip, wanneer de betrokken bevelvoerende officier dat tijdelijk verlaat, tenzij hij terzake andere bevelen geeft. Indien hij evenwel voor meer dan drie etmalen afwezig zal zijn en een andere officier het bevel waarneemt, wordt zijn commandovlag of standaard neergehaald en wordt aan boord van het schip van de waarnemende officier diens commandovlag of standaard gehesen, indien deze daar niet reeds waait.
  7. Wanneer de onmiddellijke of een hogere commandant van een bevelvoerende officier aan boord van diens schip vertoeft en zijn commandovlag of standaard niet op zijn eigen vlaggenschip blijft waaien, dan wel indien die commandant geen eigen vlaggenschip heeft, wordt tenzij hij uitdrukkelijk anders bepaalt, zijn commandovlag of standaard op het schip van de ondergeschikte officier gehesen en de commandovlag of de standaard van de laatste neergehaald en zo mogelijk op een der andere ter plaatse aanwezige oorlogsschepen onder zijn bevel gehesen.
  8. Wanneer een bondgenootschappelijke vlagofficier zich inscheept op een oorlogsschip, dat onder zijn operationeel gezag of operationele leiding is geplaatst, wordt hem gevraagd of hij er prijs op stelt, dat zijn eigen commandovlag, commandowimpel of standaard wordt gehesen. Antwoordt hij bevestigend, dan wordt zijn commandovlag, commandowimpel of standaard gehesen aan de top van de voormast. Wanneer daar reeds een commandovlag of standaard waait, wordt deze neergehaald en vervangen door de juiste wimpel.
  9. Andere commandovlaggen, commandowimpels of standaarden dan hierboven bedoeld, worden bij de KM niet gevoerd.

8. Commandovlag KL en KMar

  1. Commandovlaggen van het formaat 30 cm hoog en 45 cm lang kunnen door daartoe gerechtigde militaire autoriteiten boven het rechtervoorwiel van hun dienstauto worden gevoerd. Zodra de militair de auto verlaat, wordt de commandovlag met een hoes bedekt.
  2. De C-LAS voert een witte commandovlag met een oranje rand van 10 cm; in het midden het goudkleurige onderscheidingsteken zoals is vastgesteld voor het brevet hogere militaire vorming.
  3. De C-KMar voert een nassaublauwe commandovlag, omgeven door een 10 mm brede witte rand die zich op 15 mm van de rand bevindt; in het midden bevindt zich een zilverkleurige springende granaat met gesloten vlam.

9. Onderscheidingsborden

  1. Onderscheidingsborden worden gevoerd op een dienstauto of op een sloep en worden uitsluitend gebruikt ter aanduiding van de rang van de inzittende vlag- of opperofficier. De betrokken autoriteit is in uniform gekleed.
  2. Indien meer vlag- of opperofficieren in het voertuig dan wel sloep plaatsnemen, wordt alleen het onderscheidingsbord van de hoogste in rang gevoerd.
  3. De onderscheidingsborden worden rechts vóór en links achter op het voertuig bevestigd en worden weggenomen dan wel met een zwarte hoes bedekt op het moment dat de militair het voertuig verlaat.
  4. Op een sloep wordt het onderscheidingsbord gevoerd op een plaats waar het van buitenboord goed zichtbaar is.
  5. De onderscheidingsborden worden weggenomen dan wel met een zwarte hoes bedekt op het moment dat de betrokken militair het vaartuig verlaat.
  6. De onderscheidingsborden zijn voor vlagofficieren van de KM en voor opperofficieren van de KMar lichtblauw van kleur en voor opperofficieren van de KL en KLu respectievelijk rood en kobaltblauw van kleur. De rang van de inzittende militaire autoriteit wordt op het onderscheidingsbord aangegeven door een aantal wit metalen sterren overeenkomstig de hoogte van de rang.
    Zo voert:
    1º. een commandeur / brigadegeneraal / commodore: één ster;
    2º. een schout-bij-nacht / generaal-majoor: twee sterren;
    3º. een vice-admiraal / luitenant-generaal: drie sterren;
    4º. een luitenant-admiraal / generaal: vier sterren;
    5º. een admiraal: vijf sterren.
  7. Een onderscheidingsbord is 12 cm hoog en varieert in lengte naar gelang het aantal sterren van minimaal 24 cm (één en twee sterren) oplopend met 12 cm per ster tot maximaal 60 cm (vijf sterren). Een ster heeft een doorsnede van ongeveer 7 cm.

10. De vlag ter aanduiding van het schip van de oudste commandant (alleen KM)

  1. De vlag ter aanduiding van het schip van de oudste commandant heeft de vorm van een gelijkbenige driehoek, waarvan de basis (broekingzijde) zich verhoudt tot de hoogte als 2:3 en bestaat uit drie banen van gelijke breedte in de kleuren van de koninkrijksvlag, die elkaar in de top van de driehoek ontmoeten.
  2. De vlag wordt uitsluitend gevoerd op het oorlogsschip van de oudste commandant en wel aan een seinwipper aan stuurboord. De vlag blijft dag en nacht waaien.
  3. In de standplaats van een commandant der maritieme middelen is alleen deze gerechtigd tot het voeren van de hierboven bedoelde vlag.

11. De kerkwimpel (alleen KM)

  1. De kerkwimpel is het teken dat een godsdienstoefening wordt gehouden.
  2. De kerkwimpel is een wimpel in de kleuren van de koninkrijksvlag, waarbij aan de broekingzijde over een derde van de lengte en over de gehele breedte een wit vlak is uitgespaard. In dat witte vlak is een rood kruis aangebracht.
  3. De kerkwimpel wordt uitsluitend gevoerd door oorlogsschepen, aan boord waarvan een godsdienstoefening wordt gehouden, en wel gedurende die godsdienstoefeningen. De kerkwimpel wordt hoog aan een seinwipper aan stuurboord gehesen.

12. De vlag port (alleen KM)

  1. De bondgenootschappelijke vlag port, gevoerd door een oorlogsschip in een haven, is het teken dat het schip uitgebreide herstellingen ondergaat, in dok is of onvoldoende bemand is, bijvoorbeeld wegens zomer- of winterverlof. Oorlogsschepen in een haven voeren de vlag uitsluitend gedurende de tijd dat de even genoemde omstandigheden aanwezig zijn.
  2. Aan boord van een schip dat de vlag port voert, worden geen andere eerbewijzen gebracht dan de (ere)groet.
  3. De vlag port wordt hoog aan een seinwipper aan stuurboord gehesen.
  4. Zie ook: Allied maritime tactical signal and manoeuvring book (ATP1, Vol II).

13. De NATO-vlag (alleen KM)

De NATO-vlag wordt gevoerd door een schip dat is ingedeeld bij een NATO-eskader. Tevens voert het het vlaggenschip van de commandant van het NATO-eskader een wimpel ter aanduiding hiervan.

14. De vlag ter aanduiding van een vaartuig behorende aan of in gebruik bij de KMar (marechausseegeus).

Naar hoofdstuk 5