Hoofdstuk 23 Marineplechtigheden

1. Algemeen

In de hoofdstukken 12 tot en met 22 zijn de meest voorkomende militaire plechtigheden beschreven. De KM kent voorts enkele voor haar kenmerkende ceremoniën, die in dit hoofdstuk worden beschreven.

2. Grote parade

  1. Aan boord van een oorlogsschip:
    1º. voor een grote parade aan boord van een oorlogsschip wordt het signaal Wilhelmus op de hoorn of de bootsmansfluit gegeven;
    2º. de officieren treden, zich rangschikkend naar rang en ouderdom in rang, aan op het halfdek aan stuurboordzijde; de hoogste in rang of - bij gelijke rang - degene met de meeste ouderdom in rang, het dichtst bij de valreep; links van de officieren sluiten zich de adelborsten, de aspirant-officieren en de ingescheepte burgerambtenaren aan; aan bakboordzijde treden aan, vanaf de vlaggenstok gerekend, de onderofficieren met de rang van sergeant of met een hogere rang, de korporaals en manschappen baksgewijs, de mariniers op de rechtervleugel; de commandant bepaalt de plaats waar het muziekkorps en de gewapende wacht zullen aantreden, waarbij hij tevens, indien de omstandigheden hiertoe aanleiding geven, een opstelling kan commanderen die afwijkt van de hierboven gestelde; voorzover niet anders is bepaald, maken allen front naar de midscheeps;
    3º. grote parade wordt gecommandeerd door de eerste of oudste officier; zodra alles gereed is voor de inspectie, rapporteert hij dat aan de commandant;
    4º. terwijl de commandant vervolgens, te beginnen met de gewapende wacht, de bemanning inspecteert, brengt deze de groet zoals voorgeschreven voor een stilstaande eenheid; na de inspectie van het muziekkorps speelt dat gedurende de verdere inspectie de Mars van de heer Van der Duyn; de commandant laat zich bij de inspectie vergezellen door de eerste of oudste officier en de oudste der aanwezige officieren van de verschillende korpsen, voorzover hij zulks nodig acht.
  2. Bij een inrichting der zeemacht of elders aan wal:
    1º. bij een inrichting der zeemacht en elders aan wal verloopt een grote parade op overeenkomstige wijze als aan boord van een oorlogsschip, alsmede conform het gestelde in hoofdstuk 13 (De parade) en hoofdstuk 14 (Het defilé);
    2º. in het defilé gaat, indien aanwezig, de afdeling van het Korps Adelborsten voorop, gevolgd door de afdeling van het Korps Mariniers; de volgorde daarna is bepaald door de rangorde van de vaandels (zie hoofdstuk 5, § 12) en daarna door de rangorde van de commandanten.

3. Alle hens voor de boeg

  1. Alle hens voor de boeg wordt gehouden aan boord van een oorlogsschip en bij een inrichting der zeemacht.
  2. Voor alle hens voor de boeg wordt het signaal alle hens gegeven.
  3. De officieren, de onderofficieren met de rang van sergeant of met een hogere rang en de korporaals en de manschappen stellen zich groepsgewijs op zoals bij grote parade; in de gevallen, aangegeven in deze publicatie, komt tevens de gewapende wacht in het geweer.
  4. Zodra de bemanning voor de boeg bijeen is, rapporteert de eerste of oudste officier dat aan de commandant.
  5. Op het ogenblik waarop de commandant aan dek komt, geeft de eerste of oudste officier, of namens hem de officier van de wacht, het commando: GEEFT - ACHT en brengt hij de groet aan de commandant.
  6. De commandant commandeert de bemanning, al naar gelang van de aard en de duur van hetgeen zal volgen, al dan niet: OP DE PLAATS - RUST.
  7. Ter inleiding van zijn toespraak of mededeling, dan wel van de plechtigheid, waarvoor alle hens voor de boeg wordt gehouden, roept de commandant de officieren aan, die hem daarop de groet brengen. Vervolgens handelt hij op gelijke wijze met betrekking tot de onderofficieren en daarna met betrekking tot de manschappen. Beide laatstgenoemde categorieën brengen, na te zijn aangeroepen, eveneens de groet.
  8. Na beëindiging van zijn toespraak of mededeling dan wel van de plechtigheid, waarvoor alle hens voor de boeg wordt gehouden, deelt de commandant de eerste of oudste officier mede, dat de officieren en de onderofficieren kunnen worden bedankt en de manschappen kunnen inrukken.
  9. Alvorens de commandant zich heeft verwijderd, geeft de eerste of oudste officier, of namens hem de officier van de wacht, zo nodig het commando: GEEFT - ACHT en brengt hij de groet aan de commandant.
  10. Nadat de commandant zich heeft verwijderd, bedankt de eerste of oudste officier de officieren, die hem daarop de groet brengen, vervolgens rechtsomkeert maken en zich verwijderen. Daarna geeft hij de officier van de wacht order om de onderofficieren te bedanken en de manschappen te laten inrukken.
  11. Nadat de eerste of oudste officier zich heeft verwijderd, geeft de officier van de wacht de order die hij heeft ontvangen door aan de chef der equipage.
  12. Nadat de officier van de wacht zich heeft verwijderd, bedankt de chef der equipage de onderofficieren en laat de manschappen inrukken.
  13. Alle hens voor de boeg bij een inrichting der zeemacht verloopt op overeenkomstige wijze als aan boord van een oorlogsschip.

4. Ceremonieel op Koninginnedag

  1. Aan boord van een oorlogsschip:
    1º. op Koninginnedag wordt gepavoiseerd vanaf het hijsen van de vlag tot zonsondergang;
    2º. wanneer het oorlogsschip op een rede of in een haven ligt, geeft het, tenzij hiervoor een walbatterij is aangewezen, op het tijdstip direct na het hijsen van de vlag en het spelen van het Wilhelmus een saluut van 33, op de middag een saluut van 35 en des middags om vier uur een saluut van 33 schoten; gedurende de saluten wordt het eerbewijs stilstaan der bemanning gebracht, waarbij front wordt gemaakt naar beide zijden, en presenteert de gewapende wacht die in het geweer is gekomen, het geweer; indien het oorlogsschip al dan niet in verband samen met andere oorlogsschepen ligt, worden de saluten van 33 schoten gegeven door het vlaggenschip of het schip van de oudste commandant, terwijl gedurende die saluten aan boord van de andere oorlogsschepen het eerbewijs stilstaan der bemanning wordt gebracht en de gewapende wacht die in het geweer is gekomen, het geweer presenteert, maar wordt het saluut van 35 schoten in de vorm van een algemeen saluut gegeven;
    3º. op de voormiddag wordt een grote parade gehouden, tenzij de regionale bevelhebber of de oudste commandant ter plaatse bepaalt, dat de bemanning zal deelnemen aan een plechtigheid aan de wal;
    4º. na grote parade of, indien er aan boord geen grote parade is gehouden, op een door de commandant te bepalen tijdstip vóór de middag, komt de bemanning in een alle hens voor de boeg bijeen om door de commandant te worden toegesproken naar aanleiding van het feest van de dag; in aansluiting op die toespraak joelt de bemanning;
    5º. indien de commandant en de état-major afzonderlijk tafel houden, biedt de eerste of oudste officier, staande aan het hoofd van de tafel van de état-major, de commandant de gelukwensen van de état-major aan, terwijl de chef der equipage de commandant de gelukwensen van de equipage aanbiedt;
    6º. indien het oorlogsschip behoort tot een verband, begeeft de commandant zich met de commandanten van de andere schepen van dat verband naar de commandant van het verband, teneinde hem zijn gelukwensen aan te bieden;
    7º. indien zich in de nabijheid van het oorlogsschip een buitenlands oorlogsschip bevindt, zendt de commandant tijdig tevoren een officier van de wacht naar de commandant van dat buitenlandse oorlogsschip, teneinde kennis te geven van het voornemen tot viering van Koninginnedag en van de wijze waarop die zal worden gevierd; indien het eigen oorlogsschip al dan niet in verband samen met andere oorlogsschepen is, wordt de officier van de wacht gezonden door de commandant van het verband dan wel door de oudste commandant; indien er meer buitenlandse oorlogsschepen van dezelfde nationaliteit, al dan niet in verband, in de nabijheid zijn, wordt de officier van de wacht gezonden naar de betrokken oudste commandant;
    8º. wanneer een buitenlands oorlogsschip of enige buitenlandse oorlogsschepen aan de feestviering hebben deelgenomen, zendt de commandant, dan wel de commandant van het verband of de oudste commandant, daags na de feestdag een officier van de wacht naar de betrokken commandanten om te bedanken;
    9º. op een rede of in een haven in het buitenland wordt, in overleg met de Nederlandse diplomatieke of consulaire ambtenaar ter plaatse, tevens kennis gegeven aan de autoriteiten aan de wal, die volgens de bestaande gebruiken van de voorgenomen feestviering op de hoogte moeten zijn.
  2. In de standplaats van een regionale bevelhebber:
    In de standplaats van een regionale bevelhebber begeven alle commandanten die ter plaatse aanwezig zijn zich, onverminderd hetgeen in de voorgaande onderdelen is bepaald, naar die regionale bevelhebber om hem hun gelukwensen aan te bieden.
  3. In een plaats waar geen regionale bevelhebber is gevestigd:
    1º. in een plaats die niet is de standplaats van een regionale bevelhebber, begeven de commandanten die ter plaatse aanwezig zijn zich naar de oudste commandant ter plaatse om hem hun gelukwensen aan te bieden, tenzij zij zich ingevolge het bepaalde in onderdeel c, onder 2º, moeten begeven naar de commandant van het Korps Mariniers;
    2º. in de standplaats van de commandant van het Korps Mariniers begeven alle commandanten onder zijn commando, die ter plaatse aanwezig zijn, zich naar de hier bedoelde commandant om hem hun gelukwensen aan te bieden.

5. Ceremonieel op andere nationale feestdagen, op nationale herdenkingsdagen of bij bijzondere nationale gebeurtenissen

  1. Algemeen:
    1º. voor het ceremonieel ter gelegenheid van een bijzondere nationale gebeurtenis worden door de Commandant Zeestrijdkrachten separate richtlijnen gegeven;
    2º. bij dit vast te stellen ceremonieel is steeds het gestelde in § 4, onderdeel a, onder 7º tot en met 9º, op overeenkomstige wijze van toepassing.
  2. De Nationale Dodenherdenking op 4 mei:
    Op de dag waarop allen worden herdacht, die sedert 10 mei 1940 bij de verdediging van de belangen van het koninkrijk, waar ook ter wereld zijn gevallen, of tijdens vredesmissies van internationale organisaties zijn gevallen dan wel door oorlogshandelingen en terreur zijn omgekomen, wordt:
    1º. aan boord van een oorlogsschip dat in een haven of op een rede in Nederland gemeerd of ten anker ligt en bij een inrichting der zeemacht in Nederland de koninkrijksvlag halfstok gevoerd van 18.00 uur tot zonsondergang en om 20.00 uur twee minuten stilte in acht genomen;
    2º. aan boord van een oorlogsschip dat zich buiten de keerkringen bevindt, maar niet in een haven of op een rede in Nederland gemeerd of ten anker ligt, de koninkrijksvlag halfstok gevoerd van 18.00 uur tot zonsondergang en terstond na het halfstok hijsen van de vlag twee minuten stilte in acht genomen;
    3º. aan boord van een oorlogsschip dat in een haven of op een rede in de Nederlandse Antillen of op Aruba gemeerd of ten anker ligt, en bij een inrichting der zeemacht in de Nederlandse Antillen of op Aruba, ceremonieel gehouden in overeenstemming met het betrokken landsbesluit;
    4º. aan boord van een oorlogsschip dat zich binnen de keerkringen bevindt, maar niet in een haven of op een rede in de Nederlandse Antillen of op Aruba gemeerd of ten anker ligt, de koninkrijksvlag halfstok gevoerd van 16.00 uur tot zonsondergang en terstond na het halfstok hijsen van de vlag twee minuten stilte in acht genomen;
    5º. op schepen die in een haven of op een rede gemeerd of ten anker liggen, zolang de koninkrijksvlag halfstok waait, bovendien de geus halfstok gevoerd.
  3. Viering nationale bevrijdingsdag op 5 mei:
    Op het moment dat de bevrijding van Nederland in 1945 wordt herdacht, wordt aan boord van oorlogsschepen en bij inrichtingen der zeemacht van top gevlagd vanaf vlaggenparade tot zonsondergang, maar niet in de Nederlandse Antillen of op Aruba.

6. Ceremonieel op feest- en herdenkingsdagen van een bevriende soevereine staat of bij bijzondere gebeurtenissen die een zodanige staat betreffen

  1. Wanneer in het buitenland in de nabijheid van een Nederlands oorlogsschip of in de nabijheid van Nederlandse oorlogsschepen aan de wal of aan boord van een buitenlands oorlogsschip een feest- of herdenkingsdag van de betrokken staat wordt gevierd waarbij saluten worden gegeven, vlaggen worden gehesen of halfstok wordt gevlagd, doet de commandant dan wel de commandant van het verband of de oudste commandant daaraan deelnemen door het oorlogsschip of de oorlogsschepen onder zijn commando, dan wel door de oorlogsschepen ter plaatse, althans indien hij vooraf van de feestviering of de herdenking op de hoogte is gesteld en de betrokken staat een bevriende soevereine staat is. Evenwel mag een saluut voor een zodanig gelegenheid nooit meer dan 21 schoten bedragen en wordt voor dezelfde natie op dezelfde dag slechts eenmaal, in de regel op de middag, een saluut gegeven.
  2. Indien aan boord van een buitenlands oorlogsschip, liggende op een rede of in een haven in het Koninkrijk der Nederlanden, een feest- of herdenkingsdag, bedoeld in onderdeel a, wordt gevierd, is het gestelde daarin op overeenkomstige wijze van toepassing.
  3. Voor deelneming aan ceremonieel ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis die een bevriende soevereine staat betreft, worden door de Commandant Zeestrijdkrachten afzonderlijke richtlijnen gegeven.

7. Indienststelling en uitdienststelling van een oorlogsschip

  1. Voor de indienststelling en uitdienststelling van een oorlogsschip komt de bemanning daarvan in een alle hens voor de boeg bijeen.
  2. Zodra de koninkrijksvlag, de wimpel dan wel de commandovlag of de standaard alsmede de geus zijn voorgehesen en de daaraan verbonden eerbewijzen, bedoeld in hoofdstuk 9, § 23, onderdeel b, onder 1º en § 25, onderdeel a, zijn gebracht, spreekt de commandant de bemanning toe naar aanleiding van de indienststelling.
  3. In aansluiting op de toespraak van de commandant joelt de bemanning.
  4. De uitdienststelling geschiedt op overeenkomstige wijze, waarbij de eerbewijzen, zoals bedoeld in hoofdstuk 9, § 23, onderdeel b, onder 3º, en § 25, onderdeel a, worden gebracht, met dien verstande dat de vlag, oorlogswimpel en geus gelijktijdig worden neergehaald.

Naar hoofdstuk 24