Hoofdstuk 21 Herdenkingen

1. De Nationale Herdenking

  1. De Nationale Herdenking wordt jaarlijks op 4 mei te Amsterdam gehouden, waarbij door CDS en de C-OPCO's namens de Nederlandse strijdkrachten een krans wordt gelegd. Tevens worden eenheden van de krijgsmacht alsmede een muziekkorps ingedeeld.
  2. Bij de Nationale Herdenking worden alle militairen en burgers van het Koninkrijk der Nederlanden herdacht, die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog tot op heden, wanneer of waar ook ter wereld, in het belang van het koninkrijk of tijdens vredesmissies van internationale organisaties zijn gevallen dan wel door oorlogshandelingen of terreur zijn omgekomen.
  3. De Nationale Herdenking begint met een herdenkingsdienst en bestaat verder uit een korte toespraak, een kranslegging door H.M. de Koningin, het signaal taptoe, twee minuten stilte gevolgd door het spelen van het Wilhelmus, een kranslegging en een defilé van aanwezigen langs het monument.

2. Overige herdenkingen

  1. De krijgsmachtdelen herdenken separaat elk jaar op verschillende data en tijdstippen hun eigen gevallenen, waarbij de plechtigheid analoog aan de Nationale Herdenking te Amsterdam verloopt.
  2. Op verschillende andere data door het gehele jaar vinden herdenkingsbijeenkomsten plaats, gekoppeld aan de nagedachtenis van een specifieke gebeurtenis.
  3. Onderscheid moet worden gemaakt in herdenkingen die door en vanwege een onderdeel van de krijgsmacht worden georganiseerd, dan wel door een burgerorganisatie worden georganiseerd, waarbij deelname van militairen en militaire eenheden plaatsvindt.
  4. Militairen, die tijdens de deelname aan vredesmissies van internationale organisaties zijn gevallen, worden in beginsel eveneens herdacht, onmiddellijk voorafgaande aan de medal-parade.
  5. Indien een herdenking wordt begonnen met een officiële aankomst, geschiedt de aankomst van de parade-inspecteur zoals vermeld in hoofdstuk 13, § 4, waarbij uitsluitend de parade-inspecteur muzikaal eerbetoon ontvangt.

3. Programma van een herdenking

Het te volgen programma tijdens een herdenking kan door verschillende factoren ten opzichte van elkaar nogal verschillen. Hieronder wordt een model aangegeven, dat als basis kan dienen voor de organisatie van een herdenking, waarbij elementen kunnen worden weggelaten. De programmaonderdelen laten zich meestal niet in een andere volgorde plaatsen.
Het verloop van een herdenkingsplechtigheid kan er als volgt uitzien:

  1. een bijeenkomst van bezinning, meestal in een daartoe bestemde ruimte;
  2. een stille tocht naar de eigenlijke plaats van herdenking;
  3. een buitengewone vlaggenparade, waarbij de ceremonie zoals beschreven in hoofdstuk 15, wordt gevolgd met dien verstande, dat de vlag halfstok wordt gehesen en het Wilhelmus niet wordt gespeeld (hoofdstuk 3, algemeen en § 8, onderdeel b); de buitengewone vlaggenparade kan reeds hebben plaatsgevonden, voordat de genodigden arriveren; in dat geval blijven de wachtcommandant (of de aangewezen functionaris), de vlaggenhijsers en de muzikant na het vlag halfstok hijsen ter plaatse;
  4. een kort woord van welkom, het voorlezen van een gedicht, een overdenking, een in memoriam;
  5. een dodenappèl;
  6. een eerste officiële kranslegging door de hoogst aanwezige autoriteit;
  7. het signaal taptoe*, gevolgd door één minuut stilte*; de periode van stilte wordt gevolgd door het signaal voorwaarts* of het Wilhelmus*/**;
    * Tijdens het spelen van de onder g genoemde muziek, en de één minuut stilte, nemen de militairen ‘de houding’ aan en brengen zij de eregroet;
    **Indien (onder onderdeel g) het signaal ‘voorwaarts’ is gespeeld kan ter afsluiting het Wilhelmus ten gehore worden gebracht;
  8. een kranslegging (zie § 5);
  9. het defilé van aanwezigen langs het monument of de graven, gecombineerd met een bloemenhulde.

4. Overige bijzonderheden

  1. Tijdens de officiële herdenkingen op 4 mei worden steeds twee minuten stilte* in acht genomen. Bij andere herdenkingen wordt in beginsel volstaan met één minuut stilte.
    * Op de Nederlandse Antillen en op Aruba van 18.00 - 18.02. Elders op de wereld op een geschikt moment (in de vooravond) van 4 mei.
  2. Het halfstok vlaggen op 4 mei is beperkt tot de tijdsperiode van 18.00 uur tot zonsondergang. Op plaatsen waar geen herdenking plaatsvindt, blijft de vlag eveneens halfstok hangen tot zonsondergang.
  3. De eregroet wordt gebracht tijdens het halfstok hijsen van de vlag en tijdens het spelen van het Wilhelmus en de één/twee minuten stilte.
  4. Tijdens de signalen taptoe, voorwaarts en een officiële periode van stilte wordt door militairen in uniform de houding aangenomen en de eregroet gebracht.
  5. Een ingedeeld vaandel kan deel uitmaken van de plechtigheid. Het in- en uittreden van de vaandelwacht geschiedt zoals aangegeven in hoofdstuk 16.
  6. Bij een monument of graven kunnen militairen een dodenwacht betrekken.
  7. Tijdens een gebed nemen militairen het hoofddeksel af.

5. Kranslegging (algemeen)

  1. De krans* wordt aangereikt door derden.
    *Een krans met een kleinere diameter dan 80 cm wordt door één persoon gelegd, vanaf 80 cm door twee personen.
  2. Loop vanaf de u toegewezen plaats tot aan de plaats van aanreiking in rustige pas op de dragers toe.
  3. Neem de krans met beide handen in het midden aan en indien met tweeën: ieder aan een zij- achterkant, met de buitenste arm boven en de binnenste arm onder.
  4. Na het aannemen in rustige pas naar de plaats van handeling lopen en de krans plaatsen / hangen zoals vooraf geïnstrueerd / bepaald (gebaseerd op de plaatselijke omstandigheden*).
    * Voor overige (detail)handelingen en bijzonderheden wordt u verwezen naar desbetreffende order dan wel de aanwijzingen en instructies van de plaatselijke organisatie.
  5. Schik de linten, zodat de tekst leesbaar is.
  6. Maak (beiden) drie passen achterwaarts en blijf drie seconden, en burgers uit respect met licht gebogen hoofd, staan (houdt hierbij de handen gestrekt langs het lichaam, nooit handen gevouwen of op de rug). Militairen brengen (drie tellen) de eregroet.
  7. Maak rechtsomkeert en neem de u toegewezen plaats weer in of volg de aanwijzingen op.

6. Herdenking als onderdeel van een militaire plechtigheid

Indien tijdens een militaire plechtigheid (b.v. een medal-parade) een herdenking wenselijk is, kunnen daarvoor de volgende richtlijnen als basis dienen in relatie tot het bepaalde in hoofdstuk 20, § 10:

  1. het voorlezen van een gedicht, overdenking, in memoriam of korte toespraak;
  2. het signaal taptoe, gevolgd door één minuut stilte;
  3. het signaal voorwaarts;
  4. tijdens de in onderdeel b en c genoemde activiteiten wordt door militairen de eregroet gebracht.

Naar hoofdstuk 22