Hoofdstuk 15 De (buitengewone) vlaggenparade

1. Het hijsen van de Nederlandse vlag

  1. De wachtcommandant of de aangewezen burgerfunctionaris, wijst voor het hijsen van de vlag in principe twee vlaggenhijsers aan die vervolgens door hem op de hoogte worden gebracht van hun taak (zie ook hoofdstuk 1, § 2, onderdeel g).
  2. De muzikant (indien ingedeeld) blaast het signaal bij de vlag.
  3. Vijf minuten vóór het tijdstip van het hijsen van de vlag treden de vlaggenhijsers (en de muzikant) buiten aan. Eén van de vlaggenhijsers draagt de vlag opgevouwen op de horizontaal gestrekte onderarmen; zijn bovenarmen blijven tegen het lichaam gedrukt.
  4. De wachtcommandant marcheert met de vlaggenhijsers (en de muzikant) naar de vlaggenmast, laat aldaar halt houden en stelt de vlaggenhijsers in de nabijheid van en met het front naar de vlaggenmast op in de rusthouding. Door één van de vlaggenhijsers wordt de vlaggenlijn losgemaakt, waarna de ander de vlag aanslaat.
  5. Het tijdstip* voor het hijsen van de vlag wordt aangegeven door het signaal geeft acht of, indien geen (bel)signaal kan worden gegeven, op aanwijzing van de wachtcommandant. Onmiddellijk hierna volgen de commando’s: GEEFT - ACHT, BRENGT ERE - GROET en: VLAG - HIJSEN, waarna één van de vlaggenhijsers de vlag langzaam en statig hijst totdat deze geheel (in top) is gehesen. De vlaggenlijn wordt tijdens het hijsen door de tweede vlaggenhijser gespannen gehouden, terwijl de vlag de grond niet mag raken.
    * KM: één minuut voor aanvang vlag hijsen wordt de aanwijzing stilte aan dek, front maken naar de vlag, gegeven.
  6. De muzikant speelt tijdens het hijsen van de vlag het Wilhelmus.
  7. Tijdens het hijsen van de vlag brengen de eventueel aangetreden eenheden (front naar de vlag) en de wachtcommandant de eregroet.
  8. Zodra de vlag is gehesen volgt een belsignaal, het signaal doorgaan of het commando: VLAG - GEREED waarna de eregroet wordt beëindigd en de vlaggenlijn wordt vastgeknoopt.
  9. Vervolgens marcheert de wachtcommandant met de vlaggenhijsers (en de muzikant) terug naar het wachtgebouw.

Bijzonderheden:

  1. Indien men tijdens het hijsen of neerhalen van de vlag (passeren van een ontplooid vaandel, militaire begrafenisstoet enz.) of anderszins in situaties waarbij de (ere)groet moet worden gebracht, een voertuig bestuurt, dient met uit- of af te stappen, front naar de vlag (enz.) te maken en het voorgeschreven eerbewijs te brengen. Burgerpersonen maken front naar de vlag (enz.).
    Het bovenstaande is tevens van toepassing op eventuele (burger)passanten te voet, die de vlag tijdens het hijsen of neerhalen in zicht hebben.
  2. Het Wilhelmus, als Nederlandse hymne, gespeeld door een muziekkorps of muzikant, duurt ± 50 seconden. Om de vlag langzaam en statig te hijsen en neer te halen, dient dit in ± 20 seconden te gebeuren. Bij de KM wordt tijdens het hijsen en neerhalen van de vlag de vaandelmars gespeeld.
  3. Voorafgaand aan het hijsen van de vlag mogen in de onmiddellijke nabijheid geen andere vlaggen zijn of worden gehesen. De Nederlandse vlag dient als eerste gehesen te worden of gelijktijdig met andere vlaggen.
    Voor meer bijzonderheden
    zie hoofdstuk 3: Vlaggen.

2. Het neerhalen van de Nederlandse vlag

  1. De wachtcommandant of de aangewezen burgerfunctionaris wijst voor het neerhalen van de vlag twee vlaggenhijsers aan, die vervolgens door hem op de hoogte worden gebracht van hun taak.
  2. De muzikant (indien ingedeeld) blaast het signaal bij de vlag.
  3. Vijf minuten vóór het tijdstip van het neerhalen* van de vlag, marcheert de wachtcommandant met de twee vlaggenhijsers (en de muzikant) naar de vlaggenmast, laat aldaar halt houden en stelt de vlaggenhijsers in de nabijheid van en met het front naar de vlag op in de rusthouding.
    Door één van de vlaggenhijsers wordt de vlaggenlijn losgemaakt.
  4. Het tijdstip voor het neerhalen van de vlag* wordt aangegeven door de muzikant met het signaal geeft acht of, indien geen (bel)signaal kan worden gegeven, op aanwijzing van de wachtcommandant. Onmiddellijk hierna volgen de commando’s: GEEFT - ACHT, BRENGT ERE - GROET en: VLAG - NEERHALEN, waarna één van de vlaggenhijsers de vlag langzaam en statig neerhaalt. De vlaggenlijn wordt tijdens het neerhalen door de tweede vlaggenhijser gespannen gehouden, terwijl de vlag de grond niet mag raken.
    * KM: één minuut voor aanvang vlag neerhalen wordt de aanwijzing stilte aan dek, front maken naar de vlag gegeven.
  5. De muzikant speelt tijdens het neerhalen van de vlag het Wilhelmus.
  6. Tijdens het neerhalen van de vlag brengen de eventueel aangetreden eenheden (front naar de vlag) en de wachtcommandant de eregroet.
  7. Zodra de vlag is neergehaald, volgt een belsignaal, wordt het signaal doorgaan of het commando: VLAG - GEREED gegeven, waarna de eregroet wordt beëindigd en de vlaggenlijn wordt vastgeknoopt.
  8. Nadat de vlaggenlijn is vastgeknoopt, vouwen de vlaggenhijsers de vlag op zoals omschreven in hoofdstuk 3, § 7. Eén van de vlaggenhijsers legt de gevouwen vlag op de horizontaal gestrekte onderarmen (bovenarmen tegen het lichaam gedrukt) van de andere vlaggenhijser, waarna de wachtcommandant met de vlaggenhijsers (en de muzikant) terugkeren naar het wachtgebouw.

Bijzonderheden: De Nederlandse vlag dient als laatste, of gelijktijdig met andere vlaggen te worden neergehaald.
Voor meer bijzonderheden
zie hoofdstuk 3: Vlaggen.

3. De (buitengewone) vlaggenparade (KL, KLu, KMar)

  1. Algemeen:
    1º. ter gelegenheid van bijzondere gelegenheden en op nationale feestdagen kan een (buitengewone) vlaggenparade plaatsvinden; in beginsel vindt de vlaggenparade plaats op een militair complex; desgevraagd kan een C-OPCO toestaan dat een vlaggenparade buiten een militair complex wordt gehouden;
    2º. in beginsel bestaat een vlaggenparade uit het met enig ceremonieel en muzikaal eerbetoon hijsen van de vlag.
  2. Deelnemers en opstelling:
    1º. de aangewezen eenheidscommandant is verantwoordelijk voor het vaststellen van de ceremonie; hij kan daartoe gebruikmaken van het bepaalde in hoofdstuk 13, § 2;
    2º. de deelnemende eenheden, niet-ingedeelde militairen en burgergenodigden staan in beginsel opgesteld zoals is aangegeven in hoofdstuk 12;
    3º. de deelnemende eenheden dienen zodanig te zijn opgesteld, dat elke aanwezige het hijsen van de vlag kan waarnemen;
    4º. een wachtcommandant*, twee vlaggenhijsers en een muzikant of muziekkorps maken deel uit van het ceremonieel.
  3. Uitvoering:
    1º. commandanten van deelnemende eenheden melden zich bij de paradecommandant;
    2º. achtereenvolgens worden nu de volgende commando’s of signalen gegeven en handelingen verricht:
muzikant blaast het signaal bij de vlag;
wachtcommandant marcheert met twee vlaggenhijsers en een muzikant naar de vlaggenmast en laat de vlag aanslaan;
muzikant blaast signaal geeft acht;
paradecommandant BRENGT ERE - GROET;
wachtcommandant VLAG - HIJSEN;
(muzikant)muziekkorps speelt tijdens het hijsen van de vlag het Wilhelmus;
muzikant blaast het signaal doorgaan, zodra de vlag is gehesen;
paradecommandant IN DE HOUDING - STAAT en: OP DE PLAATS - RUST, de parade- of onderdeelscommandant houdt vervolgens een korte toespraak om de aanleiding tot de vlaggenparade te memoreren;
paradecommandant GEEFT - ACHT;
wachtcommandant marcheert af met de vlaggenhijsers en muzikant;
paradecommandant EENHEDEN TER BESCHIKKING, de paradecommandant nodigt (indien bedoeld) niet-ingedeelde militairen en burgergenodigden uit voor een receptie;
muziekkorps speelt tijdens de afmars van de eenheden muziek;

3º. indien wordt bepaald dat bij aanvang van de vlaggenparade de vlaggenhijsers en de muzikant reeds bij de vlaggenmast staan opgesteld, worden de onderstaande commando’s of signalen gegeven en handelingen verricht:

wachtcommandant marcheert met twee vlaggenhijsers en een muzikant naar de vlaggenmast en laat de vlag aanslaan, ruim voordat de genodigden hun opstelling innemen;
paradecommandant GEEFT - ACHT en: BRENGT ERE - GROET;
wachtcommandant VLAG - HIJSEN;
(muzikant) muziekkorps speelt tijdens het hijsen van de vlag het Wilhelmus;
muzikant blaast het signaal doorgaan, zodra de vlag is gehesen;
paradecommandant IN DE HOUDING - STAAT en: OP DE PLAATS - RUST, de parade- of onderdeelscommandant houdt vervolgens een korte toespraak om de aanleiding tot de vlaggenparade te memoreren; de ceremonie kan nu worden afgesloten zoals vermeld onder 2º; naar keuze kan het afmarcheren van de vlaggenwacht ook geschieden nadat alle betrokkenen en genodigden de plaats van de plechtigheid hebben verlaten;

4º. indien bij de vlaggenparade geen eenheden zijn ingedeeld, dient een militair als commandant te worden aangewezen die zorg draagt voor een analoge afloop als onder 2º en 3º is aangegeven.

4. De (buitengewone) vlaggenparade bij de KM

  1. De uitvoering van een vlaggenparade bij de KM is zowel aan boord van schepen als bij inrichtingen aan wal afwijkend van het hiervoor gestelde in § 1 tot en met § 3.
  2. Zie hoofdstuk 9, § 23, onderdeel b.

Naar hoofdstuk 16