Hoofdstuk 14 Het defilé
1. Algemeen
- Een militaire plechtigheid kan worden afgesloten met een defilé, zijnde
het marcheren van eenheden of voorbijrijden van voertuigen langs de
parade-inspecteur. De parade-inspecteur heeft in beginsel minimaal de
(vergelijkbare) rang van brigadegeneraal. In andere gevallen beslist
C-OPCO of een defilé wordt gehouden; een gemotoriseerd defilé behoeft
altijd zijn toestemming.
- Een defilé kan ook als separate militaire activiteit worden gehouden,
bijvoorbeeld ter gelegenheid van de verjaardag van H.M. de Koningin.
- Het defilé wordt in beginsel niet door een andere burgerautoriteit afgenomen
dan die zoals vermeld in onderdeel a, behoudens met toestemming van de minister.
- Een defilé wordt zo mogelijk afgenomen vanaf een podium.
- De parade-inspecteur kan (een) autoriteit(en) uitnodigen het defilé mede af
te nemen. Zij staan achter de parade-inspecteur op het podium.
- Indien een vaandelwacht is ingedeeld, wordt met het vaandel gegroet voor de
in hoofdstuk 5, § 5, genoemde personen.
- Van de aanwezigen op het podium groet uitsluitend de parade-inspecteur en wel
voor commandanten vanaf compagniesniveau en hoger met dien verstande, dat door
allen de eregroet wordt gebracht voor het vaandel.
- De niet-ingedeelde militairen vormen een afzonderlijke groep. De hoogste in
rang treedt op als commandant en staat op de rechtervleugel. Tijdens het
defileren nemen de niet-ingedeelden de houding aan en brengen alleen de eregroet
voor het vaandel.
- Indien eenheden van verschillende krijgsmachtdelen zijn ingedeeld, wordt
gedefileerd in de volgorde KM, KL, KLu, KMar.
- Detachementen die moeten defileren, dienen in beginsel niet groter te zijn
dan 40 militairen om tijdens het marcheren te voorkomen dat de cadans verdwijnt.
2. De opstelling rond het podium
- Op het podium staan:
1º. de parade-inspecteur;
2º. door de parade-inspecteur uitgenodigde autoriteit(en);
3º. de paradecommandant nadat hij zich heeft gemeld.
- Achter op het podium staan:
1º. de officieradjudant van de parade-inspecteur;
2º. de officieradjudant van de paradecommandant en die van de op het podium
genodigde autoriteit(en).
- Naast het podium staan opgesteld: (zie bijzonderheden, nummer 2)
1º. links van het podium de genodigde burgerautoriteit(en);
2º. direct rechts van het podium de Ridder(s) der Militaire Willemsorde;
3º. rechts van de Ridder(s) der Militaire Willemsorde de niet-ingedeelde
(opper)officieren;
4º. rechts van de officieren de niet-ingedeelde onderofficieren.
- Links en rechts van het podium: (zie bijzonderheden, nummer 2)
1º. zowel links als rechts van het podium, op een zodanige afstand dat de
opstelling rond het podium is ingesloten, staan richtvlagdragers opgesteld;
2º. ter hoogte van de linker richtvlagdrager begint het brengen van eerbewijzen;
ter hoogte van de rechter richtvlagdrager eindigt het brengen van eerbewijzen
(zie bijzonderheden, nummer 1).
- Het ingedeelde muziekkorps passeert als eerste eenheid de parade-inspecteur,
maakt tweemaal hoofd der colonne links en stelt zich tegenover het podium op.
Bijzonderheden:
- Indien de ingedeelde eenheden door plaatselijke omstandigheden vanaf het
podium gezien van rechts komen aanmarcheren, dient de opstelling, genoemd in de
onderdelen c en d, gespiegeld te worden en de commando’s voor het muziekkorps en
voor de overigen, bij het passeren van de richtvlaggen, overeenkomstig te worden
aangepast.
- Links en rechts van het podium is gezien vanuit de parade-inspecteur.
3. Het defilé te voet
- De samenstelling:
1º. paradecommandant (zo mogelijk staande in een voertuig);
2º. ingedeeld muziekkorps;
3º. ingedeelde vaandelwacht;
4º. ingedeelde eenheden.
- De uitvoering:
1º. de paradecommandant komt aangereden en meldt aan de parade-inspecteur, dat
de eenheden gereed zijn voor het defilé en neemt plaats rechtsachter de
parade-inspecteur op het podium;
zijn voertuig wordt zodanig aan de kant van de
weg gezet, dat het defilé ongestoord kan plaatsvinden;
2º. het defilé begint met het muziekkorps, dat (al spelend) voorbij marcheert en
tegenover het podium een opstelling inneemt en aldaar (ononderbroken) zo nodig
verschillende defileermarsen ten gehore brengt;
3º. daarna passeert de vaandelwacht; C-vaandelwacht groet de parade-inspecteur
(in de gevallen, genoemd in hoofdstuk 5, § 5, wordt met het vaandel gegroet),
terwijl de leden van de vaandelwacht recht voor zich uit blijven kijken;
4º. vervolgens passeren de ingedeelde compagnieën bestaande uit minimaal twee
detachementen ter grootte van maximaal 40 militairen; de commandant van een
detachement loopt twee passen in het midden voor zijn eenheid, terwijl de
commandant van de compagnie zes passen in het midden voor zijn eenheid loopt; de
afstand tussen de ingedeelde compagnieën is ongeveer 20 passen;
5º. elke commandant van een compagnie maakt ter hoogte van de eerste
richtvlagdrager hoofd rechts en geeft aansluitend het commando: HOOFD - RECHTS
en brengt (eventueel met sabel) zelf de (ere)groet, gelijktijdig met het hoofd
rechts van de compagnie; ter hoogte van de tweede richtvlagdrager beëindigt de
commandant van de compagnie de (ere)groet en geeft aansluitend het commando:
HOOFD - FRONT en voert gelijktijdig met de compagnie deze beweging uit;
6º. zodra de laatste eenheid is gepasseerd, sluit het ingedeelde muziekkorps
(nog steeds spelend) op ongeveer 20 passen achter die eenheid aan;
7º. tot slot meldt de paradecommandant de eenheden af bij de parade-inspecteur
en vervolgt zijn weg in het voor hem bestemde voertuig;
8º. voordat de ingedeelde eenheden worden ontbonden, dient de vaandelwacht op de
daartoe voorgeschreven wijze uit te treden.
4. Het bereden defilé
- De samenstelling:
1º. paradecommandant (bereden);
2º. ingedeeld muziekkorps;
3º. ingedeelde bereden standaardwacht;
4º. ingedeelde bereden eenheden.
- De uitvoering:
1º. het melden van de paradecommandant geschiedt overeenkomstig het gestelde bij
het defilé te voet, met dien verstande dat, indien de parade-inspecteur bereden
is, de paradecommandant zich te paard rechtsachter hem zal opstellen; is de
parade-inspecteur te voet dan zal de paradecommandant na de melding afstijgen en
zijn paard aan een oppasser overgeven;
2º. de wijze van optreden van het muziekkorps is overeenkomstig het optreden bij
een defilé te voet;
3º. afhankelijk van de afmetingen van het terrein zal in stap, doorgezeten draf
of galop worden gedefileerd;
4º. het verloop van het defilé is verder conform het defilé te voet;
5º. wordt in stap gedefileerd, dan wordt gereden in de houding draagt sabel, in
draf of galop in de houding gereed sabel;
6º. bij het commando: HOOFD - RECHTS groet de commandant van een eskadron met de
sabel.
- De frontmars
Laten de omstandigheden en het terrein dit toe, dan wordt het defilé besloten
met een frontmars, nadat het muziekkorps de opstelling heeft verlaten. Hiertoe
zullen de eenheden zich in het terrein, ver voor het podium, in linie opstellen,
de standaardwacht in het midden. Vervolgens gaat men, bij voorkeur in galop
voorwaarts en houdt op één pelotonbreedte voor het podium in linie halt.
Tenslotte meldt de paradecommandant de eenheden af bij de parade-inspecteur en
treedt vóór het ontbinden van de ingedeelde eenheden de standaard op de
voorgeschreven wijze uit.
5. Het gemotoriseerde / gemechaniseerde defilé
- De samenstelling:
1º. paradecommandant, staande in een voertuig;
2º. ingedeeld muziekkorps;
3º. ingedeelde vaandelwacht (in voertuigen, zoals beschreven in
hoofdstuk 5, §
10, onderdeel c);
4º. ingedeelde voertuigen.
- De uitvoering:
1º. het melden van de paradecommandant geschiedt analoog aan het gestelde bij
het defilé te voet;
2º. de wijze van optreden van het muziekkorps is identiek aan het optreden bij
een defilé te voet, met dien verstande dat (ononderbroken) zo nodig
verschillende defileermarsen ten gehore kunnen worden gebracht;
3º. de deelnemende voertuigen defileren met een snelheid van ongeveer 15
kilometer per uur;
4º. de onderlinge afstand tussen de voertuigen is ongeveer 15 meter; indien
sprake is van ingedeelde eenheden, wordt tussen het laatste voertuig van een
eenheid en het eerste voertuig van de volgende eenheid een afstand aangehouden
van ongeveer 50 meter;
5º. de commandant van een compagnie brengt ter hoogte van de eerste
richtvlagdrager de (ere)groet en beëindigt deze ter hoogte van de tweede richtvlagdrager;
6º. de commandant van elk voertuig maakt (zo mogelijk staande) ter hoogte van de eerste
richtvlagdrager hoofd rechts, en ter hoogte van de tweede richtvlagdrager hoofd front; de
overige inzittenden blijven rechtop zitten en kijken daarbij recht vooruit;
7º. pistooldragenden en ongewapende inzittenden kruisen de armen horizontaal
voor de borst, de rechterarm over de linker; de met geweer gewapende inzittenden
plaatsen het wapen tussen de benen en houden dit met beide handen vast; indien
een persoonlijk wapen voor de borst wordt gedragen, wordt het wapen vastgehouden
zoals vermeld in de DP 20-20: Handboek exercitie voor de krijgsmacht;
8º. vuurmonden en boordwapens worden niet gedraaid;
9º. zodra het laatste voertuig is gepasseerd, sluit het muziekkorps aan, meldt
de paradecommandant de eenheden af bij de parade-inspecteur en wordt, voor het
ontbinden van de ingedeelde eenheden, het uittreden van de vaandelwacht op de
voorgeschreven wijze uitgevoerd.
6. Een gecombineerd defilé
- Indien gewenst kan een defilé worden gehouden met eenheden te voet,
gezamenlijk met bereden eenheden of ingedeelde voertuigen.
- De hierboven beschreven uitvoeringsbepalingen in de §§ 3, 4 en 5 zijn van
toepassing.
- In beginsel start het defilé met het ingedeelde muziekkorps, de vaandelwacht
en eenheden te voet en bereden eenheden, op enige afstand gevolgd door de
ingedeelde voertuigen.
Naar hoofdstuk 15