Hoofdstuk 13 De parade

1. Algemeen

  1. Een parade is een militaire plechtigheid, die achtereenvolgens kan bestaan uit:
    1º. het aantreden van de eenheid inclusief de niet-ingedeelde militairen beneden de rang van brigadegeneraal en burgergenodigden;
    2º. het intreden van een vaandelwacht;
    3º. de begroeting* met muzikaal eerbetoon van opperofficieren en autoriteiten; volgorde: afhankelijk van rang en functie;
    4º. de begroeting* met eerbewijs van de Ridder(s) Militaire Willemsorde;
    5º. de begroeting* met muzikaal eerbetoon van de parade-inspecteur;
    6º. het melden van de aangetreden eenheid door de paradecommandant aan de parade-inspecteur;
    7º. (a) een ceremoniële begroeting* van de aangetreden eenheid, niet-ingedeelden en genodigden door de parade-inspecteur, of:
    (b) een ceremoniële inspectie van de ingedeelde en niet-ingedeelde militaire eenheden;
    8º. een militaire activiteit (b.v. een medal-parade);
    9º. het afmelden van de aangetreden eenheid door de paradecommandant aan de parade-inspecteur (niet als een defilé volgt);
    10º. uittreden* van de Ridder(s) Militaire Willemsorde;
    11º. uittreden* van opperofficieren en autoriteiten; volgorde: afhankelijk van rang en functie
    12º. uittreden* van de vaandelwacht (niet als een defilé volgt);
    13º. uittreden niet-ingedeelde militairen beneden de rang van brigadegeneraal en burgergenodigden;
    14º. een defilé.
    * Tijdens begroetingen en het uittreden dient de eenheid in de houding te staan.
  2. Bij een parade wordt onderscheid gemaakt tussen:
    1º. de parade-inspecteur; de autoriteit die in beginsel de ceremoniële begroeting of -inspectie houdt en voor wie tot slot wordt gedefileerd;
    2º. de paradecommandant; de officier die het commando voert over de opgestelde eenheid en onder wiens verantwoordelijkheid de commando’s worden gegeven.
  3. Als parade-inspecteur kunnen optreden:
    1º. H.M. de Koningin;
    2º. een lid van het Koninklijk Huis;
    3º. de gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba;
    4º. een buitenlands staatshoofd;
    5º. een lid van een buitenlands regerend vorstenhuis;
    6º. de minister-president;
    7º. een minister of staatssecretaris;
    8º. de gouverneur van de hoofdstad;
    9º. de gouverneur van de residentie;
    10º. een opperofficier;
    11º. een vaandelvoerend commandant (regiments- of korpscommandant);
    12º. een hoofdofficier, commando voerend over een eenheid van bataljonsgrootte;
    13º. een door C-OPCO aan te wijzen hoofdofficier.
  4. Het defilé wordt separaat beschreven in hoofdstuk 14.

2. De parade-order

  1. De parade-order wordt opgesteld onder verantwoordelijkheid van de paradecommandant. Hij overlegt daartoe met de parade-inspecteur.
  2. Indien het ceremonieel wordt uitgevoerd t.b.v. H.M. de Koningin, een lid of gasten van het Koninklijk Huis, wordt van tevoren overleg gevoerd met de CMH van H.M. de Koningin.
  3. De parade-order dient ten minste de volgende onderwerpen te behandelen:
    1º. de deelnemende eenheden;
    2º. de rangschikking en opstelling van de eenheid;
    3º. plaats en tijd van opstelling, tenue, decoraties en bewapening;
    4º. richtlijnen voor de muziek;
    5º. opstelling van niet-ingedeelde militairen en burgergenodigden;
    6º. ontvangst vorstelijke personen en autoriteiten bij aanvang;
    7º. de voorbespreking en het vooroefenen;
    8º. de maatregelen t.a.v. bevelvoering, ordehandhaving, afsluiting van wegen, verzorging van het terrein, medische verzorging, verbindingen, parkeren van voertuigen, verzorging van alle deelnemers, ontvangst na afloop en andere voor een goede afloop van de ceremonie noodzakelijke regelingen;
    9º. coördinerende bepalingen.

3. Het aantreden van de eenheid, niet-ingedeelde militairen en genodigden

  1. De ingedeelde eenheden staan opgesteld als aangegeven in hoofdstuk 12, waarbij commandanten op het niveau van compagnie twee passen vóór en in het midden van de eenheid staan opgesteld. Commandanten van eenheden lager dan compagniesniveau staan bij hun eenheid ingetreden of staan rechts van de eenheid ter hoogte van het eerste gelid opgesteld. Bij deelname van grotere aantallen eenheden geldt dat de commandant op het niveau van een bataljon vóór en in het midden van de eenheid staat opgesteld en de lagere commandanten bij hun eenheid staan ingetreden of op de rechterflank van hun eenheid staan opgesteld.
  2. De niet-ingedeelde militairen, beneden de rang van brigadegeneraal, nemen hun plaats in. Zij vormen één of meer afzonderlijke groepen, waarbij steeds de hoogste / oudste in rang of een door de organisatie aan te wijzen militair, als commandant optreedt en twee passen vóór de eenheid staat opgesteld. De commando’s van de paradecommandant worden gevolgd. (Burger)autoriteiten en genodigden nemen hun plaats in en krijgen daartoe aanwijzingen van een (militaire) begeleider.
  3. Vervolgens arriveert de paradecommandant en neemt rapport in.
  4. De paradecommandant en de officieradjudant nemen hun opstelling in, front naar het katheder (de open zijde van het carré), nadat de paradecommandant de eenheden: OP DE PLAATS - RUST heeft gecommandeerd.
  5. De vaandelwacht treedt in volgens de procedure, beschreven in hoofdstuk 16.
  6. Opperofficieren en autoriteiten arriveren en worden verwelkomd zoals beschreven in hoofdstuk 8, § 10 en § 11 (muzikaal eerbetoon en protocol bij ereroffels).
  7. Ridder(s) der Militaire Willemsorde, waarvoor op commando van de paradecommandant door de eenheden het eerbewijs IN DEN ARM - GEWEER wordt gebracht zodra deze binnen het opgestelde carré arriveert, direct gevolgd door het commando: ZET AF - GEWEER. Bij het uittreden wordt de houding aangenomen.
  8. De ontvangst van de parade-inspecteur kan nu plaatsvinden.

4. Aankomst van de parade-inspecteur (zie ook hoofdstuk 8, § 11 de onderdelen e, f, en g)

  1. Protocol, indien H.M. de Koningin, een lid van het Koninklijk Huis of de gouverneur van de Nederlandse Antillen of van Aruba als parade-inspecteur optreedt:
    1º. de paradecommandant commandeert: GEEFT - ACHT en: PRESENTEERT - GEWEER, zodra de parade-inspecteur nadert;
    2º. de parade-inspecteur houdt halt op het moment dat hij binnen het opgestelde carré arriveert, waarna de paradecommandant aan het muziekkorps opdraagt: MUZIEK - WILHELMUS; het volkslied blijft achterwege als in de vervolgceremonie het spelen van het Wilhelmus reeds is voorzien; in plaats van het Wilhelmus speelt het muziekkorps dan de parademars;
    3º. nadat de muziek is beëindigd, begeeft de paradecommandant zich naar de parade-inspecteur, meldt de aangetreden eenheid, nodigt uit tot het uitvoeren van een ceremoniële inspectie en commandeert vervolgens: ZET AF - GEWEER; nadat de parade-inspecteur aangeeft gereed te zijn (en de inspectiedelegatie is geformeerd), begint de ceremoniële inspectie;
    4º. tijdens de aansluitende ceremonie verblijven de parade-inspecteur en de officieradjudant op de hun toegewezen plaats (zie schets);
    5º. voor het afmelden van de eenheid door de paradecommandant, voegt de officieradjudant zich weer bij de parade-inspecteur.
  2. Protocol, indien de parade-inspecteur een opperofficier is of een autoriteit, zoals beschreven in hoofdstuk 8, en bij aankomst een muzikaal eerbetoon ten deel valt:
    1º. de paradecommandant commandeert: GEEFT - ACHT en: IN DEN ARM - GEWEER zodra de parade-inspecteur nadert;
    2º. de parade-inspecteur houdt halt op het moment dat hij binnen het opgestelde carré arriveert, waarna de paradecommandant aan het muziekkorps opdraagt: MUZIEK - …..(aantal) EREROFFELS;
    3º. het muziekkorps voert het muzikaal eerbetoon uit; de parade-inspecteur brengt de groet tijdens het in ontvangst nemen van het muzikaal eerbetoon;
    4º. nadat de muziek is beëindigd, begeeft de paradecommandant zich naar de parade-inspecteur, meldt de aangetreden eenheid, nodigt uit tot het uitvoeren van een ceremoniële inspectie en commandeert vervolgens: ZET AF - GEWEER; nadat de parade-inspecteur aangeeft gereed te zijn (en de inspectiedelegatie is geformeerd), begint de ceremoniële inspectie;
    5º. tijdens de aansluitende ceremonie verblijven de parade-inspecteur en de officieradjudant op de hun toegewezen plaats;
    6º. voor het afmelden van de eenheid door de paradecommandant, voegt de officieradjudant zich weer bij de parade-inspecteur.
  3. Protocol, indien de parade-inspecteur een hoofdofficier is:
    1º. de paradecommandant commandeert: GEEFT - ACHT en: IN DEN ARM - GEWEER zodra de parade-inspecteur nadert;
    2º. de parade-inspecteur houdt halt op het moment dat hij binnen het opgestelde carré arriveert, de paradecommandant begeeft zich naar de parade-inspecteur, meldt de aangetreden eenheid, nodigt uit tot het uitvoeren van een ceremoniële inspectie en commandeert vervolgens: ZET AF - GEWEER; nadat de parade-inspecteur aangeeft gereed te zijn (en de inspectiedelegatie is geformeerd), begint de ceremoniële inspectie;
    3º. tijdens de aansluitende ceremonie verblijven de parade-inspecteur en de officieradjudant op de hun toegewezen plaats;
    4º. voor het afmelden van de eenheid door de paradecommandant, voegt de officieradjudant zich weer bij de parade-inspecteur;
  4. Protocol, indien een ceremoniële begroeting wordt gehouden.
    Indien, in plaats van een ceremoniële inspectie, een ceremoniële begroeting wordt gehouden, brengt de parade-inspecteur, nadat de paradecommandant de eenheid heeft gemeld, eerst de eregroet aan het vaandel, waarna hij vanuit het midden van de opstelling achtereenvolgens de ingedeelde eenheden (kloksgewijs, zoals omschreven in bijzonderheden hieronder, onder 2) de niet-ingedeelde militairen en de genodigden begroet; deze groet wordt door niemand beantwoord.

Bijzonderheden:

  1. Rechts: de zijde waar de muziek (eventueel het vaandel) staat opgesteld, gezien vanuit de positie: gezicht naar de open zijde van het carré.
  2. Begroeting door de parade-inspecteur vanuit het midden: front naar de (in carré) opgestelde eenheden, de groet brengen en vervolgens hoofd links, aansluitend ‘hoofd rechts’ en ‘hoofd front’ maken en ‘de groet’ beëindigen, ‘rechtsom maken’ enz.
    Zo mogelijk begroet de parade-inspecteur de (niet) ingedeelde militairen en genodigden vanuit dezelfde positie.
  3. De parade-inspecteur, bedoeld in de onderdelen a en b, brengt de groet tijdens het muzikaal eerbetoon.
  4. Een officieradjudant loopt twee pas linksachter de autoriteit aan wie hij is toegevoegd.

5. De ceremoniële inspectie

  1. De parade-inspecteur wordt bij het houden van de inspectie vergezeld door de paradecommandant, die daarbij rechts van hem loopt. Indien een autoriteit als gastheer optreedt (ontvangende functionaris, b.v. bij een buitenlands bezoek), verplaatst hij zich tussen de parade-inspecteur en de paradecommandant. Eventuele andere autoriteiten verplaatsen zich met tweeën achter de parade-inspecteur en de paradecommandant, de hoogste / oudste in rang achter de parade-inspecteur. Eventuele adjudanten verplaatsen zich achter de (militaire) autoriteit waaraan zij zijn toegevoegd.
  2. Voordat de ceremoniële inspectie kan beginnen, commandeert de parade-commandant: IN ORDE VAN - INSPECTIE. Overeenkomstig de rang van de parade-inspecteur commandeert hij vervolgens: PRESENTEERT - GEWEER, of: IN DEN ARM - GEWEER.
    * De dirigent, C-vaandelwacht en eenheidscommandanten brengen geen eerbewijs op de hierboven genoemde commando’s.
  3. De ceremoniële inspectie begint bij het muziekkorps, dat tijdens de inspectie niet speelt. Eerst nadat het muziekkorps en de vaandelwacht* zijn geïnspecteerd, wordt een inspectiemars gespeeld en zolang herhaald totdat de parade-inspecteur de ceremoniële inspectie heeft beëindigd.
    Uitsluitend de parade-inspecteur draait het hoofd naar de te inspecteren eenheid. De overigen kijken recht voor zich uit.
    * Indien geen vaandelwacht is ingedeeld, wordt een inspectiemars gespeeld direct nadat het muziekkorps is geïnspecteerd.
  4. Wanneer de parade-inspecteur het muziekkorps, de vaandelwacht of een eenheid tot op acht passen is genaderd, geeft de dirigent, C-vaandelwacht en eenheidscommandant het commando: HOOFD - RECHTS*, brengen vervolgens zelf de (ere)groet en maken hoofd rechts. De parade-inspecteur beantwoordt als enige die groet zodra hij de dirigent of eenheidscommandant passeert.
    *Bij grote eenheden kunnen de eenheidscommandanten (in opvolging) het commando: HOOFD - RECHTS commanderen met het gezicht naar de eenheid toe, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven.
  5. Ter hoogte van de vaandelwacht maken de parade-inspecteur en de personen die hem vergezellen, halt en front naar het vaandel en brengt eenieder de eregroet. De paradecommandant geeft hiervoor de benodigde aanwijzingen en commando’s.
  6. In de gevallen genoemd in hoofdstuk 5, § 5, wordt de groet met het vaandel gebracht.
  7. Zodra de laatste eenheid is geïnspecteerd, inclusief alle niet ingedeelde militairen, begeleidt de paradecommandant de parade-inspecteur naar de voor hem bestemde plaats, commandeert vervolgens: ZET AF - GEWEER en: OP DE PLAATS - RUST.
  8. De aangetreden eenheid staat nu gereed voor een militaire activiteit en neemt deel aan bijvoorbeeld een commando-overdracht, de uitreiking van vaandels, medailles, diploma’s, brevetten, getuigschriften, onthullingen enz.
  9. Na afloop van de militaire plechtigheid kan de ceremonie worden besloten met een defilé, zoals aangegeven in hoofdstuk 14.
  10. De parade-inspecteur verzoekt aan de paradecommandant om de aangetreden eenheid af te melden. Alle militaire ceremonies, waarbij de eenheid door de paradecommandant wordt gemeld bij (aankomst van) de parade-inspecteur, worden besloten met het afmelden van die eenheid (bij vertrek) van de parade-inspecteur. M.u.v. het muzikale eerbetoon wordt bij vertrek (in relatie tot de bewapening) hetzelfde eerbewijs gecommandeerd tijdens het afmelden als tijdens het melden van de aangetreden eenheid door de paradecommandant bij de parade-inspecteur.
  11. Nadat de parade-inspecteur uit zicht is verdwenen, laat de paradecommandant de geweren afzetten, de Ridder(s) Militaire Willemsorde, opperofficieren en autoriteiten uittreden en aansluitend de eenheid de rusthouding aannemen.
    Indien er geen defilé plaatsvindt treedt vervolgens het vaandel uit.
    De parade-inspecteur bedankt de militairen beneden de rang van brigadegeneraal en de burgergenodigden en nodigt eventueel uit voor felicitatie / receptie.
  12. De eenheid is nu ter beschikking van de respectievelijke commandanten.

Bijzonderheden:

  1. De inspectie van een bereden eenheid geschiedt zoals in deze § bepaald. Bij voorkeur zijn de parade-inspecteur en andere hem vergezellende autoriteiten ook bereden.
  2. Indien een ceremoniële inspectie per voertuig plaatsvindt, geschiedt de inspectie door de parade-inspecteur staande in zijn voertuig. De paradecommandant volgt hem staande in zijn eigen voertuig op vijf meter afstand. Indien de voertuigen daartoe ruimte bieden, kunnen zij zich laten vergezellen door hun officierenadjudant. De hiërarchieke chefs worden in dit geval niet uitgenodigd de parade-inspecteur te vergezellen.
  3. De functies van parade- en eenheidscommandant kunnen bij opleidingseenheden (uit instructief oogpunt) door aspirant (onder)officieren worden uitgevoerd.
  4. Om de ceremoniële inspectie correct te kunnen uitvoeren is het strikt noodzakelijk dat:
    a. de eenheidscommandanten maximaal twee passen (midden) vóór hun eenheid staan;
    b. de parade-inspecteur zo dicht mogelijk vóór de eenheid langs marcheert;
    c. in de hoeken van het carré voldoende ruimte (10 passen) wordt gelaten tussen de eenheden, zodat het commando: HOOFD - RECHTS correct kan worden uitgevoerd.
  5. Tijdens een ceremoniële inspectie wordt, door de met sabel, pistool en ongewapende militairen, tijdens de (ere)groet tevens het hoofd rechts gemaakt, door het hoofd hierbij onder een hoek van 45º naar rechts te draaien.
  6. Terwijl de eenheid de parade verlaat kan er muziek ten gehore worden gebracht.

6. Uitzonderingsbepalingen

  1. De parade-inspecteur bepaalt of hij een ceremoniële begroeting dan wel een ceremoniële inspectie wenst uit te voeren. Zowel de ceremoniële begroeting als de ceremoniële inspectie vangen onmiddellijk aan na het melden van de aangetreden eenheden door de paradecommandant aan de parade-inspecteur.
  2. Indien de parade-inspecteur een rang bekleedt beneden de rang van opperofficier, houdt hij in principe een ceremoniële begroeting vanuit het midden van de opstelling. In dat geval zal de parade-inspecteur, nadat de paradecommandant de aangetreden eenheid heeft gemeld, zich eerst naar de vaandelwacht begeven om het vaandel te groeten en vervolgens vanuit het midden de ceremoniële begroeting aanvangen. Tenslotte begeeft hij zich naar de hem toebedachte plaats.
  3. Bij een herdenkingsplechtigheid blijft een ceremoniële inspectie achterwege en kan eventueel een ceremoniële begroeting worden uitgevoerd.
  4. De officieradjudant van de parade-inspecteur kan tijdens de ceremoniële begroeting en ceremoniële inspectie in de omgeving van het katheder verblijven.
  5. Bij ceremoniële inspecties van grote eenheden kan, in verband met het gevraagde marstempo, een andere inspectiemars worden gespeeld. Ook kan worden gekozen voor één van de defileer-, regiments- of onderdeelmarsen, vermeld in bijlage F-II.

7. Grote parade

  1. De KM kent grote parade als één van haar plechtigheden, die in voorkomend geval wordt besloten met een defilé.
  2. Voor de uitvoering van grote parade: zie hoofdstuk 23, § 2, onderdeel a en b.

Naar hoofdstuk 14