Hoofdstuk 12 Opstelling van eenheden

1. Eenheden te voet

  1. De basisopstelling vanaf de rechterzijde* gezien bestaat achtereenvolgens uit:
    1º. muziekkorps;
    2º. vaandelwacht;
    3º. buitenlandse eenheden;
    4º. ingedeelde eenheden;
    5º. niet-ingedeelde onderofficieren;
    6º. niet-ingedeelde officieren;
    7º. niet-ingedeelde opperofficier(en);
    8º. Ridder(s) der Militaire Willemsorde;
    9º. burgerautoriteit(en);
    10º. burgergenodigden.
    * Gezien vanuit de positie: gezicht naar de open zijde van het carré.
  2. De paradecommandant kan in uitzonderlijke gevallen, in overleg met de bevelhebber, afwijken van de onder § a genoemde basisopstelling.
  3. Één van de zijden van het carré dient open te blijven om aan alle ingedeelden de gelegenheid te geven de militaire ceremonie goed te kunnen overzien.
  4. Indien eenheden van meer dan één krijgsmachtdeel aan de ceremonie deelnemen, is de volgorde van opstelling vanaf de rechterzijde*: KM, KL, KLu, KMar.
    * Gezien vanuit de positie: gezicht naar de open zijde van het carré.

2. Bereden, gemotoriseerde en gemechaniseerde eenheden

  1. De opstelling van de ingedeelde eenheden wijkt niet af van het hierboven in § 1 vermelde.
  2. De bij de ingedeelde eenheden behorende hoofduitrustingsstukken als voertuigen, geschut, helikopters enz. staan zo mogelijk achter de ingedeelde eenheden opgesteld.

Naar hoofdstuk 13