1. Eenheden te voet
- De basisopstelling
vanaf de rechterzijde* gezien bestaat achtereenvolgens
uit:
1º. muziekkorps;
2º. vaandelwacht;
3º. buitenlandse eenheden;
4º. ingedeelde eenheden;
5º. niet-ingedeelde onderofficieren;
6º. niet-ingedeelde officieren;
7º. niet-ingedeelde opperofficier(en);
8º. Ridder(s) der Militaire Willemsorde;
9º. burgerautoriteit(en);
10º. burgergenodigden.
* Gezien vanuit de positie: gezicht naar de open zijde
van het carré.
- De paradecommandant kan in uitzonderlijke gevallen, in overleg met de
bevelhebber, afwijken van de onder § a genoemde basisopstelling.
- Één van de zijden van het carré dient open te blijven om aan alle
ingedeelden de gelegenheid te geven de militaire ceremonie goed te kunnen
overzien.
- Indien eenheden van meer dan één krijgsmachtdeel aan de ceremonie
deelnemen, is de volgorde van opstelling vanaf de rechterzijde*: KM, KL, KLu,
KMar.
* Gezien vanuit de positie: gezicht naar de open zijde
van het carré.
2. Bereden, gemotoriseerde en gemechaniseerde eenheden
- De opstelling van de ingedeelde eenheden wijkt niet af van het hierboven
in § 1 vermelde.
- De bij de ingedeelde eenheden behorende hoofduitrustingsstukken als
voertuigen, geschut, helikopters enz. staan zo mogelijk achter de ingedeelde
eenheden opgesteld.
Naar hoofdstuk 13