Hoofdstuk 11 Ereschildwacht, ereafzetting, sabelwacht, ceremoniële diensten Koninklijke Marechaussee (KMar), ere-, en protocollair escorte

1. Ereschildwacht

  1. Indien H.M. de Koningin of een lid van het Koninklijk Huis in het koninklijk paleis te Amsterdam of Den Haag dan wel elders verblijf houdt, kunnen voor de duur van het verblijf ereschildwachten worden geplaatst in het door of namens H.M. de Koningin bevolen aantal.
  2. Voor de tijdelijke verblijfplaats van een buitenlandse autoriteit bij een staatsbezoek in Nederland kunnen twee ereschildwachten worden aangewezen.
  3. De ereschildwacht is gewapend. De KMar, als ceremoniële wacht in diensttenue, is te allen tijde gewapend met een pistool.
  4. Indien de eenheid die de ereschildwacht levert over een CT kan beschikken, wordt dit tenue gedragen.
  5. Ereschildwachten brengen te allen tijde, ook gedurende de nachtdienst, de (ere)groet voor de (vorstelijke) personen voor wie zij staan opgesteld.
  6. Ereschildwachten, die niet in beweging zijn, staan in de eerste rust. Gedurende de nachtdienst is het hun toegestaan om de tweede rust aan te nemen.
  7. De consignes, taak en werkwijze van de ereschildwacht worden namens H.M. de Koningin door de adjudant van dienst bepaald.

2. Ereafzetting

  1. In buitengewone gevallen kan door of namens H.M. de Koningin een ereafzetting worden bevolen langs een door een koninklijke stoet te volgen route.
  2. Voor elk geval afzonderlijk zullen aanwijzingen worden gegeven ten aanzien van tenue, bewapening alsmede m.b.t. de sterkte en de wijze van opstelling. In beginsel zal de aangewezen militair gekleed in het Diensttenue KMar, (KM: T2) voorzien van modeldecoraties en gewapend, de opgedragen dienst uitvoeren.
  3. Door de als ereafzetting opgestelde eenheden of individuele militairen wordt de eregroet gebracht voor een lid van het Koninklijk Huis, voor een ontplooid vaandel en voorts voor de autoriteit waarvoor de ereafzetting is gevormd.
  4. De militaire autoriteit aan wie de regeling van een ereafzetting is opgedragen bepaalt, naar gelang van de samenstelling van de stoet, of er eenmaal één langdurige eregroet moet worden gebracht dan wel meer dan eenmaal een eregroet van korte duur. Hij draagt zorg dat zijn aanwijzingen de commandanten van de aan de ereafzetting deelnemende eenheden tijdig bereiken.
  5. De militaire autoriteit bepaalt het uur waarop de ereafzetting haar opstelling moet hebben ingenomen en de wijze waarop zij zich daarheen moet begeven.
  6. De commando’s voor het brengen en het beëindigen van de eregroet worden steeds op aanwijzing van de ingedeelde commandanten op pelotonsniveau gegeven.

3. Sabelwacht bij een bruiloft

  1. Een sabelwacht kan aantreden op verzoek van het bruidspaar. Alle Nederlandse militairen kunnen hier deel van uit maken, al moet worden gestreefd naar even aantallen per krijgsmachtdeel.
  2. De ceremonie vindt plaats aan het einde van de kerkdienst of de plechtigheid in een gemeentehuis. De sabelwacht wacht het paar op aan de uitgang van de kerk of het gemeentehuis, en bestaat altijd uit een even aantal (inclusief commandant). Op deze manier kunnen er twee gelijke rijen tegenover elkaar worden gezet.
  3. Het tenue tijdens de ceremonie is CT of GLT, cfm hst 6.
  4. De commandant heeft een speciale functie. Terwijl de overige leden van de sabelwacht in twee rijen in de eerste rust wachten op het bruidspaar, staat de commandant voor de uitgang van de kerk of het gemeentehuis. Als het bruidspaar naar buiten komt, vindt het volgende plaats:
    1°. De commandant gaat in de houding staan en brengt de eregroet.
    2°. De commandant gaat terug in de houding staan en feliciteert het pas getrouwde stel. De invulling van de felicitatie is naar eigen inzicht, maar eindigt met: " na het commando sabels hoog....aan kunt u uw weg vervolgen" en het wederom brengen van de eregroet.
    3°. De commandant neemt zijn plaats in aan het einde van de linkerrij of de rechterrij.
    4°. De commandant zet het geheel in de houding en geeft het commando SABELS HOOG = AAN.
    5°. Na passeren van het bruidspaar wordt het geheel weer terug in de houding gezet en eindigt de ceremonie.

4. Ceremoniële diensten KMar

  1. Inzet in CT:
    1º. posten in het CT vormen als zodanig een eerbetoon en worden in overeenstemming met de aanwijzingen van de CMH van H.M. de Koningin opgesteld bij de door het personeel van de KMar bewaakte koninklijke paleizen en andere bevolen plaatsen;
    2º. ingedeeld personeel is niet (tevens) belast met een beveiligingstaak; de uitvoering van de ceremoniële taak geschiedt naast de normale inzet van personeel belast met beveiligingswerkzaamheden;
    3º. bij ceremoniële inzet is sprake van dubbelposten, in beginsel bestaande uit of mannelijke of vrouwelijke leden van de KMar; een couloir bestaat in beginsel uit 16 leden van de KMar (in bijzondere gevallen 8 of 4, in nader overleg met de CMH van H.M. de Koningin) onder bevel van een officier; voorts dient een couloir te bestaan uit even aantallen mannelijke of vrouwelijke leden van de KMar;
    4º. ceremoniële posten staan zodanig opgesteld bij de hoofdingang(en) van in § 3, onderdeel a, onder 1º bedoelde gebouwen, dat zij een ereplaats innemen; het gezicht is daarbij naar het publiek gericht.
  2. Inzet in Diensttenue KMar:
    1º. dit tenue kan in opdracht van de adjudant van dienst van H.M. de Koningin worden gedragen, wanneer de eenheid van tenue gewaarborgd dient te zijn;
    2º. het Diensttenue KMar wordt bevolen in gevallen waarin bezoek voor H.M. de Koningin of de leden van Haar Huis ten paleizen arriveert en wordt begeleid door een ere-escorte of bij andere bezoeken, door of namens H.M. de Koningin.
  3. Voor inzet van ceremoniële posten op andere dan in dit hoofdstuk genoemde plaatsen of ter gelegenheid van andere dan hier bedoelde aangelegenheden, is in beginsel toestemming nodig van de CDS.

5. Aanvullend militair ceremonieel uitgevoerd door de KMar:

  1. Staatsbezoek:
    1º. groot ere-escorte (1/16) voor de eerste en laatste rit van het bezoek (van en naar het vliegveld);
    2º. dubbelpost in CT (DCT) op vliegveld van aankomst bij de eventuele wachtlocatie van H.M. de Koningin;
    3º. DCT, deeluitmakend van de militaire erewacht op vliegveld van aankomst nabij de vliegtuigtrap of podium;
    4º. dubbelpost Diensttenue KMar, deeluitmakend van de militaire erewacht tijdens de kranslegging;
    5º. aanvullende diensten op aanvraag van CMH;
    6º. DCT voor bezoek aan de minister-president;
    7º. DCT voor bezoek aan het parlement.
  2. Officieel bezoek:
    1º. DCT bij aankomst en vertrek op het vliegveld nabij de vliegtuigtrap; in bijzondere gevallen wordt i.p.v. een DCT, een couloir aangevraagd;
    2º. klein ere-escorte (0/8) voor de eerste en laatste rit (van en naar het vliegveld); overige motorescorte (protocollaire escorte) wordt door MINBUZA via het Nationaal Coördinatie Centrum (NCC) aangevraagd en uitgevoerd door het Korps Landelijke Politiediensten;
    3º. DCT voor bezoek aan de minister-president;
    4º. DCT voor bezoek aan het parlement.
  3. Werkbezoek:
    1º. DCT aankomst / vertrek op vliegveld nabij de vliegtuigtrap;
    2º. dubbelpost Diensttenue KMar/CT op werklocatie.

6. Ere-escorte; protocollair escorte;

  1. Algemeen:
    1º. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft, na overleg in het Kabinet, afgesproken dat hij zorg zal dragen voor de coördinatie van en de uniformiteit in verkeersescortes; zo is bepaald, dat alleen verzoeken om begeleiding in behandeling worden genomen indien er een dringende noodzaak kan worden aangegeven en alleen wanneer het in het kader van een zorgvuldige ambtsvervulling onvermijdelijk en geboden is.
    2º. namens H.M. de Koningin kan een ere-escorte of protocollair escorte per motorrijwiel worden gegeven ter begeleiding en eerbewijs van vorstelijke personen en staatshoofden; de grootmeester van het Koninklijk Huis van H.M. de Koningin beoordeelt de criteria van inzet;
    3º. bij officiële bezoeken aan de minister, de CDS of C-OPCO kan de minister een protocollair escorte bevelen;
    4º. bij een verkeersescorte is sprake van gidsing en verkeerstechnische begeleiding:
    (a) onder gidsing wordt verstaan: het zorgdragen voor het volgen van de juiste route; hierbij worden de normale verkeersregels in acht genomen en is er dus geen sprake van het voeren van optische en geluidssignalen noch het geven van aanwijzingen aan de te escorteren voertuigen en het overige verkeer;
    (b) onder verkeerstechnische begeleiding* wordt verstaan: het zorgdragen voor een juiste en conform een tijdschema voorgeschreven verplaatsing; hierbij kunnen optische en geluidssignalen worden gevoerd en kunnen aanwijzingen worden gegeven aan de bestuurders van de te escorteren voertuigen en het overige verkeer;
    *bij aanvraag zal worden getoetst of de te escorteren voertuigen voor verkeerstechnische begeleiding in aanmerking komen;
    5º. een ere- en protocollair escorte kan over een deel van de route worden uitgevoerd; het verkeersescorte begeleidt over de gehele route;
    6º. het ere- of protocollair escorte maakt deel uit van de stoet;
    7º. de uitvoering is opgedragen aan de KMar; de detailregelingen zijn opgenomen in de operationele instructie van de BDM;
    8º. een ere-escorte te paard wordt in bijzondere gevallen voor H.M. de Koningin en leden van het Koninklijk Huis opgedragen;
  2. Ere-escorte:
    1º. een groot ere-escorte bestaat uit 17 en een klein ere-escorte uit acht motorrijders (in bijzondere gevallen vier) en wordt toegewezen i.v.m. het bezoek van buitenlandse gasten aan H.M. de Koningin;
    2º. de coördinatie is in handen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; de stalmeester van het huis van H.M. de Koningin alsmede de Ministeries van Buitenlandse Zaken, Justitie en Defensie zijn betrokken;
    3º. het ere-escorte rijdt in zijn geheel vóór het voertuig van de te escorteren vorstelijke persoon of autoriteit; in beginsel zal in formatie met vieren worden gereden; in verband met de wegbreedte kan met tweeën worden bevolen;
    4º. de officiercommandant rijdt op een afstand van vier meter midden vóór het escorte, terwijl het escorte zich in zijn geheel tien meter vóór het te escorteren voertuig verplaatst.
  3. Protocollair escorte:
    1º. een protocollair escorte bestaat bij een officieel bezoek uit maximaal acht motorrijders, bij een werkbezoek uit acht of twee, terwijl bij een privé-bezoek geen toewijzing plaatsvindt;
    2º. de toewijzing vindt plaats bij officiële bezoeken van regeringsleiders, staatshoofden, kroonprinsen, overige royalty, vice-presidenten, Ministers van Buitenlandse Zaken en secretarissen-generaal van internationale organisaties; bij werkbezoeken van staatshoofden, kroonprinsen en vice-presidenten wordt eveneens een protocollair escorte toegewezen;
    3º. in principe wordt het protocollair escorte door het KLPD dan wel door de regiopolitie uitgevoerd.
  4. Verkeersescortes vallen buiten het domein van DP 20-10. Nadere informatie inzake verkeersescortes is te verkrijgen via Staf KMar.


Naar hoofdstuk 12