Hoofdstuk 10 De erewacht

1. Algemeen

  1. Een erewacht treedt aan op verzoek van de chef van het militaire huis (CMH) van H.M. de Koningin of van de Minister van Buitenlandse Zaken (MINBUZA). In voorkomend geval wordt een vaandel ingedeeld (zie de tabel in § 4).
    Het betreft hier de bezoeken, genoemd in § 2.
  2. Een erewacht treedt aan op verzoek van de te bezoeken autoriteit bij (meerdaagse) bezoeken aan de Minister van Defensie, de CDS of C-OPCO.
  3. Tijdig van tevoren wordt steeds een coördinerende bespreking gehouden, waarbij alle bij de uitvoering betrokken commandanten aanwezig dienen te zijn, zoals aangegeven in de behoeftestelling.

2. Bezoeken door staatshoofden, regeringsleiders en aanbieden geloofsbrieven

  1. Staatsbezoek
    Staatsbezoeken zijn bezoeken van een staatshoofd [keizer(in), koning(in), Groothertog(in) of president] aan ons land, op persoonlijke uitnodiging van H.M. de Koningin. De organisatie van het staatsbezoek ligt in handen van de grootmeester van H.M. de Koningin terwijl het MINBUZA assisteert. Aanvragen voor militair ceremonieel worden gedaan door de CMH van H.M. de Koningin aan de CDS.
  2. Officieel bezoek
    Officiële bezoeken kunnen worden afgelegd door staatshoofden, regeringsleiders en ministers. Officiële bezoeken vinden plaats op uitnodiging van de minister-president, de minister van Buitenlandse Zaken of andere ministers. De organisatie van officiële bezoeken van staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken ligt in handen van de directie kabinet en protocol van het MINBUZA. De organisatie van officiële bezoeken van andere ministers wordt verzorgd door het desbetreffende departement. Bij officiële bezoeken is het ceremonieel minder uitgebreid dan bij een staatsbezoek. Aanvragen voor militair ceremonieel bij officiële bezoeken van staatshoofden worden gedaan door de CMH van H.M. de Koningin aan de CDS. Bij officiële bezoeken van regeringsleiders vraagt directie kabinet en protocol MINBUZA het militair ceremonieel aan bij de CDS.
    Bij een officieel bezoek door een staatshoofd vindt de ontvangstceremonie plaats op paleis Noordeinde (achterzijde) in aanwezigheid van H.M. de Koningin, terwijl voor een regeringsleider de ontvangstceremonie plaats vindt op het Binnenhof in aanwezigheid van de minister-president.
  3. Werkbezoek
    Werkbezoeken kunnen eveneens worden afgelegd door staatshoofden, regeringsleiders en ministers. Werkbezoeken zijn vaak korter en beperken zich in de regel tot overleg met H.M. de Koningin, de minister-president of desbetreffende minister.
    Bij werkbezoeken van regeringsleiders, vraagt de directie kabinet en protocol van het Ministerie van Algemene Zaken het militair ceremonieel aan bij de CDS.
  4. Aanbieden geloofsbrieven
    Een ambassadeur is de persoonlijke afgezant van een staatshoofd. Hij kan echter pas als ambassadeur fungeren nadat hij zijn geloofsbrieven aan het staatshoofd heeft aangeboden. Het aanbieden van de geloofsbrieven is de eerste audiëntie van de ambassadeur bij het staatshoofd en deze officiële handeling gaat gepaard met militair ceremonieel.

3. Inzet van de erewacht

De categorie erewacht wordt bepaald door het niveau van de bezoeker en de vorm van het bezoek, en niet alleen door de Nederlandse gastheer / vrouw.
Bij officiële bezoeken kan een bepaalde categorie erewacht worden bevolen voor bezoeken aan / door:

  1. H.M. de Koningin, categorie 1 of 2;
  2. een lid van het Koninklijk Huis, categorie 2;
  3. de gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba, categorie 2 of 3;
  4. een buitenlands staatshoofd (geen staatsbezoek), categorie 2;
  5. een lid van een buitenlands regerend vorstenhuis, categorie 2 of 3;
  6. een minister-president van een buitenlandse mogendheid, categorie 3;
  7. een ambassadeur bij het aanbieden van zijn geloofsbrieven, categorie 4;
  8. een Minister van Defensie van een buitenlandse mogendheid, categorie 5;
  9. de secretaris-generaal van de NAVO, de VN, EU*, categorie 3 of 5;
    * Hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid, tevens secretaris-generaal van de Raad van de EU;
  10. de CDS van een buitenlandse mogendheid, categorie 6;
  11. bevelvoerende buitenlandse autoriteiten met ten minste de rang van generaal of luitenant-admiraal, categorie 6;
  12. bevelhebbers van buitenlandse krijgsmachtdelen, categorie 7.

4. Sterkte van de erewacht

  1. Bij elke gecommandeerde erewacht is een muziekkorps ingedeeld.
  2. Het krijgsmachtdeel dat het muziekkorps levert, levert bij een single-service erewacht tevens de troepen. Bij een interservice erewacht zijn de commandant erewacht en (indien van toepassing) de commandant vaandelgroep van hetzelfde krijgsmachtdeel als het muziekkorps.
  3. De detachementscommandant is een officier.

Cat.

Gelegenheid

Soort erewacht

Aantallen* tenue

Vaandel

Commandant

1.

Staatsbezoek
Aankomst

Inter-service

Saluutbatterij

4x 1/4/44 tenue CT
organiek

Vaandelgroep
Cdt = Kap/Elnt conform kmd
C-erewacht

Majoor conform krijgsmachtdeel
Muziekkorps

  Staatsbezoek
Kranslegging
Dam-groep

Single-service (tevens Paleiswacht)
Afzetting

3x 1/3/27 tenue CT
6x 1/3/27 tenue CT

Vaandelwacht

Maj/Kap
Maj/Kap

  Staatsbezoek
Vertrek

Single-service

3x 1/3/27 tenue CT

Vaandelwacht

Maj/Kap

2. Officieel bezoek
Staatshoofd

Single-service

3x 1/3/27 tenue CT

Vaandelwacht

Maj/Kap

3.

Officieel bezoek
Regeringsleider

Single-service

3x 1/3/27 tenue DT

Neen

Maj/Kap

4.

Geloofsbrieven

Single-service

2x 1/3/15 tenue CT

Neen

Maj/Kap

5.

MINDEF

Inter-service

4x 1/2/18 tenue DT

Neen

Maj/Kap

6.

CDS

Single-service

2x 1/2/18 tenue DT

Neen

Kap/Elnt

7.

C-OPCO

Single-service

Eigen richtlijn

Neen

Kap/Elnt

* Aantallen: exclusief reserves, (officieren / onderofficieren / manschappen).
• Per krijgsmachtdeel te bepalen: gevechtslaarzen of lage schoenen.

Aanvullend militair ceremonieel uitgevoerd door de KMar: zie hoofdstuk 11, § 4.

5. Bewapening van de erewacht

  1. De commandanten zijn in CT of DT gewapend met sabel en dragen handschoenen.
  2. De erewacht is gewapend*, waarbij per detachement eenheid van bewapening wordt aangehouden.
  3. Indien de erewacht in CT optreedt, is de bewapening geweer of sabel.
  4. Geweren en pistolen zijn voorzien van een patroonhouder.
  5. Een bij de erewacht te voeren wapen wordt, met uitzondering van de Diemaco C-8, niet aan de geweerriem gedragen.

* KM: Fal/Diemaco, KL: Diemaco/pistool, KLu: Diemaco C-8, KMar: pistool. Indien een krijgsmachtdeel deelneemt in CT, wordt de bijbehorende bewapening gevoerd.

6. Eerbewijzen

De erewacht brengt eerbewijzen voor de persoon voor wie zij staat opgesteld en voorts altijd:

  1. presenteert geweer voor:
    1º. H.M. de Koningin;
    2º. een lid van het Koninklijk Huis;
    3º. de gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba;
    4º. een buitenlands staatshoofd;
    5º. een lid van een buitenlands regerend vorstenhuis;
    6º. de overledene tijdens zijn begrafenis met militair eerbetoon;
    7º. een ontplooid vaandel.
  2. in den arm geweer voor:
    1º. de minister-president;
    2º. minister of staatssecretaris;
    3º. opper- en vlagofficieren;
    4º. Ridders der Militaire Willemsorde.

7. Wijze van opstellen

  1. Een erewacht treedt in principe aan in linie op twee, drie of vier gelederen. Bij onvoldoende ruimte worden de samenstelling en de opstelling aangepast.
  2. Indien een erewacht op twee of drie of vier gelederen staat aangetreden, staan de commandanten van de aaneengesloten detachementen rechts van hun eenheid.
  3. De commandant staat twee passen voor en in het midden van zijn eenheid.
  4. De volgorde van opstellen is in beginsel: muziekkorps, vaandelwacht, eenheden.

8. Uitvoering ceremonieel en eerbewijzen

  1. Algemeen
    De erewacht brengt voor de in § 3, in de onderdelen a tot en met g genoemde vorstelijke personen en autoriteiten het eerbewijs: presenteert geweer; voor de in § 3, onderdeel h tot en met l genoemde autoriteiten wordt het eerbewijs in den arm geweer gebracht.
  2. Uitgangshouding
    De erewacht staat opgesteld in de eerste rust.
  3. Commando’s en uitvoering:
    1º. het commando: GEEFT - ACHT moet reeds enkele ogenblikken vóór de aankomst worden gegeven; de houding dient reeds te zijn aangenomen vóórdat het voertuig waarmee de vorstelijke persoon of autoriteit arriveert, stilstaat; evenzo geldt dat de houding reeds aangenomen dient te zijn vóór het openen van een vliegtuigdeur of de deur van een gebouw; de betrokken organisatie maakt daartoe ter plekke afspraken;
    2º. het commando: PRESENTEERT - GEWEER of: IN DEN ARM - GEWEER wordt eerst gegeven zodra de vorstelijke persoon of autoriteit, voor wie de erewacht staat opgesteld, op het podium staat en kennis kan nemen van het eerbewijs;
    3º. het ingedeelde muziekkorps speelt het Wilhelmus of het betrokken buitenlandse volkslied wanneer het een staatshoofd betreft, of de eerste acht maten van de parademars, vooraf gegaan door het vereiste aantal ereroffels, in overige gevallen. Zie tevens Hoofdstuk 8, § 2b.
  4. Het melden door de commandant van de erewacht
    Nadat het muzikaal eerbetoon ter verwelkoming is beëindigd, meldt de C-erewacht zich bij de vorstelijke persoon of autoriteit en nodigt deze uit de aangetreden eenheden te inspecteren. Afhankelijk van de afkomst van de vorstelijke persoon of autoriteit, wordt de uitnodiging tot inspectie uitgesproken in het Nederlands, Engels, Frans of Duits, zie § 10 van dit hoofdstuk.
  5. Het commando hoofd rechts
    Het commando: HOOFD - RECHTS wordt bij opvolging gegeven door:
    1º. de dirigent van het ingedeelde muziekkorps;
    2º. C-vaandelwacht;
    3º. de commandant van elke afzonderlijke eenheid.
  6. De inspectie:
    1º. de inspectie begint op de rechtervleugel; de C-erewacht loopt tijdens de inspectie rechts van de vorstelijke persoon of autoriteit voor wie de erewacht staat opgesteld; wanneer er sprake is van een ontvangst in aanwezigheid van de gastheer, verplaatst deze zich tussen de gast en C-erewacht; overige autoriteiten / adjudanten verplaatsen zich achter hun gastheer of de (militaire) autoriteit waaraan zij zijn toegevoegd; uitsluitend de autoriteit voor wie de erewacht staat opgesteld draait het hoofd naar de te inspecteren eenheden;
    2º. indien een vaandel is ingedeeld, zal door de autoriteit en degenen die hem vergezellen ter hoogte van het vaandel een ogenblik halt worden gehouden, front worden gemaakt en het vaandel worden begroet;
    3º. indien de inspectie wordt uitgevoerd door een vorstelijke persoon of autoriteit zoals aangegeven in hoofdstuk 5, § 5, laat de C-vaandelwacht het vaandel neigen;
    4º. na de begroeting van het vaandel speelt het muziekkorps een inspectiemars;
    5º. nadat de inspectie is beëindigd, meldt de C-erewacht zich bij de autoriteit af en blijft hij begeleiden tot voor het midden van de eenheid, dan wel tot bij het voertuig of gebouw;
    6º. onmiddellijk na vertrek van de autoriteit commandeert C-erewacht: ZET AF - GEWEER en: OP DE PLAATS - RUST.
  7. Uitzonderingsbepalingen:
    1º. de inspectie en het melden blijven achterwege, indien dit door of vanwege het staatshoofd is bepaald;
    2º. de inspectie en het melden blijven achterwege, wanneer de vorstelijke persoon of autoriteit het gebouw verlaat waarvoor dezelfde erewacht staat opgesteld, welke hij kort tevoren bij aankomst bij dit gebouw heeft geïnspecteerd; alsdan wordt volstaan met het spelen van ereroffels of de parademars;
    3º. Wanneer de begroeting met ereroffels en de eerste acht maten van de parademars plaatsvindt, worden de volksliederen ná de ceremoniële inspectie gespeeld.
    Het protocol verloopt dan als volgt:
    (a) aankomst en begroeting door de gastheer;
    (b) ereroffels en de eerste acht maten van de parademars;
    (c) melden door de C-erewacht;
    (d) ceremoniële inspectie;
    (e) het volkslied van de te ontvangen vorstelijke persoon of autoriteit;
    (f) het Wilhelmus (indien van toepassing);
    (g) afmelden door de C-erewacht;
    4º. indien de autoriteit voor wie de erewacht staat opgesteld niet één, maar meer dan één land vertegenwoordigt en derhalve niet met een volkslied kan worden verwelkomd (zoals de secretaris-generaal van de NAVO), kan het protocol bedoeld in § 8, onderdeel g, onder 3º, hierboven worden gevolgd waarbij, in plaats van een volkslied, een toepasselijke mars kan worden gespeeld, genoemd in bijlage G.

9. Inrukken / afmars van de erewacht

  1. De erewacht staat opgesteld voor een koninklijk paleis. C-erewacht meldt zich bij de adjudant van dienst van H.M. de Koningin en vertrekt niet eerder dan dat daartoe opdracht is gegeven door de adjudant van dienst van H.M. de Koningin.
  2. De erewacht, niet opgesteld zoals bedoeld in onderdeel a, vertrekt als daartoe vanuit de betrokken organisatie opdracht wordt gegeven.

10. Melden door de commandant van de erewacht

Het melden van de erewacht door C-erewacht aan de vorstelijke persoon of autoriteit waarvoor de erewacht staat opgesteld, geschiedt zo mogelijk in de taal van de vorstelijke persoon of autoriteit, evenals de uitnodiging tot inspectie van de aangetreden erewacht. De tekst in achtereenvolgens het Nederlands, Engels, Frans en Duits, vergezeld van de juiste aanspreektitel, kan luiden:

Kapitein………….: commandant van de erewacht meldt u de erewacht gereed voor inspectie, (aanspreektitel……….) mag ik u verzoeken de erewacht te inspecteren.

Captain………….: commanding the guard of honour, reports for inspection, (aanspreektitel……….) would you be so kind as to inspect the guard of honour.

Le capitaine…………: commandant la garde d’honneur se présente, (aanspreektitel……….) voulez-vous me faire l’honneur de procéder à l’inspection de la garde d’honneur’.

Hauptmann………….: meldet Ihnen die Ehrenformation angetreten, (aanspreektitel……….) darf ich Sie bitten die Front abzuschreiten.

11. Afmelden door de commandant van de erewacht

Het afmelden van de erewacht door C-erewacht aan de vorstelijke persoon of autoriteit waarvoor de erewacht staat opgesteld, geschiedt zo mogelijk in de taal van de vorstelijke persoon of autoriteit. De tekst in achtereenvolgens het Nederlands, Engels, Frans en Duits, vergezeld van de juiste aanspreektitel, kan luiden:

(Aanspreektitel……….) ik dank u voor de gehouden inspectie.

(Aanspreektitel……….) may I have your permission to carry on.

(Aanspreektitel……….) merci pour l’inspection.

(Aanspreektitel……….) ich danke Ihnen fur das abschreiten der Front.

Naar hoofdstuk 11