Hoofdstuk 1 Inleiding en begrippen

1. Inleiding

Ceremonieel en protocol vormen belangrijke onderdelen van het maatschappelijk leven. Het protocol legt de rol van een autoriteit vast. Dit is echter geen doel op zich maar een middel om een ceremonie of bezoek goed te laten verlopen. In deze defensiepublicatie wordt het ceremonieel en protocol voor de krijgsmacht behandeld en vastgesteld.

Militair ceremonieel draagt bij aan de publieke presentatie van de krijgsmacht en symboliseert tevens de permanente bescherming die geboden wordt aan de handhaving van de internationale rechtsorde en aan onze constitutionele monarchie en parlementaire democratie. Militair ceremonieel en het daarmee gepaard gaande eerbetoon zijn in dit kader tevens een uitstekend middel om internationaal goede vreedzame relaties op te bouwen en te onderhouden.

Het leveren van militairen voor ceremonieel is een onderdeel van de dagelijkse bedrijfsvoering. Binnen de krijgsmacht speelt dit ceremonieel meestal in de vorm van een militaire parade een belangrijke rol voorbeelden hiervan zijn: commando overdracht, beëdiging en uitreiking van onderscheidingen.

Ook bij Nationale ceremonieën is de inzet van militairen vanzelfsprekend. Voorbeelden hiervan zijn: de inhuldiging van een nieuwe Koning of Koningin, de opening van de Staten-Generaal (Prinsjesdag), de Nationale herdenking op de Dam, de staatsbegrafenis en het aanbieden geloofsbrieven door nieuwe ambassadeurs. Voor elke ceremonie geldt: het kan niet worden overgedaan, op het moment van uitvoering moet het er perfect uitzien. Een ceremonie kan pas worden uitgevoerd na een intensieve voorbereiding zodat het voor de betrokken autoriteiten en voor de ingedeelde militairen duidelijk is wat hun rol of taak is.

2. Algemeen

  1. Wanneer in deze publicatie mannelijke naamwoorden en persoonlijke voornaamwoorden worden gebruikt, zijn deze tevens van toepassing op de vrouwelijke vorm van deze woorden.
  2. Voor onderwerpen die slechts van toepassing zijn voor één krijgsmachtdeel, wordt op de betrokken alinea, pagina of bij de betrokken paragraaf steeds het krijgsmachtdeel vermeld.
  3. In deze publicatie wordt verwezen naar de DP 20-20: Handboek exercitie voor de krijgsmacht en de DP 20-30: Vaandels en Standaarden bij de Nederlandse Krijgsmacht.
  4. Het muzikaal eerbetoon en de bijzonderheden zijn cursief vermeld. Waarschuwings- en uitvoeringscommando’s worden steeds in HOOFDLETTERS geschreven. Foto's en afbeeldingen zijn bereikbaar door op het plaatje van het fototoestel () te klikken.
  5. In het buitenland kunnen de bepalingen van deze publicatie zo nodig worden aangepast aan de gewoonten van het land waarin men zich bevindt.
  6. Bij de protocollaire volgorde van de krijgsmachtdelen dient zoveel mogelijk de volgorde KM, KL, KLu, KMar aangehouden te worden. De gastheer bepaalt of bepaalde functionarissen, los van de logische volgorde vanwege de aard van de bijeenkomst, hoger in het protocol moeten worden geplaatst.
  7. Bij internationale samenwerking gelden de voorschriften van betrokken landen. Bij de uitvoering van het ceremonieel en protocol dient van alle landen evenveel (h)erkenning van de eigen waarden en gebruiken aanwezig te zijn.
  8. Voor bijzondere gelegenheden (zoals een staatsbegrafenis) zullen er conform het CP-100: Staatsbegrafenis van leden van het Koninklijk Huis, aanvullende richtlijnen volgen, bijvoorbeeld versobering of niet laten doorgaan van evenementen, recepties enz.
  9. Periode van rouw: tijd gedurende welke men rouwt. Een (door of namens de minister-president) afgekondigde periode waarin in Nederland de nationale vlag halfstok wordt gehesen. Op zondag wordt er niet halfstok gevlagd.
  10. Voor informatie of assistentie kan een beroep worden gedaan op de protocolofficieren van de krijgsmachtdelen of het Bureau Ceremonieel van het Regionaal Militair Commando-West.
  11. In gevallen waarin deze publicatie niet voorziet, dient in de geest hiervan te worden gehandeld. Houd hierbij rekening met plaatselijke gebruiken en bijzondere omstandigheden.

3. Uitgangspunten

  1. Eenduidigheid in presentatie staat bij iedere plechtigheid voorop. Zowel genodigden als gasten, maar ook de deelnemers, moeten een plechtigheid ervaren als een stijlvolle, waardige en professionele gebeurtenis.
  2. De plechtigheid moet begrijpelijk en duidelijk zijn voor alle aanwezigen. Wanneer de ceremonie niet wordt verstoord, kan, indien noodzakelijk dan wel gewenst, uitleg omtrent het protocol worden gegeven door een spreker.
  3. Genodigden dienen te worden begeleid en direct voorafgaande aan een ceremonie op de hoogte te worden gesteld van het verloop, zoals vermeld in onderdeel b.
  4. Indien tijdens een militaire plechtigheid uitsluitend de vaandelwacht / standaardwacht of groep gewapend is, worden de commando’s door de paradecommandant aan de eenheid gegeven als zijnde ongewapend.
    C-vaandelwacht of C-vaandelgroep geeft de overeenkomstige herhaalcommando’s, steeds voorafgegaan door het commando: VAANDELWACHT of VAANDELGROEP.
  5. Eenheden die uitsluitend zijn gewapend met pistool, dienen bij de voorgeschreven geweerbewegingen de commando’s te volgen als bij een ongewapend optreden.
  6. In beginsel vinden ceremoniële activiteiten plaats in DT, tenzij het CT is voorgeschreven. Bij extreme weersomstandigheden of anderszins uitzonderlijke situaties kan men, met toestemming van de protocolofficier van het desbetreffende krijgsmachtdeel, afwijken van het in hoofdstuk 6 voorgeschreven tenue.
  7. Indien burgerfunctionarissen, b.v. bewakingspersoneel, zijn belast met de uitvoering van in deze DP omschreven activiteiten (b.v. de vlaggenparade), dienen zij te handelen conform het bepaalde voor militairen.

4. Begrippen (zie ook bijlage G: Trefwoorden en afkortingen)

  1. T.b.v. een verkorting in de schrijfwijze, dienen onderstaande begrippen tevens gelezen te worden zoals de omschrijving of verwijzing erachter.
AT avondtenue
bataljon een (vergelijkbare) eenheid ter grootte van c.a. 300-800 militairen onder bevel van een kolonel of luitenant-kolonel / opleidingscentrum of onderwijsinstelling bestaande uit meerdere compagnieën / afdelingen
begrafenis teraardebestelling, crematie
belofte eed (zie aldaar)
compagnie batterij /eskadron, KLu: squadron
complex enig militair terrein, kazerne, basis, schip enz.
dagelijks-/daagse tenue DT, (KM: tenue 6 / KMar: Dienst-T/KMar) overeenkomstig de in hoofdstuk 6 vermelde interservicestaat tenuen
dirigent kapelmeester, muzikaal leider, (tamboer-maître)
eed belofte
eed: verklaring, waarbij God als getuige wordt aangeroepen
eenheid staf, inrichting der zeemacht, vliegbasis, oorlogsschip, brigade, bataljon, compagnie enz.
ereroffel signaal geeft acht (KM: tevens attentieroffel)
getuigde mast een mast met gaffel en ra
GLT gelegenheidstenue
IN DEN ARM - GEWEER BRENGT - GROET
kerk geloofshuis / kapel / moskee / tempel
klaroen signaalhoorn in bes
militair tevens een geestelijke verzorger, ingedeeld bij de krijgsmachtdelen
militaire (ere)groet zoals in DP 20-20 bepaald
modeldecoraties grootkruizen (KM) versierselen, militair opgemaakt: op het lint bevestigd / de model opgemaakte medailles
muziek(korps) kapel, fanfarekorps, trompetterkorps, drumfanfare, tamboerkorps, tamboers en pijpers
muzikant (muziek) tamboer, klaroenblazer (bes), trompetter (es), trompettist, pijper enz.
opperofficier vlagofficier (KM)
PRESENTEERT - GEWEER / SABEL BRENGT ERE - GROET
sabel klewang
standaard vaandel
standaardgroep vaandelgroep
taptoe (signaal) taptoe infanterie (bes), - bereden wapens (es) en KM
trompettist klaroenblazer (bes) / trompetter (es)
vaandel standaard
vaandelgroep* standaardgroep** (bereden eenheden)
* vaandelgroep: indien meer vaandels dan standaarden;
** standaardgroep: indien meer standaarden dan vaandels; (bereden eenheden)
bij een gelijk aantal vaandels en standaards bepaalt het ‘oudste’ vaandel / standaard hoe de groep wordt genoemd / gecommandeerd
vaandelstok vaandelstang bij de KM
vaandelvoerend commandant C-OPCO, korpscommandant of regimentscommandant van een vaandelvoerende eenheid
vaandelvoerende eenheid een krijgsmachtdeel, korps of regiment dat een vaandel dan wel standaard voert
vaandelwacht standaardwacht, bereden standaardwacht: indien te paard
vlaggencatalogus MG65
vlaggenmast getuigde mast en gaffelmast
vlaggen van top (KM) bij overige eenheden: vlaggen met wimpel
vlagofficier wachtcommandant opperofficier (KL / KLu / KMar) of aangewezen burgerfunctionaris
wimpel (KM) de oorlogswimpel, (zie hoofdstuk 3, § 3)
ZET AF - GEWEER IN DE HOUDING - STAAT
  1. De vermelding van commando's bij de diverse plechtigheden is niet volledig. Het commando NAAR RECHTS - RICHTEN is nergens vermeld, terwijl bij de vaandelexercitie alleen de herhaalcommando’s zijn aangegeven. De vaandel-exercitie wordt uitgevoerd conform DP 20-20, hoofdstuk 9.
  2. Daar waarin deze publicatie het commando PRESENTEERT - GEWEER / IN DEN ARM - GEWEER wordt voorgeschreven, wordt door de ongewapende militair alsmede door de met een pistool of opgestoken sabel gewapende militair het eerbewijs BRENGT ERE - GROET / BRENGT - GROET gebracht.
  3. Daar waar in deze publicatie het commando PRESENTEERT - GEWEER wordt voorgeschreven, wordt door de militair met getrokken sabel het eerbewijs PRESENTEERT - SABEL gebracht.
    In een aantal gevallen zijn beide of alle drie de commando’s weergegeven om de keuze van gewapende dan wel ongewapende deelname aan een ceremonie weer te geven.
  4. Daar waar in deze publicatie GEEFT - ACHT wordt voorgeschreven nemen bereden militairen met getrokken sabel de houding DRAAGT - SABEL aan, wordt het commando OP DE PLAATS - RUST gecommandeerd, dan nemen zij de houding GEREED - SABEL aan.
  5. Het uitreiken van brevetten, getuigschriften, diploma’s, certificaten, alsmede onthullingen enz. kan analoog aan een beëdigingceremonie (zie hoofdstuk 18) worden vastgesteld.
  6. Tijdens een ceremonie dient het aantal toespraken beperkt te worden tot de bij de ceremonie betrokken autoriteiten, en kort en kernachtig te zijn. Na vertrek van de parade-inspecteur kan zo nodig het woord aan anderen worden verleend.
  7. Burgers dienen niet te worden ingedeeld in militaire detachementen.
  8. Applaus tijdens de uitvoering van ceremonieel is ongepast, evenals het dragen van een zonnebril en het meezingen van het Wilhelmus, indien geüniformeerd, tijdens het brengen van de eregroet.

Naar hoofdstuk 2